Landen die afhankelijk zijn van geïmporteerde olie en gas schakelen ruim drie keer sneller over op schone energie dan landen die fossiele brandstoffen exporteren. Dat blijkt uit de Energy Transition Outlook 2026 van DNV. De geopolitieke spanningen rond de Straat van Hormuz versterken deze ontwikkeling.
De wereldwijde energietransitie verloopt steeds ongelijker. In China, India en Europa groeide het aandeel niet-fossiele energie in de primaire energiemix de afgelopen vijf jaar met 2,2 procentpunt. In energie-exporterende regio’s zoals het Midden-Oosten, Noord-Amerika en Rusland bedroeg die stijging slechts 0,7 procentpunt.
Volgens onderzoeks- en adviesorganisatie DNV wordt energiezekerheid een steeds belangrijkere aanjager van de energietransitie. Landen willen niet langer afhankelijk zijn van kwetsbare internationale olie- en gasleveringen.
Oliecrisis kan vraag blijvend verlagen
De verstoringen rond de Straat van Hormuz versterken deze ontwikkeling. Terwijl olie-exporteurs hun productie proberen op te voeren om tekorten op te vangen, investeren importerende landen versneld in zonne-energie, windenergie en elektrificatie.
Dat kan grote economische gevolgen hebben. DNV verwacht dat het Midden-Oosten in 2050 ongeveer 40 procent van de wereldwijde olieproductie levert. Vorig jaar rekende de organisatie nog op 50 procent.
In een scenario waarin het conflict tot 2030 voortduurt, valt de mondiale vraag naar olie en gas volgens DNV tijdelijk 4 tot 6 procent lager uit. Ook daarna blijft de vraag mogelijk structureel 2 tot 5 procent onder de basisprognose.
Batterijopslag groeit veertienvoudig
Vooral bestaande duurzame technologieën profiteren. De wereldwijd geïnstalleerde batterijcapaciteit is in vijf jaar tijd verveertienvoudigd. Zonnepanelen en windturbines op land worden bovendien steeds concurrerender.
Daarmee ontstaat een nieuwe uitdaging: het elektriciteitsnet moet de groei kunnen bijbenen. Voor Nederland is dat bijzonder relevant. Netcongestie belemmert hier al de aansluiting van bedrijven en duurzame energieprojecten. Zonder investeringen in netverzwaring, opslag en flexibel elektriciteitsverbruik dreigt de energietransitie op infrastructuur vast te lopen.
Waterstof verliest terrein, kernenergie groeit
Niet alle schone technologieën profiteren even sterk. DNV heeft zijn langetermijnverwachtingen voor waterstof en CO₂-afvang en -opslag (CCS) met respectievelijk 29 en 15 procent verlaagd ten opzichte van vorig jaar.
Kernenergie vormt een uitzondering. De wereldwijd geïnstalleerde kernenergiecapaciteit groeit volgens de prognose met 30 procent in het komende decennium en met 170 procent richting 2060.

Klimaatdoelen blijven buiten bereik
Ondanks de versnelde elektrificatie verwacht DNV dat de energiegerelateerde CO₂-uitstoot rond 2050 slechts 44 procent lager ligt dan nu. Daarmee koerst de wereld af op ongeveer 2,3 graden opwarming.
De belangrijkste verschuiving is daarmee niet alleen technologisch, maar ook geopolitiek. Waar olie-exporteurs hun inkomsten voorlopig proberen veilig te stellen, investeren hun afnemers juist in een toekomst waarin ze minder olie en gas nodig hebben.










