Nieuws

“China zit dichter bij de AI-top dan veel mensen denken”, zegt OpenAI CEO Sam Altman

© FotoField / Shutterstock.com / iStock.com

De wereldwijde AI race wordt steeds meer een tweestrijd tussen de Verenigde Staten en China. OpenAI topman Sam Altman noemt de vooruitgang van Chinese techbedrijven verbazingwekkend snel, terwijl hij tegelijk pleit voor internationale regels en nieuwe verdienmodellen zoals advertenties in ChatGPT.

De toon van Sam Altman is de afgelopen maanden merkbaar veranderd. Waar de aandacht lange tijd vooral uitging naar Silicon Valley en de opmars van modellen als ChatGPT en Gemini, wijst de topman van OpenAI nu nadrukkelijk naar het oosten. De vooruitgang van Chinese technologiebedrijven is volgens hem “verbazingwekkend snel”.

In gesprekken met CNBC stelt Altman dat Chinese bedrijven zich over de hele technologische keten sterk ontwikkelen. Niet alleen op het niveau van toepassingen, maar ook in chips, infrastructuur en modelontwikkeling. In sommige domeinen zitten Chinese spelers volgens hem dicht tegen de mondiale voorhoede aan. In andere lopen ze nog achter. Die nuance is belangrijk, maar de onderliggende boodschap is duidelijk: de AI race is geen exclusieve aangelegenheid meer van Amerikaanse bedrijven.

Een wedstrijd over de hele keten

De strijd om kunstmatige intelligentie draait allang niet meer alleen om het beste taalmodel. Het gaat om rekenkracht, datacenters, energievoorziening en halfgeleiders. Op dat laatste vlak probeert China zich los te maken van westerse leveranciers zoals Nvidia, waarvan de meest geavanceerde chips door exportbeperkingen niet vrij naar China mogen worden verkocht.

Als reactie stimuleert Beijing de ontwikkeling van eigen chipbedrijven. Nieuwe spelers schieten als paddenstoelen uit de grond en vinden gretig aftrek op de beurs. De combinatie van staatssteun, een enorme thuismarkt en centrale coördinatie zorgt voor een stevig tempo. Ook Brad Smith, president van Microsoft, waarschuwde dat Amerikaanse bedrijven zich bewust moeten zijn van de subsidies die Chinese concurrenten ontvangen.

Tegelijkertijd pompen investeerders ongekende bedragen in Amerikaanse AI bedrijven. Volgens data van Dealroom is er inmiddels circa 70 miljard dollar in OpenAI geïnvesteerd. Het bedrijf zou werken aan een nieuwe financieringsronde van rond de 100 miljard dollar. Dat geld is nodig om de enorme kosten van modeltraining en wereldwijde uitrol te dragen.

©  FotoField / Shutterstock.com. OpenAI CEO Sam Altman wijst op de snelle opmars van Chinese AI bedrijven en pleit tegelijk voor internationale regulering.

Groei boven winst

Altman maakt er geen geheim van dat winstgevendheid op dit moment niet de hoogste prioriteit heeft. OpenAI groeit razendsnel en wil dat tempo vasthouden, zolang de kosten per gebruiker beheersbaar blijven. Training van geavanceerde modellen vraagt om gigantische clusters van gpu’s, veel stroom en complexe koelsystemen. Ook het dagelijks beantwoorden van miljoenen gebruikersvragen kost rekenkracht.

Om nieuwe inkomstenbronnen aan te boren, onderzoekt OpenAI de mogelijkheid om advertenties in ChatGPT te tonen. Altman hint op een vorm die lijkt op Instagram, waarbij gebruikers nieuwe producten ontdekken die bij hun interesses passen. Eerst wil het bedrijf testen in de Verenigde Staten, daarna mogelijk in andere markten. Het idee markeert een verschuiving van puur abonnements en api inkomsten naar een breder consumentenmodel.

Dringende oproep tot regulering

Opvallend genoeg klinkt bij Altman naast ambitie ook bezorgdheid. Tijdens een AI top in New Delhi pleitte hij opnieuw voor internationale regulering van kunstmatige intelligentie. De technologie ontwikkelt zich volgens hem sneller dan samenlevingen kunnen bijbenen. Hij waarschuwt voor scenario’s waarin krachtige modellen misbruikt kunnen worden, bijvoorbeeld voor het ontwerpen van gevaarlijke ziekteverwekkers.

Altman ziet een internationale toezichthouder voor zich, vergelijkbaar met het Internationaal Atoomenergieagentschap, die wereldwijd toezicht houdt op nucleaire technologie. Zo’n orgaan zou moeten zorgen voor coördinatie tussen landen en snel kunnen reageren op nieuwe risico’s.

Tegelijk benadrukt hij dat AI niet in handen mag komen van één bedrijf of één land. Concentratie van zulke krachtige technologie zou volgens hem gevaarlijk zijn. Die uitspraak krijgt extra lading in een wereld waarin de geopolitieke spanningen tussen de Verenigde Staten en China oplopen en technologische blokvorming steeds zichtbaarder wordt.

De discussie over regulering speelt ook in Europa. De Franse president Emmanuel Macron pleitte recent voor strengere bescherming van minderjarigen tegen schadelijke online content en voor het labelen van door AI gegenereerde inhoud. In de Verenigde Staten klinkt juist vaker de roep om maximale vrijheid van meningsuiting op digitale platforms.

Terwijl bedrijven miljarden investeren en overheden hun strategie aanscherpen, wordt duidelijk dat de AI race meer is dan een technologisch spelletje. Het is een wedstrijd om economische macht, geopolitieke invloed en maatschappelijke normen. En volgens Altman is één ding zeker: wie China nog steeds als achtervolger ziet, kijkt niet goed genoeg.

Onderwerp:
AiBeleid

Meer relevante berichten