Voor de Britse kust staat sinds kort een offshoreplatform dat niet bedoeld is om aardgas omhoog te halen, maar om CO₂ diep onder de zeebodem op te slaan. De 4.370 ton zware constructie is een wereldprimeur en moet vanaf 2028 miljoenen tonnen industriële CO₂-uitstoot helpen terugdringen.
Op 8 oktober werd het zogeheten Douglas CCS-platform geïnstalleerd in Liverpool Bay, in de Ierse Zee tussen Engeland en Wales. Volgens energiebedrijf Eni gaat het om het eerste offshoreplatform ter wereld dat speciaal is ontworpen voor het transport en de opslag van afgevangen CO₂ uit industriële processen. Het platform vormt het hart van Liverpool Bay CCS, een grootschalig project dat onderdeel is van het Britse industriecluster HyNet.
Oude gasvelden als opslagplaatsen voor CO2
Het idee achter het project is even eenvoudig als ambitieus: CO2 die vrijkomt bij industriële processen wordt afgevangen voordat het broeikasgas de atmosfeer bereikt. Vervolgens wordt de CO2 via pijpleidingen naar het offshoreplatform getransporteerd. Vanuit daar gaat het gas naar uitgeputte aardgasreservoirs diep onder de zeebodem, waar het permanent moet worden opgeslagen.
Bijzonder is dat hiervoor grotendeels bestaande infrastructuur uit de olie- en gasindustrie wordt hergebruikt. Pijpleidingen die vroeger aardgas vervoerden, krijgen nu de omgekeerde functie. Dat bespaart niet alleen nieuwe bouwwerkzaamheden, maar maakt ook gebruik van de uitgebreide geologische kennis die al beschikbaar is over de voormalige gasvelden.
Gigantisch platform weegt 4.370 ton
De omvang van het nieuwe platform is indrukwekkend. De bovenbouw weegt 1.885 ton en rust op een stalen draagconstructie van 1.755 ton. Acht funderingspalen, samen goed voor nog eens 730 ton, verankeren het geheel stevig aan de zeebodem.
Ondanks die afmetingen werd het platform in minder dan achttien maanden na de contractverlening opgeleverd. Het volledige Liverpool Bay CCS-project is inmiddels voor ongeveer de helft voltooid.
Moet uiteindelijk 109 miljoen ton CO2 opslaan
De opslagcapaciteit moet aanvankelijk oplopen tot 4,5 miljoen ton CO2 per jaar. Na 2030 wil Eni dit uitbreiden tot maximaal 10 miljoen ton per jaar. Over de levensduur van de eerste projectfase moet uiteindelijk zo’n 109 miljoen ton CO2 worden opgeslagen.
Het project maakt deel uit van HyNet, een initiatief om de industrie in Noordwest-Engeland en Noord-Wales te verduurzamen.
Hoe veilig is dat?
Hoewel ondergrondse CO2-opslag al langer wordt toegepast, brengt de enorme schaal technische uitdagingen met zich mee. Zo moet worden voorkomen dat de druk in de reservoirs te hoog oploopt. Ook moeten oude boorputten goed zijn afgesloten en is langdurige monitoring noodzakelijk om mogelijke lekkages op te sporen. Bovendien vraagt het afvangen, comprimeren en transporteren van CO2 zelf energie. De uiteindelijke klimaatwinst hangt dus ook af van de uitstoot tijdens dat proces.
Toch kan deze technologie vooral voor cementfabrieken, staalproducenten en de chemische industrie interessant zijn. Daar is een deel van de CO2-uitstoot moeilijk te voorkomen met alleen duurzame elektriciteit. Het Britse project laat daarmee zien hoe infrastructuur uit het fossiele tijdperk een tweede leven kan krijgen in de energietransitie. Of grootschalige CO2-opslag daadwerkelijk een doorslaggevende bijdrage levert, zal moeten blijken wanneer het systeem volledig operationeel is.












