Vanaf 1 januari 2027 verdwijnt de salderingsregeling en wordt het verschil tussen energieleveranciers ineens tastbaar in euro’s. Bij 2.500 kWh teruglevering kan de ene zonnepaneelbezitter bijna €100 per jaar krijgen, terwijl een ander nauwelijks iets overhoudt.
Wie zonnepanelen heeft, krijgt vanaf 1 januari 2027 te maken met een compleet andere rekensom. De salderingsregeling verdwijnt en daardoor wordt het energiecontract veel belangrijker. Bij 2.500 kWh teruglevering per jaar loopt het verschil tussen leveranciers op tot tientallen euro’s: bij Eneco blijft volgens een actuele vergelijking circa €96 over, bij Essent €77. Bij Coolblue, Delta Energie, Greenchoice en Vandebron is dat maximaal zo’n €13.
Vanaf 2027 mogen huishoudens opgewekte zonnestroom niet langer wegstrepen tegen stroom die ze op een ander moment van het net halen. Voor iedere teruggeleverde kilowattuur komt daarvoor een vergoeding in de plaats. Tot 2030 moet die vergoeding wettelijk minstens 50 procent bedragen van het kale leveringstarief, dus exclusief belastingen. Leveranciers mogen daarnaast terugleverkosten rekenen.
Verschillen lopen snel op
Juist het verschil tussen die vergoeding en de terugleverkosten wordt vanaf volgend jaar belangrijk. Energievergelijk zette de tarieven van vaste jaarcontracten naast elkaar. Bij 2.500 kWh teruglevering komt Eneco momenteel uit op ongeveer €96 netto per jaar. Vattenfall volgt met circa €88 en Essent met €77. Powerpeers zit rond €70, Budget Thuis rond €63 en Energiedirect rond €25.
Aan de andere kant van de ranglijst zijn de bedragen vrijwel verwaarloosbaar. Bij onder meer Coolblue, Delta Energie, Greenchoice en Vandebron blijft de netto vergoeding volgens dezelfde vergelijking steken op 0,25 tot 0,50 cent per kWh. Bij 2.500 kWh gaat het dan om maximaal ongeveer €13 per jaar.
Het verschil is opvallend, omdat dezelfde zonnepanelen op hetzelfde dak daarmee financieel heel anders uitpakken afhankelijk van het gekozen energiecontract.
Terugleververgoeding zegt niet alles
Alleen naar de hoogste vergoeding kijken is echter een riskante strategie. Een leverancier kan meer betalen voor zonnestroom, maar tegelijkertijd een hoger leveringstarief, hogere vaste kosten of een kleinere overstapkorting rekenen. De totale jaarrekening blijft daarom belangrijker dan één aantrekkelijk tarief.
Ook het eigen verbruik gaat vanaf 2027 zwaarder wegen. Stroom die rechtstreeks van het dak naar bijvoorbeeld een wasmachine, warmtepomp of elektrische auto gaat, passeert de energiemeter niet als afgenomen elektriciteit. Daarover betaal je dus ook geen energiebelasting of kosten aan de leverancier. De overheid noemt meer direct eigen verbruik expliciet als een van de redenen om salderen af te schaffen.
Lees ook: Dit is hoe rendabel een thuisbatterij écht is volgens 1.300 Nederlandse huishoudens
Let op bij een lopend contract
Wie al een vast energiecontract heeft dat in 2027 doorloopt, moet bovendien de eigen voorwaarden controleren. Volgens ACM ConsuWijzer mag een leverancier een vaste terugleververgoeding tijdens de looptijd niet zomaar wijzigen. Verandert een leverancier vanwege het einde van salderen wel de voorwaarden van een doorlopend contract, dan moet daarvoor een geldige wijzigingsgrond in het contract staan. In dat geval kan de consument kosteloos mogen overstappen.
Daarmee wordt de belangrijkste rekensom voor zonnepaneelbezitters komend jaar niet alleen hoeveel hun panelen produceren, maar vooral hoeveel stroom zij zelf kunnen gebruiken én wat hun leverancier voor de rest rekent.












