Jarenlang leek het vanzelfsprekend dat Nederland een voortrekkersrol zou blijven spelen in fotonische chiptechnologie. Rond Eindhoven groeide een sterk ecosysteem van onderzoeksinstellingen, startups en gespecialiseerde fabrikanten. Geïntegreerde fotonica werd een stille kracht onder energiezuinige datacenters, medische sensoren en nieuwe communicatietechnologie. Maar die comfortabele voorsprong blijkt minder vanzelfsprekend dan gedacht. Zonder gerichte investeringen en scherp beleid dreigt Nederland terrein te verliezen aan concurrenten in de Verenigde Staten en Azië.
De waarschuwing komt niet uit de lucht vallen. Acht Europese ceo’s uit de fotonica-industrie, verenigd rond PhotonDelta, slaan alarm. In een gezamenlijke whitepaper roepen zij Nederland en Europa op om snel keuzes te maken. De markt voor geïntegreerde fotonica groeit explosief. Analisten verwachten dat deze binnen vijf jaar met meer dan 350 procent toeneemt, richting een omvang van circa 65 miljard euro in 2031. Dat maakt fotonische chips tot een strategische technologie, vergelijkbaar met klassieke halfgeleiders.
Een opgebouwde voorsprong die niet vanzelf blijft
Europa, en Nederland in het bijzonder, heeft zijn koppositie te danken aan decennia van publiek onderzoek en vroege industriële investeringen. Universiteiten, kennisinstellingen en bedrijven wisten samen een technologie te ontwikkelen die fundamenteel anders werkt dan traditionele chips. Waar elektronische chips werken met elektronen, gebruiken fotonische chips licht. Dat maakt ze sneller, energiezuiniger en geschikt voor toepassingen waar warmte en energieverbruik een beperkende factor zijn.
Juist die eigenschappen maken fotonica aantrekkelijk voor sectoren als kunstmatige intelligentie, telecom en medische technologie. Datacenters kunnen met lichtsignalen veel efficiënter communiceren, terwijl medische sensoren nauwkeuriger en compacter worden. Ook in mobiliteit, landbouw en industriële automatisering groeit de rol van optische sensoren en communicatiesystemen.
Toch is technologische voorsprong geen garantie voor economisch succes. Dat bleek eerder bij andere sleuteltechnologieën. Zonder schaalvergroting en industrialisatie blijven innovaties steken in laboratoria en pilots. Volgens de ceo’s is dat risico nu reëel voor fotonische chips.
Concurrentiedruk neemt snel toe
De internationale concurrentie zit niet stil. In de VS en Azië wordt fors geïnvesteerd in productiefaciliteiten, software en verpakkingsprocessen. Met de opkomst van AI verschuift grootschalige chipproductie steeds vaker naar regio’s waar kapitaal en schaal direct beschikbaar zijn. Europa dreigt daardoor niet alleen productiecapaciteit te verliezen, maar ook kennis over testen, assemblage en toepassing.
Dat patroon herkent ook Iñigo Artundo, CEO van VLC Photonics. Europa was vijftien jaar geleden pionier in onderzoek en toegankelijkheid voor het mkb, maar ziet nu dat productie en ondersteunende activiteiten weglekken naar wereldwijde spelers. Tegelijk blijft de adoptie door eindgebruikers achter, terwijl de technologie allang volwassen is.
Chips Act was een begin, geen eindpunt
De Europese Chips Act uit 2023 legde een eerste fundament. Met steun voor een proefproductielijn kreeg de fotonische sector erkenning als onderdeel van het halfgeleiderbeleid. Maar volgens de industrie bleef het daarbij te veel bij goede intenties. Er kwam onvoldoende geld beschikbaar om op te schalen naar industriële productie.
De geplande herziening van de Chips Act, vaak aangeduid als Chips Act 2.0, is daarom een cruciaal moment. De ceo’s pleiten voor een specifiek programma voor fotonische chips, met gerichte subsidies en initiatieven. Denk aan open productieplatformen waar kleinere bedrijven toegang krijgen tot hoogwaardige faciliteiten zonder zelf honderden miljoenen te investeren. Zulke open-access foundries zijn volgens hen essentieel om innovatie om te zetten in volume.
Van onderzoek naar industrie
Opschaling vraagt meer dan alleen machines en cleanrooms. De sector wijst op het belang van sterke publiek-private samenwerking om de kloof tussen fundamenteel onderzoek en commerciële toepassingen te dichten. Ook regelgeving en financiering spelen een rol. Scale-ups en mkb-bedrijven lopen vaak vast op complexe regels en beperkte toegang tot groeikapitaal.
Talent is een tweede kritieke factor. Zonder voldoende ingenieurs, ontwerpers en procesexperts droogt de innovatie op. Investeren in opleidingen en het vasthouden van kennis binnen Europa is daarom minstens zo belangrijk als financiële steun.
Strategische autonomie als rode draad
De roep om actie past in een breder geopolitiek kader. Europa wil minder afhankelijk worden van buitenlandse technologie voor cruciale infrastructuur. Fotonische chips spelen daarin een sleutelrol, juist omdat ze nodig zijn voor energiezuinige AI-systemen, quantumtechnologie en veilige communicatie.
Volgens Eelko Brinkhoff, CEO van PhotonDelta, is het moment nu. Zonder erkenning in beleid en gerichte investeringen haalt internationale concurrentie Europa in. Johan Feenstra, CEO van SMART Photonics, benadrukt dat blijven hangen in pilots funest is. De maatschappelijke en economische voordelen zijn groot, maar vragen om concrete keuzes en tempo.
Geïntegreerde fotonica is geen belofte voor de verre toekomst meer. Het is een volwaardige halfgeleidertechnologie in een snelgroeiende markt. De vraag is niet of fotonische chips belangrijk worden, maar waar ze straks worden ontworpen, geproduceerd en toegepast.





