Nieuws

Sabic stoot Nederlandse chemiefabrieken af terwijl zorgen over Chemelot groeien

© Sabic

Sabic verkoopt zijn fabrieken in Geleen en Bergen op Zoom aan Duitse investeringsmaatschappijen. De deal past in een wereldwijde herstructurering, maar voedt de zorgen over werkgelegenheid, hoge energiekosten en de toekomst van Chemelot als chemisch cluster.

De aankondiging kwam voor velen als een verrassing. Sabic, een van de grootste chemiebedrijven ter wereld, verkoopt zijn Nederlandse productielocaties in Geleen en Bergen op Zoom aan Duitse investeerders. Daarmee wisselen twee belangrijke schakels in de Nederlandse chemische industrie van eigenaar, terwijl werknemers, vakbonden en regionale bestuurders zich afvragen wat dit betekent voor de toekomst van Chemelot en de bredere industriële basis.

De petrochemische activiteiten van Sabic in Europa en de Verenigde Staten worden overgenomen door investeringsmaatschappij Aequita. Tegelijkertijd gaat de thermoplasticdivisie, waaronder de fabriek in Bergen op Zoom, naar investeringsfonds Mutares. Samen zijn de transacties goed voor circa 950 miljoen dollar, omgerekend zo’n 814 miljoen euro. De afronding staat gepland voor het vierde kwartaal van 2026, mits toezichthouders akkoord gaan en Sabic zijn Europese activiteiten juridisch afsplitst.

Twee fabrieken, veel toepassingen

In Geleen werken ongeveer 900 mensen aan de productie van polyetheen en polypropeen. Deze kunststoffen vormen de basis voor een breed scala aan toepassingen, van auto-onderdelen en verpakkingsfolie tot huishoudelijke producten. In Bergen op Zoom, waar zo’n 750 medewerkers actief zijn, draait het vooral om hoogwaardige kunststofgrondstoffen zoals noryl, die worden gebruikt in coatings en technische kunststoffen.

Hoewel het om verschillende productielijnen gaat, zijn beide fabrieken diep verweven met hun omgeving. Vooral op het industrieterrein Chemelot is die onderlinge afhankelijkheid groot. Reststromen van de ene fabriek dienen vaak als grondstof voor de andere. Juist die ketenwerking maakt het terrein efficiënt, maar ook kwetsbaar.

Optimaliseren in een lastige markt

Volgens Sabic past de verkoop in een optimalisatieprogramma dat in 2022 werd aangekondigd. Net als veel andere chemieconcerns kampt het bedrijf met een zwakke vraag, hoge kosten en toenemende internationale concurrentie. Door activiteiten met relatief lage marges af te stoten, wil het concern kapitaal vrijmaken voor winstgevendere segmenten en nieuwe investeringen.

Dat is geen geïsoleerd besluit. De Europese chemische sector staat al langer onder druk door hoge energieprijzen en strengere regelgeving. In de Verenigde Staten liggen de energiekosten voor zware industrie naar schatting vier keer lager dan in Europa. Voor Nederlandse fabrieken komt daar nog bij dat zij vaak meer betalen dan concurrenten in Duitsland, België of Frankrijk.

Vakbonden overvallen en bezorgd

De aankondiging leidde vrijwel direct tot onrust onder werknemers en vakbonden. CNV gaf aan volledig verrast te zijn door het nieuws en maakt zich zorgen over de intenties van de nieuwe eigenaren. Vakbondsbestuurders willen zo snel mogelijk in gesprek met Aequita en Mutares om duidelijkheid te krijgen over hun plannen.

De vrees is dat investeringsmaatschappijen vooral kijken naar korte termijn rendement. Dat kan betekenen dat onderdelen worden afgesplitst, gereorganiseerd of doorverkocht. Tegelijkertijd benadrukken sommige experts dat de overname ook lucht kan geven. Sabic overwoog eerder om delen van zijn Europese petrochemische activiteiten te sluiten. In dat licht bezien houdt de verkoop de fabrieken voorlopig open.

Domino-effect op Chemelot

De timing van de verkoop maakt de zorgen extra groot. In de regio werden vorig jaar al fabrieken voor nylongrondstoffen gesloten, wat het vertrouwen in de toekomst van Chemelot geen goed deed. Omdat bedrijven op het terrein sterk van elkaar afhankelijk zijn, kan het wegvallen van één speler een kettingreactie veroorzaken.

Die angst voor een domino-effect wordt gedeeld door regionale bestuurders en industrievertegenwoordigers. Sabic geldt sinds de overname van DSM-activiteiten in 2002 als een van de pijlers van Chemelot. Een verzwakking of gedeeltelijke ontmanteling van die positie zou gevolgen hebben voor toeleveranciers, afnemers en infrastructuur op het terrein.

Concurrentiekracht onder druk

De verkoop van de Sabic-fabrieken legt een breder probleem bloot. De zware chemische industrie in Europa verliest terrein ten opzichte van regio’s met lagere kosten en minder beperkingen. China investeert grootschalig in nieuwe chemische capaciteit, terwijl de Verenigde Staten profiteren van goedkope energie en een actief industriebeleid.

Oplossingen worden gezocht in elektrificatie, waterstof en circulaire grondstoffen, maar die transitie vraagt tijd en geld. Voor waterstof zijn bijvoorbeeld nieuwe pijpleidingen nodig, terwijl subsidies vaak botsen met Europese staatssteunregels. Zonder structurele verbetering van de randvoorwaarden blijft de concurrentiepositie van locaties als Chemelot kwetsbaar.

Sabic benadrukt dat het zich na de verkoop niet volledig terugtrekt uit Europa. Het concern wil via export ‘strategische toegang’ behouden tot Europese en Amerikaanse markten. Tegelijkertijd is het symbolisch dat het hoofdkantoor eerder al van Sittard-Geleen naar Amsterdam verhuisde. Voor veel werknemers en omwonenden voelt de verkoop dan ook als de volgende stap in een geleidelijke afbouw van de lokale aanwezigheid.

Onderwerp: Chemie

Meer relevante berichten

Nieuwsbrief
Relevante berichten