Fosfaat is een eindig mineraal, cruciaal voor de ontwikkeling van alle organismen, dat ook niet in de EU wordt gewonnen. De Friese start-up SusPhos heeft daarvoor, letterlijk en figuurlijk, een oplossing gevonden: emissieloze winning van zuiver fosfaat uit verbrand rioolslib. In 2027 komt daarvoor een enorme recyclingfabriek bij slibverwerker SNB te staan. ‘Naast zuiver fosfaat voor landbouw en chemie maken we uit vliegas ook een circulaire cementvervanger’, zegt Marissa de Boer.
De Boer is CEO van SusPhos (Sustainable pfosphate), een snelgroeiende start-up die uit de jaarlijkse slibas-stroom van 35.000 tot 40.000 ton van SNB zuiver fosfaat wil gaan terugwinnen. Tijdens haar promotie aan de UvA (Universiteit van Amsterdam) viel het haar op dat je fosfaat op diverse manieren uit afvalstromen kan halen. De Boer zag grote voordelen in een organisch-chemische oplossing. Terwijl ze patent op het nieuwe proces aanvroeg (en kreeg), promoveerde ze in 2019 in de (synthetisch organische) chemie. Daarna startte ze SusPhos, eerst vanuit Amsterdam en vervolgens in Balk en Leeuwarden, de watertechnologiehoofdstad van Europa, om de nieuwe technologie verder te ontwikkelen.
In hun kantoor op de derde verdieping van de eens zo grote Leeuwarder Courant, nu onderdeel van Mediahuis Noord en grotendeels bezet door tal van innovatieve bedrijven, had TW een gesprek met Marissa. We kregen maximaal een uur omdat ze aansluitend een belangrijke onderhandeling over de vermarkting van hun technologie moest voeren.

Vijftien jaar geleden waren onze waterschappen al bezig met het concept van de Energiefabriek te ontwikkelen waarbij ze afvalstromen nog beter scheidden en op die manier hun energiegebruik minimaliseerden. Waarin verschilt hun aanpak van die van SusPhos?
‘De route die onze RWZI’s (rioolwaterzuiveringinstallaties) aanvankelijk namen, was via biologische processen door struviet, een kristalvormige stof waarin magnesium, stikstof en fosfaat zitten, uit de slibstroom te halen. Struviet bleek, met name in het begin, nogal slecht te vermarkten, mede omdat het niet als hoogwaardig product kon worden aangemerkt. Bovendien is het volume aan fosfaat in struviet vrij laag, in de orde van grootte van tien tot veertig procent. Wij gooiden het toen over een andere boeg door verbrand rioolslib (of vliegas) als uitgangsmateriaal voor onze technologie te nemen. Dan praat je niet over relatief kleine volumes maar over wel 35.000 tot 40.000 ton per jaar. Wij verwerken echter geen afval maar verwaarden het tot twee hoogwaardige eindproducten.’












