Flexibele stroomcontracten moeten bedrijven helpen om het overvolle elektriciteitsnet beter te benutten. Toch krijgt netbeheerder Enexis nauwelijks bedrijven zover om mee te doen. Slechts 3 tot 5 procent van de benaderde ondernemingen gaat op het aanbod in, terwijl duizenden bedrijven wachten op extra stroomcapaciteit.
Het Nederlandse elektriciteitsnet loopt op steeds meer plaatsen tegen zijn grenzen aan. Bedrijven kunnen niet uitbreiden, nieuwe aansluitingen laten op zich wachten en ook woningbouwprojecten ondervinden hinder. Netbeheerders investeren miljarden in nieuwe kabels en transformatorstations, maar zoeken ondertussen naar manieren om de bestaande infrastructuur slimmer te gebruiken.
Een daarvan is het flexibele stroomcontract. Bedrijven spreken met hun netbeheerder af dat ze op drukke momenten minder elektriciteit afnemen of terugleveren. Daar staat een financiële vergoeding tegenover.
In de praktijk blijkt die constructie weinig aantrekkelijk. Volgens Enexis-topman Rutger van der Leeuw accepteert slechts 3 tot 5 procent van de bestaande bedrijven die worden benaderd een flexibele oplossing. Daarmee komt ongeveer 0,7 procent van het gevraagde flexibele vermogen beschikbaar.
Waarom bedrijven niet staan te springen
Het probleem is dat het elektriciteitsnet niet voortdurend maximaal wordt belast. Vooral tijdens piekuren ontstaan knelpunten. Buiten die momenten is er vaak nog capaciteit beschikbaar. Door industriële processen te verschuiven, elektrische vrachtwagens op rustigere momenten op te laden of batterijen in te zetten, kunnen bedrijven helpen die pieken af te vlakken. Dat maakt het mogelijk om meer gebruikers op hetzelfde netwerk aan te sluiten.
Maar voor ondernemingen is dat niet altijd eenvoudig. Productieprocessen laten zich niet zomaar onderbreken en investeringen in batterijen of energiemanagementsystemen kosten geld. Bovendien willen bedrijven voorkomen dat ze transportcapaciteit afstaan die ze later zelf nodig hebben.
Enexis erkent in zijn jaarverslag dat bestaande klanten de contracten vaak te ingewikkeld vinden. Ook de onzekerheid over toekomstige capaciteitsbehoeften speelt een rol.
Groot verschil tussen vraag en aanbod
Opvallend is dat er aan de andere kant van het probleem juist veel belangstelling bestaat voor flexibel stroomgebruik. Volgens een eigen inschatting van Enexis zou ongeveer 87 procent van de bedrijven op de wachtlijst met een flexibele oplossing geholpen kunnen worden.
Die bedrijven willen extra capaciteit, terwijl bestaande klanten ruimte moeten vrijmaken om dat mogelijk te maken. Juist die laatste groep blijkt moeilijk te overtuigen.
Dat flexibel netgebruik technisch wel degelijk iets kan opleveren, blijkt uit eerdere resultaten. In 2025 wist Enexis 542 megawatt aan extra netcapaciteit beschikbaar te maken. Daarvan kwam 174 megawatt voort uit flexibele contracten. De rest werd gerealiseerd door bestaande reservecapaciteit van het netwerk beter te benutten.
Toezichthouder wil versnelling
Ook de Autoriteit Consument & Markt (ACM) vindt dat de invoering van flexibele contracten onvoldoende opschiet. De toezichthouder maakte daarom in juni bindende afspraken met netbeheerders over een betere inzet van congestiemanagement en flexibele transportrechten.
Enexis werkt inmiddels met een nieuwe contractvorm: het capaciteitssturingscontract. Daarmee kunnen bedrijven hun stroomafname of teruglevering niet alleen verminderen, maar waar nodig ook verhogen.
Dat kan op vaste tijdstippen of op verzoek van de netbeheerder. Bij inzet op afroep ontvangen bedrijven een dag van tevoren bericht. De vergoeding kan bestaan uit een vast maandbedrag, een betaling voor de daadwerkelijk ingezette flexibiliteit of een combinatie daarvan.













