CERN’s Large Hadron Collider, normaal bekend om het versnellen van protonen bij bijna lichtsnelheid, komt met een verrassing van formaat en levert nu warmte aan duizenden Franse huishoudens.
Sinds half januari profiteren duizenden huizen en bedrijfspanden in het Franse Ferney-Voltaire van een wel heel bijzondere warmtebron: de Large Hadron Collider (LHC) van CERN. Normaal bekend als de krachtigste deeltjesversneller ter wereld, fungeert de LHC nu ook als gigantische boiler.
Dit is mogelijk gemaakt door een nieuw warmteterugwinningssysteem dat de restwarmte uit de koelingscircuits van de 27 kilometer lange versneller benut. Het hete water, dat normaal via koeltorens in de atmosfeer zou worden afgegeven, wordt nu via twee vijf-megawatt (MW) warmtewisselaars direct toegevoegd aan het lokale stadsverwarmingsnet.
Warmte nuttig ingezet
De aansluiting bevindt zich bij Point 8, op de Frans-Zwitserse grens nabij Prévessin-Moëns, op slechts 2,7 kilometer van Ferney-Voltaire. Hier wordt de cryogene infrastructuur gekoeld met water dat ondertussen opwarmt. Dankzij het nieuwe systeem wordt deze warmte niet verspild, maar nuttig ingezet voor huishoudens en bedrijven.
Nicolas Bellegarde, energiecoördinator bij CERN, licht toe: “Door warmte eerst terug te winnen voor het stadsverwarmingsnet, kunnen we onze ecologische voetafdruk aanzienlijk verkleinen zonder dat dit onze onderzoeksactiviteiten hindert.”

Blijft warmte leveren tijdens LCH-pauze
Het project valt samen met de Long Shutdown 3 (LS3) van de LHC, een meerjarige stilstand voor grote upgrades richting de High-Luminosity LHC. Ondanks deze pauze zullen de koelinstallaties bij Point 8 actief blijven, zodat de warmtevoorziening aan Ferney-Voltaire grotendeels door kan gaan. Tijdens LS3 kan CERN tussen 1 en 5 MW leveren, afhankelijk van onderhoud.
Jaarlijkse energiebesparing van 30 GWh
Restwarmte terugwinnen is onderdeel van een bredere energie-efficiëntiestrategie van CERN, conform ISO 50001. Andere initiatieven omvatten:
- Het Prévessin Data Centre, dat vanaf winter 2026/2027 ook verwarmd wordt met restwarmte.
- Toekomstige recuperatie van warmte uit de koeltorens bij Point 1 om gebouwen op het Meyrin-terrein van warmte te voorzien.
CERN verwacht dat deze initiatieven tegen 2027 jaarlijks 25–30 GWh energie besparen en duizenden ton CO2-uitstoot vermijden.
Win-win
Dit project laat zien dat zelfs de meest geavanceerde wetenschappelijke infrastructuur kan bijdragen aan lokale duurzaamheid en energiebesparing. Voor Ferney-Voltaire betekent dit niet alleen lagere energiekosten, maar ook een kleinere ecologische voetafdruk. Tegelijkertijd kan CERN zijn onderzoek efficiënt en verantwoord uitvoeren.
“Het is een uniek voorbeeld van hoe wetenschap en lokale gemeenschap elkaar kunnen versterken,” aldus CERN.

Waarom dit zo bijzonder is
Grote wetenschappelijke installaties verbruiken enorme hoeveelheden energie, waarvan een groot deel normaal verloren gaat als restwarmte. Door die warmte actief terug te winnen en lokaal te benutten, laat CERN zien dat zelfs energie-intensief onderzoek kan bijdragen aan lagere CO2-uitstoot en minder afhankelijkheid van fossiele energie.
De aanpak is bovendien breder toepasbaar. Ook supercomputers, datacenters en andere grootschalige onderzoeksfaciliteiten produceren continu warmte die vaak onbenut blijft. Het project bij de LHC fungeert daarmee als een mogelijke blauwdruk voor vergelijkbare initiatieven wereldwijd.
Wat ooit een puur wetenschappelijk experiment was, verwarmt nu letterlijk duizenden woningen – en bespaart tegelijkertijd duizenden ton CO2. Wetenschap, innovatie en duurzaamheid gaan zo hand in hand.





