Het is nog toekomstmuziek, maar de toekomst is niet ver weg. Over een jaar of tien wordt kwantumcomputing interessant voor de IT, maar bijvoorbeeld ook de chemie, voorziet Christian Andersen van QuTech in Delft. Ingenieurs kunnen zich het best maar alvast voorbereiden. Bijvoorbeeld met een cursus aan zijn QuTech Academy.
Het lijkt pure science fiction. Wie het lab van QuTech in Delft binnengaat, waant zich als de Klingon Worf die voor het eerst Starship The Enterprise betreedt. Maar dan in een modernere versie van Star Trek.
Als cocons hangen metalen ketels aan het plafond. Zo’n twintig in totaal, verbonden met duizenden kabels en slangen die naar bedieningskasten leiden. Assistent hoogleraar Christian Andersen leidt me rond. Hij wijst op een kabel van zo’n 6 mm dik en zegt: “dit is eigenlijk een slang. Het transporteert informatie in de vorm van microgolven.” En hij wijst naar de kabelkast waar het slangetje heenleidt. “Hier vind je onderdelen die je ook terugvindt in een magnetron.”
Eén van de metalen omhulsels is verwijderd, het blinkende binnenste van de cocon toont zich aan de buitenwereld als een onderdeel van een buitenaards ruimteschip: vier koperen schijven, ruim een centimeter dik, verbonden door kunstzinnig gekrulde koperen buisjes. “Dit dient allemaal om de zaak te koelen”, vertelt de wetenschapper. “Daarvoor gebruiken we He-3. Een zeldzame heliumverbinding die we alleen kunnen krijgen als bijproduct van de nucleaire industrie. Daarmee koelen we de QPU terug tot tegen het absolute nulpunt: -273 graden Celsius.” Ja, een kwantumcomputer vreet energie. “Maar lang niet zoveel als een datacentrum.”
Met zijn vinger wijst hij naar een zwart plaatje onderin, minder dan een vierkante centimeter groot, waar ook alle koperen leidingen naar wijzen: “De Quantum Processing Unit.” Andersen heeft een exemplaar in een klein doosje paraat. Op het eerste gezicht lijkt het een gewone chip. Onder een microscoop bekeken, lopen er ook hier verbindingen, alleen lijken ze wel licht te geven.














