Europa wil de industrie tegemoetkomen door het emissiehandelssysteem te versoepelen. Maar de winst blijkt beperkt: tegenover 2,9 gigaton extra CO2-uitstoot staat slechts een kleine daling van de energiekosten.
De Europese Commissie wil de klimaatregels voor de industrie versoepelen, maar dat heeft een stevige prijs. Aanpassingen aan het Europese emissiehandelssysteem (EU-ETS) kunnen tot 2050 leiden tot 33 procent meer CO2-uitstoot. Daar staat slechts een beperkte daling van de kosten voor bedrijven tegenover, blijkt uit nieuw onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).
2,9 gigaton extra CO2
Het EU-ETS verplicht energiebedrijven en grote industriële uitstoters om voor iedere ton CO2 een emissierecht in te leveren. Doordat het aantal beschikbare rechten geleidelijk afneemt, wordt uitstoten duurder en moeten investeringen in bijvoorbeeld elektrificatie, waterstof en CO2-opslag aantrekkelijker worden.
Brussel wil het systeem nu versoepelen om de concurrentiepositie van de Europese industrie te verbeteren. CPB en PBL berekenden echter dat de voorgestelde wijzigingen tot 2050 kunnen zorgen voor 2,9 gigaton extra CO2-uitstoot binnen het ETS. Het gaat daarbij om de energie-intensieve industrie, elektriciteitsproductie, scheepvaart en luchtvaart.
Bijna 80 procent van die extra uitstoot ontstaat door verruiming van het emissieplafond. In de voorstellen schuift het moment waarop geen nieuwe emissierechten meer worden uitgegeven, bij lineaire doortrekking op van 2039 naar 2047.
Industrie bespaart relatief weinig
Het opvallende is dat daar geen vergelijkbaar groot financieel voordeel tegenover staat. Door het grotere aanbod kan de prijs van emissierechten volgens de onderzoekers ongeveer 14 procent lager uitvallen. Voor een industrieel bedrijf dat aardgas gebruikt, staat dat gelijk aan ongeveer 2 euro per MWh lagere kosten. Dat is slechts circa 3 procent van de huidige hoge gasprijs.
De versoepeling lijkt daarmee een lastige afruil: een relatief kleine kostenbesparing wordt gekocht met aanzienlijk meer uitstoot.
CO2-prijs wordt minder voorspelbaar
Er is nog een nadeel. De Europese Commissie wil ook de marktstabiliteitsreserve (MSR) aanpassen. Die reserve is bedoeld om overschotten aan emissierechten op te vangen en zo grote marktverstoringen tegen te gaan. Door overtollige rechten niet langer permanent uit de markt te halen, kan die buffer volgens CPB en PBL eerder uitgeput raken. Daardoor kan de CO2-prijs juist sterker gaan schommelen.
Dat is relevant voor de industrie. Investeringen in elektrificatie, groene waterstof of CO2-afvang hebben vaak een lange terugverdientijd. Een minder voorspelbare CO2-prijs maakt de businesscase voor zulke miljardeninvesteringen moeilijker te berekenen.
Nederland moet nog een standpunt innemen over de wijzigingen. Ondertussen wordt in Brussel verder onderhandeld over de toekomst van wat jarenlang als de hoeksteen van het Europese klimaatbeleid gold.













