Nieuws

Deze techniek maakt elektriciteit van warmte die fabrieken nu de vuilbak in gooien

© iStock

Een aanzienlijk deel van de energie die zware industrie gebruikt, verdwijnt uiteindelijk als restwarmte. Het Canadese Kanin Energy wil die verloren energie op grote schaal omzetten in elektriciteit. Het bedrijf heeft daarvoor tot 100 miljoen dollar aan nieuw kapitaal opgehaald.

De investering bestaat uit maximaal 50 miljoen dollar van S2G Investments en nog eens 50 miljoen van het Canada Growth Fund. Kanin Energy wil het geld gebruiken voor projecten bij onder meer staal-, cement-, metaal- en olie- en gasbedrijven in Canada en de Verenigde Staten.

Volgens Kanin kan bij industriële processen tot 58 procent van de gebruikte energie uiteindelijk als restwarmte verloren gaan. Juist daar ziet het bedrijf een grote, grotendeels onbenutte energiebron.

Stroom maken zonder extra brandstof

Kanin maakt gebruik van de organische rankinecyclus (ORC), een technologie die al tientallen jaren commercieel wordt toegepast. Het principe lijkt op dat van een klassieke stoomturbine, maar in plaats van water circuleert een organisch werkmedium met een relatief laag kookpunt.

Restwarmte uit bijvoorbeeld hete rookgassen verwarmt en verdampt deze vloeistof. De damp drijft vervolgens een turbine en generator aan, waarna het werkmedium condenseert en opnieuw door de cyclus gaat.

Het grote voordeel: voor de opgewekte elektriciteit hoeft geen extra brandstof te worden verstookt. Energie die anders via schoorstenen of koelsystemen in de omgeving terechtkomt, krijgt zo een tweede leven.

ORC is bovendien niet de enige technologie waarmee dat kan. In China draait inmiddels een commerciële superkritische CO2-centrale die 30 MW elektriciteit uit industriële warmte haalt. Daarbij wordt CO2 in plaats van een organisch werkmedium gebruikt om warmte om te zetten in stroom.

Een geothermische ORC-installatie in Duitsland. © Wikimedia Commons / CC BY-SA 3.0

Goed voor het elektriciteitsnet

Industriële bedrijven hebben steeds vaker grote aansluitingen nodig voor elektrificatie, en dat terwijl uitbreiding van de netcapaciteit jaren kan duren. Lokale elektriciteitsproductie kan de vraag aan het net beperken. Een ORC-installatie heeft daarbij een interessant voordeel ten opzichte van zon en wind: zolang het industriële proces en de warmtestroom stabiel zijn, kan de installatie continu elektriciteit produceren.

Daar staat tegenover dat niet iedere warmtestroom economisch bruikbaar is. Temperatuur, beschikbaarheid gedurende het jaar, afstand tussen warmtebron en installatie en het elektrisch rendement bepalen uiteindelijk of een project rendabel wordt.

50 megawatt aan projecten

Kanin heeft inmiddels ongeveer 50 MW aan restwarmteprojecten operationeel of in aanbouw. Een bestaande installatie levert elektriciteit aan de University of Dayton. In Weld County in de Amerikaanse staat Colorado wordt daarnaast het Mewbourn Waste Heat to Power-project ontwikkeld.

Met het nieuwe kapitaal wil Kanin niet alleen meer installaties bouwen, maar ze ook zelf financieren en exploiteren. Industriële klanten hoeven daardoor niet zelf miljoenen in de technologie te investeren, maar kunnen de geproduceerde elektriciteit als dienst afnemen.

Dat bedrijfsmodel kan minstens zo belangrijk blijken als de techniek zelf. ORC is immers geen experimentele technologie. De uitdaging is vooral om voldoende geschikte industriële warmtestromen om te zetten in projecten die technisch én financieel aantrekkelijk zijn.

Google Voeg TW.nl toe als favoriete bron op Google!
Onderwerp:
DuurzaamheidEnergie

Meer relevante berichten