Nieuws

Stekkerdozen op zee en zwaardere kabels op land: zo wil TenneT het stroomnet versnellen

© TenneT. TenneT werkt aan zwaardere verbindingen om piekbelasting en netcongestie te verminderen.

Het Nederlandse elektriciteitsnet loopt steeds vaker vast. Bedrijven die willen uitbreiden komen op wachtlijsten terecht, woonwijken kunnen niet worden aangesloten en investeringsplannen verdwijnen in de koelkast. In een uitgebreid interview met De Telegraaf schetst Manon van Beek, topvrouw van TenneT, hoe groot de druk op het hoogspanningsnet inmiddels is en waarom het probleem niet meer is op te lossen met alleen extra kabels en transformatoren.

Volgens Van Beek vraagt de energietransitie om een fundamenteel andere aanpak van het elektriciteitssysteem. Terwijl de vraag naar stroom explosief groeit door elektrificatie van industrie, mobiliteit en gebouwde omgeving, stuit de bestaande infrastructuur op fysieke, ruimtelijke en maatschappelijke grenzen. Dat maakt een nieuwe generatie stroomnet onvermijdelijk, met zwaardere verbindingen op land, grootschalige verdeelstations op zee en een grotere rol voor flexibiliteit en opslag.

Die verlichting is echter niet overal voelbaar. Het stroomnet zit vooral tijdens piekmomenten vol, vergelijkbaar met files op de weg. Met een relatief kleine verschuiving in gebruik kan al veel worden gewonnen. Bedrijven die flexibel omgaan met hun elektriciteitsvraag en bijvoorbeeld productie verplaatsen naar daluren, krijgen daarom forse tariefkortingen die kunnen oplopen tot 65 procent. In ruil daarvoor garandeert TenneT het grootste deel van de tijd capaciteit, terwijl het net op piekmomenten wordt ontlast.

Een nieuwe generatie infrastructuur

Zelfs met deze flexibiliteit loopt het huidige systeem tegen grenzen aan. De komende jaren kan TenneT nog enkele zware 380 kV-verbindingen aanleggen, maar daarna wordt het lastig. Ruimte is schaars en maatschappelijke weerstand tegen nieuwe masten neemt toe. Daarom kijkt de netbeheerder verder vooruit. Een belangrijk spoor is het gebruik van hogere spanningen en zware gelijkstroomverbindingen, vergelijkbaar met wat in Duitsland al gebeurt.

Op zee krijgt die strategie een spectaculaire vorm. Nieuwe platforms fungeren als enorme verdeelstations waar stroom van meerdere windparken samenkomt. Van Beek omschrijft ze als stekkerdozen zo groot als voetbalstadions. Waar de huidige generatie offshore platforms ongeveer 700 megawatt aankan, wordt nu standaard gemikt op platforms van 2 gigawatt. Dat betekent met minder installaties toch veel meer capaciteit.

Die zeekabels worden niet alleen aan land gebracht, maar meteen gekoppeld aan verbindingen diep het binnenland in. Zo ontstaat een directe snelweg voor elektriciteit van zee naar industrie en stedelijke gebieden. Door vraag en aanbod dichter bij elkaar te brengen, kan de behoefte aan extra netten beperkt blijven.

Opslag en standaardisatie

Naast transport speelt opslag een steeds grotere rol. Batterijen en andere vormen van energieopslag kunnen pieken afvlakken en het net ontlasten. Zodra voldoende opslag beschikbaar is, hoeft niet elke extra kilowatt direct via nieuwe kabels te worden vervoerd. Dat maakt het systeem robuuster en flexibeler.

Ook de manier van bouwen verandert. Vanaf 2026 wil TenneT samen met bouwpartners hoogspanningsstations grotendeels gestandaardiseerd uit de fabriek laten komen. Die aanpak levert volgens de netbeheerder nu al zo’n dertig procent tijdwinst op bij de aanleg van nieuwe installaties. Het is een poging om de bouwfase zo efficiënt mogelijk te maken, al blijft die slechts een klein deel van de totale doorlooptijd.

Vergunningen als grootste bottleneck

De echte vertraging zit niet in techniek, maar in procedures. Voor een nieuw hoogspanningsstation of een nieuwe verbinding is acht tot twaalf jaar nodig. Slechts een vijfde daarvan wordt daadwerkelijk gebouwd. De rest gaat op aan vergunningen, inspraak, bezwaarprocedures en grondaankopen. In een dichtbevolkt land concurreren energieprojecten met woningbouw, natuur en defensie.

Samen met het ministerie van Klimaat en Groene Groei werkt TenneT aan een versnellingspakket dat de doorlooptijd moet halveren. Inspraak blijft mogelijk, maar dan in één keer goed, zonder herhaling van zetten. Dat is volgens Van Beek noodzakelijk om te voorkomen dat de energietransitie vastloopt op haar eigen regels.

Elektriciteit als strategische factor

De schaal van de investeringen is enorm, maar volgens TenneT vallen de kosten in het niet bij de schade van stilstand. Een overbelast stroomnet remt economische groei, innovatie en verduurzaming. Steeds vaker wordt elektriciteit gezien als kwetsbare en strategische infrastructuur, vergelijkbaar met waterveiligheid of digitale netwerken.

Die gedachte leeft niet alleen nationaal, maar ook Europees. Minder afhankelijk worden van buitenlandse energie en grondstoffen vraagt om een robuust eigen elektriciteitssysteem. De miljarden die nu in het net worden gestoken, zijn volgens TenneT geen luxe, maar een voorwaarde om industrie, woningbouw en klimaatambities overeind te houden.

Ondanks alle maatregelen blijft de boodschap eerlijk: het stroomnet kan niet in een paar jaar worden omgebouwd. De vraag groeit sneller dan de infrastructuur kan bijbenen. Wat wel verandert, is de aanpak. Met grotere stappen op zee, zwaardere verbindingen op land, meer flexibiliteit en opslag ontstaat langzaam een elektriciteitssysteem dat beter past bij een v

Onderwerp:
EnergieEnergietransitie

Meer relevante berichten

Nieuwsbrief
Relevante berichten