Voor het eerst sinds het Apollo-tijdperk reizen mensen weer diep de ruimte in. Met de Artemis II-missie heeft NASA een nieuw hoofdstuk geschreven: vier astronauten vlogen verder van de aarde dan ooit eerder en passeerden daarbij de achterkant van de maan.
De bemanning, bestaande uit Reid Wiseman, Victor Glover, Christina Koch en Jeremy Hansen, bereikte een afstand van ruim 406.000 kilometer van de aarde. Daarmee werd het record van Apollo 13 mission uit 1970 overtuigend verbroken.
Een vlucht buiten het bereik van de aarde
De reis begon op 1 april met een lancering vanaf het Kennedy Space Center, aan boord van de nieuwe Space Launch System-raket. Na een eerste fase in een hoge baan rond de aarde zette de Orion-capsule koers richting de maan. Met een krachtige translunaire injectie verliet het ruimtevaartuig definitief de invloed van de aarde.
Op dat moment verandert de dynamiek van de vlucht fundamenteel. De zwaartekracht van de maan begint het over te nemen, waardoor Orion in een zogenoemde vrije terugkeerbaan terechtkomt. Dat traject zorgt ervoor dat het schip automatisch terug richting aarde wordt geleid, zelfs als er geen extra motorsturing plaatsvindt.
Tijdens deze fase schakelde de communicatie over naar het Deep Space Network, het wereldwijde antennesysteem dat communicatie met ruimtevaartuigen op extreme afstand mogelijk maakt. Tegelijkertijd voerde de bemanning testen uit op navigatie, levensondersteuning en handmatige besturing.
Langs de achterkant van de maan
Het hoogtepunt van de missie vond plaats toen Orion langs de achterkant van de maan vloog, het deel dat vanaf de aarde nooit zichtbaar is. Gedurende ongeveer zeven uur observeerden de astronauten het maanoppervlak van relatief dichtbij, tot op zo’n 6500 kilometer afstand.
Ze legden onder meer kraters, oude lavavelden en scheuren in het oppervlak vast. Variaties in kleur en helderheid kunnen wetenschappers helpen om de geologische geschiedenis van de maan beter te begrijpen. Tegelijkertijd blijft er discussie onder onderzoekers hoeveel echt nieuwe kennis deze passage oplevert, aangezien veel gebieden al eerder onbemand in kaart zijn gebracht.
Tijdens de passage viel het contact met de aarde zo’n veertig minuten volledig weg. Dat moment, wanneer het ruimtevaartuig achter de maan verdwijnt vormt een belangrijke test voor de autonomie van de systemen aan boord.
Alsof dat nog niet genoeg was, kreeg de bemanning ook een zeldzaam schouwspel te zien. De maan schoof tussen de zon en het ruimtevaartuig, wat leidde tot een zonsverduistering in de ruimte. Tegelijk werden lichtflitsen waargenomen op het maanoppervlak, veroorzaakt door inslaande meteoroïden.
Verder dan ooit, maar anders dan Apollo
Hoewel Artemis II een nieuw afstandsrecord neerzet, verschilt de missie in opzet duidelijk van het Apollo-programma. Waar de Apollo-vluchten draaiden om snelheid en het demonstreren van technologische kracht, is Artemis onderdeel van een langetermijnstrategie.
De huidige missie is vooral een testvlucht met bemanning. Voor het eerst opereert de Orion-capsule met mensen aan boord in deep space. Dat levert cruciale data op over hoe systemen functioneren buiten de beschermende omgeving van de aarde.
De bemanning testte onder meer handmatige besturing, voerde systeemchecks uit en paste zich aan aan het leven in de ruimte. Ook werden nieuwe communicatiemijlpalen bereikt, zoals het verzenden van extreem lange berichten tussen aarde en bemanning.
Tegelijk heeft de missie ook een symbolische lading. Voor het eerst reist een vrouw rond de maan en ook een niet-Amerikaanse astronaut maakt deel uit van de bemanning. Daarmee is Artemis II niet alleen een technische, maar ook een culturele verschuiving in de ruimtevaart.
Emotie op afstand van de aarde
Naast techniek was er ook ruimte voor persoonlijke momenten. Tijdens de vlucht gaf de bemanning twee kraters op de maan een naam. Eén daarvan werd vernoemd naar de Orion-capsule zelf, terwijl een andere krater werd opgedragen aan de overleden vrouw van commandant Wiseman.
Na de passage langs de maan is Orion inmiddels begonnen aan de terugreis. Als alles volgens plan verloopt, eindigt de missie met een landing in de Stille Oceaan, voor de kust van Californië.
De gegevens die tijdens deze tien dagen worden verzameld, vormen de basis voor volgende stappen binnen het Artemis-programma. In de komende jaren moet dat uiteindelijk leiden tot nieuwe maanlandingen en een langdurige aanwezigheid van mensen rond en op de maan.





