Nederland wil in 2040 zo’n 40 gigawatt aan windvermogen op zee realiseren. Dat is een veelvoud van wat er nu staat en vormt een belangrijke pijler onder het nationale klimaatbeleid. Maar terwijl de turbines op zee steeds groter en talrijker worden, groeit de infrastructuur op land niet in hetzelfde tempo mee. Met name de havens dreigen een knelpunt te worden.
Dat blijkt uit nieuw onderzoek van ingenieursbureau Haskoning, uitgevoerd in opdracht van RVO en TKI Offshore Energy. De conclusie is helder: rond 2030 zal de vraag naar geschikte kades, opslagruimte en installatiefaciliteiten groter zijn dan het aanbod. En die spanning blijft naar verwachting tot minstens 2040 bestaan.
Grotere turbines, zwaardere eisen
De offshore sector is in korte tijd drastisch veranderd. Turbines van 15 tot 20 megawatt worden de norm. Rotorbladen van meer dan honderd meter lang en fundaties van duizenden tonnen vragen om diepe havens, zware kades en uitgestrekte opslagterreinen. Niet iedere haven is daar automatisch geschikt voor.

Waar havens vroeger vooral draaiden om containeroverslag of bulkstromen, moeten ze nu functioneren als logistieke draaischijf voor megacomponenten. Dat vraagt om andere inrichting, andere planning en vooral ruimte. Juist die ruimte is schaars in een land waar elke vierkante meter meerdere functies heeft.
Volgens het rapport ontstaat er al rond 2030 een tekort aan geschikte faciliteiten voor assemblage en tijdelijke opslag van turbineonderdelen. Dat kan leiden tot vertraging bij de uitrol van nieuwe windparken op de Noordzee.
Succes als complicerende factor
Een opvallende factor is dat Nederlandse havens internationaal sterk gepositioneerd zijn. Ze bedienen niet alleen projecten voor de eigen kust, maar ook in België, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. In 2026 gaat zelfs het merendeel van de beschikbare capaciteit naar buitenlandse projecten, simpelweg omdat er tijdelijk minder Nederlandse bouwactiviteiten zijn.
Dat onderstreept de internationale verwevenheid van de offshore sector. Tijdens de North Sea Summit benadrukten regeringsleiders van Noordzeelanden al dat samenwerking essentieel is om gezamenlijke windambities waar te maken. Zonder betere afstemming tussen landen dreigt haveninfrastructuur de zwakste schakel te worden in een verder ambitieuze energieketen.
Meer dan alleen bouw
De druk op havens beperkt zich niet tot de aanleg van nieuwe windparken. Ook het onderhoud van bestaande parken vraagt om gespecialiseerde faciliteiten en logistieke ondersteuning. Daarnaast nadert de eerste generatie offshore windparken langzaam het einde van de levensduur. Rond 2035 komt ontmanteling op gang, wat opnieuw beslag legt op kades, opslagruimte en verwerkingscapaciteit.
De energietransitie is daarmee geen tijdelijke bouwgolf, maar een langdurige industriële operatie. Havens worden structureel onderdeel van het energiesysteem.
Innovatie als hefboom
Het rapport wijst op vijf innovatiegebieden die de efficiëntie van havens kunnen vergroten. Denk aan slimme planningssoftware, digitale logistieke systemen en een betere benutting van beschikbare ruimte. Door processen te optimaliseren kunnen meer megawatts per hectare worden verwerkt.
Digitalisering speelt hierin een sleutelrol. Met realtime inzicht in logistieke stromen kunnen wachttijden worden verkort en overslag beter worden gepland. Ook modulaire opslagconcepten en slimmere combinaties van transport over water en weg kunnen ruimte besparen.
Innovatie alleen is echter niet voldoende. Nieuwe of versterkte kades, diepere vaargeulen en extra opslagterreinen blijven noodzakelijk om de groei van offshore wind op te vangen. Het rapport pleit daarom voor een tweesporenaanpak: investeren in fysieke infrastructuur én in technologische vernieuwing.
Publieke middelen als katalysator
Bestaande subsidieregelingen zoals EKOO, MOOI en DEI+ kunnen volgens de onderzoekers helpen om innovaties te versnellen. Gerichte inzet van publieke middelen kan de kloof tussen vraag en aanbod verkleinen, mits projecten strategisch worden geselecteerd.
De uitdaging is om nu keuzes te maken die over tien tot vijftien jaar nog steeds relevant zijn. Wind op zee ontwikkelt zich snel, net als de technologie eromheen. Havens die vandaag worden aangepast, moeten bestand zijn tegen nog grotere turbines en hogere volumes in de toekomst.
Nederland beschikt over een sterke maritieme sector en een goed georganiseerde offshore keten. De vraag is niet of de kennis aanwezig is, maar of investeringen op tijd plaatsvinden. De energietransitie op zee wordt uiteindelijk niet alleen bepaald door wat er op de Noordzee gebeurt, maar ook door wat er op de kade mogelijk is.





