Na een half jaar ontwerpen, startte begin februari de productiefase voor de teamleden van Solar Team Twente. Twee maanden later begint de auto al steeds meer zijn vorm te krijgen. Na vier weken extern te hebben gezeten bij Koninklijke NLR in Marknesse en Stork Thermeq in Hengelo, opereert het team nu bij Fokker in Papendrecht voor de volgende fase in het productieproces.
Tijdens het productieproces bouwen de studenten van Universiteit Twente en Hogeschool Saxion – aan de shell en de structurele componenten in en aan de auto. Dit doen ze voornamelijk met materialen als aluminium, carbon en rohacell. Van deze materialen bouwen ze de torsiebox, de ‘shell’ van de auto en de ribben die het geheel van stevigheid voorzien.
De shell
De buitenkant van de auto wordt ook wel de shell genoemd. Met behulp van CAD software werkt een drietal aerodynamica engineers ruim vijf maanden aan de vorm van deze shell. Dit deden ze om de hoeveelheid luchtweerstand tijdens het rijden, zo laag mogelijk te houden. “Op een afstand van 3000 kilometer – zoals bij de race in Australië – is een zo laag mogelijke luchtweerstand van de auto, essentieel voor het eindresultaat.” Vertelt aerodynamisch ingenieur Bart Mol.
Samen met teamgenoten Melle, Lars en Jessica werkte Bart ruim zes weken aan de voorbereiding op de productie van de shell. Voordat de shell uit carbon gevormd kan worden, moesten er eerst mallen gebouwd worden. Hiervoor bouwden de teamleden een oven van 7,5 bij 3 meter om met behulp van verspaande pluggen en carbon de mallen te produceren. Nu de mallen af zijn verblijven Bart en zijn teamgenoten voor twee maanden in Papendrecht. Hier leggen ze carbon in de mallen en bakken deze af in een autoclaaf.












