Achtergrond

Deze Nederlandse ingenieur wil industriële warmte goedkoper maken dan aardgas – met spiegels en zonlicht

© Suncom. De vijftig SunArcs bij kalverhouder Erik Adriaans in het Brabantse Someren.

Ze worden al decennia toegepast: duizenden parabolische spiegels die zonnestralen op een brandpunt richten om warmte van 300 tot 800 graden Celsius op te wekken. Maar waarom groot als het beter kleiner kan? ‘De truc is om het thermisch vermogen tot enkele Megawatts terug te brengen en temperaturen op 475 graden te houden terwijl je het systeem zo goedkoop maakt dat het met aardgas kan concurreren. Dat hebben wij gedaan’, vat Henk Arntz, oprichter en CEO, de filosofie van Suncom samen.

Arntz (36 jr.) is al vanaf zijn vroege jeugd gefascineerd door alles wat met energie te maken heeft. Volgens een recente publicatie in het FD maakte hij op het VWO liever sommen over waterstof dan naar de leraar te luisteren. Niet verwonderlijk studeerde hij later af aan de TU/e werktuigbouwkunde. Met de bul op zak en voortbouwend op zijn stage bij Schiphol vond Arntz zijn eerste bedrijf uit: Snocom. Sneeuwruimers op vliegvelden comprimeerden de sneeuw tot meer dan de helft van het volume, zodat bergen en opruimen veel gemakkelijker werd (daarvoor ontving hij in 2015 de ASML Young Talent Award). Schiphol, Helsinki en Parijs gebruiken ze nog steeds.

© Suncom.

Na zeven jaar was dat over, verkocht hij Snocom aan een toeleverancier en startte, na een sabbatical en korte tijd als consultant, een bedrijf dat precies het tegenovergestelde deed: warmte uit geconcentreerd zonlicht voor de industrie opwekken. Suncom. Het kwartje daarvoor viel in de snikhete zomer van 2019 toen hij voor een laatste klus in Houston, Texas, moest zijn. Buiten was het meer dan dertig graden, in de taxi dankzij de airco een aangename achttien. Op het moment dat hij uitstapte, knalde de hittegolf weer in zijn gezicht. En toen hij de lobby van zijn hotel betrad waar, net als in de taxi, een airco op volle kracht stond te blazen, liep het zweet van zijn lijf en begon hij van de weeromstuit te niezen. Wat een verspilling van energie, dacht Arntz.

Zou je die hitte niet kunnen afvangen met zwarte matten waarachter je water doorheen laat stromen? Al snel schoof hij dat idee terzijde: zulk water krijg je nooit warmer dan negentig graden omdat de hoeveelheid warmte die je door straling verliest, even groot is als de warmte die binnenkomt door de zon. Warmtepompen zijn een oplossing, daar niet van, maar die zijn al tijden op de markt. Daarmee zou hij dus geen enkel verschil kunnen maken. ‘Tijdens mijn huwelijksreis dacht ik er verder over na en pakte mijn boeken erbij’, vertelt Arntz in het kantoor van Suncom te Houten. ‘Hoe kan je zonlicht nu zo concentreren dat je veel hogere temperaturen bereikt? En dat je dit principe ook toepasbaar maakt in stedelijke, c.q. industriële gebieden?’

Beter kleiner

Zo kwam de ingenieur uit op ‘Concentrated Solar Thermal’ (of CST). Grootschalige installaties (waarbij de mens in het niet valt) concentreren zonlicht in een brandpunt, vergelijkbaar met de werking van een vergrootglas. Met die warmte – van driehonderd tot duizend graden Celsius – wordt een stoomturbine aangedreven die de thermische energie vervolgens in stroom omzet (Concentrated Solar Power of CSP).

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Wachtwoord vergeten?

Heb je geen abonnement? Abonneer
Onderwerp:
EnergieInnovatie
Nieuw op TW
Meer relevante berichten