Benno Boeters
Drie ministers, directeuren van onderwijsinstellingen, voorzitters van werkgevers en werknemers, regionale bestuurders, burgemeesters… iedereen die ertoe doet in poldermodel Nederland kwam afgelopen maandag naar Science Center Nemo in Amsterdam om het Techniekpact te ondertekenen.
Doelstelling: het gapende gat tussen uitstromende technici (tot 2020 gaan er zo’n 70.000 per jaar met pensioen) en de instroom op de arbeidsmarkt (‘tienduizenden, maar niet genoeg’) te dichten. Het aantal mbo-afstudeerders met een techniekdiploma moet zeker 15.000 omhoog, maar eigenlijk is er behoefte aan wel 30.000 extra nieuwe technische vakmensen per jaar.
Het verschil tussen vraag en aanbod aan technici is des te nijpender nu Nederland enerzijds het aantal (jeugd-) werklozen ziet toenemen, terwijl er anderzijds structurele tekorten aan geschoolde mensen opdoemen, zeker als goed lopende bedrijfstakken – zoals in de topsectoren – hun groeiambities willen waarmaken.
Werkgeversvoorzitter Bernard Wientjes stelde in Nemo met tevredenheid vast dat, vergeleken met jaren geleden, er een omslagpunt is bereikt. ‘De industriesector was opgegeven, maar wordt nu weer erkend als dé groeimotor voor de economie. Dat is winst.’ Ook Rob van Gijzel, burgemeester van brainport Eindhoven, zei: ‘Dit was vijf jaar geleden niet gelukt. We beseffen nu dat we met industrie, nieuwe producten en export ons geld moeten verdienen en onze positie op de wereldmarkt verstevigen.’
Het Techniekpact is voor een groot deel een nationale stempel die op talloze al lopende regionale initiatieven wordt gedrukt. Zoals het Technasium, de Techmavo’s, de Technet-kringen, JetNet en regionale Techniekpacten. Het Platform Bèta Techniek coördineert al jaren programma’s voor meer techniekstudenten, die hebben geleid tot een toename in hbo en wo. Nu is het (v)mbo aan de beurt.
Integratie in bestaande vakken
Actie nummer één in het pact is om in het basisonderwijs een leerlijn wetenschap en technologie in te voeren. SLO (leerplanontwikkeling) werkt daaraan en in 2014 is die klaar; bovendien gaat de Inspectie van het Onderwijs peilen hoe basisscholen die leerlijn oppakken. Daarbij gaat het niet om aanstelling van aparte techniekdocenten, maar integratie van bèta en techniek in de bestaande vakken.
De docenten – zowel die in opleiding als de al werkende – krijgen op de Pabo’s meer onderricht in wetenschap en techniek. Bovendien moeten er meer academici voor de klas in het voortgezet onderwijs, vooral in de ‘bètatekortvakken’, bijvoorbeeld via de campagne Eerst de Klas of het programma Onderwijstraineeship, die bètastudenten willen werven voor het onderwijs.
Een digitaal loket, techniekonderwijs.nl, moet de contacten tussen basisscholen en bedrijven gaan coördineren, zodat ‘in 2016 3.000 van de circa 7.000 basisscholen daadwerkelijk gebruik maken van de ondersteuning door het bedrijfsleven en het technisch hoger onderwijs’, zo luidt actiepunt zeven.