Nieuws

Benzine en diesel zonder ruwe olie bij slechts 200°C: nieuwe methode is “veelbelovend voor de industrie”

benzine en diesel zonder olie
Representatieve afbeelding. © iStock

Onderzoekers van het Oak Ridge National Laboratory hebben een nieuw chemisch proces ontwikkeld waarmee plastic afval bij lage temperatuur kan worden omgezet in benzine en diesel, zonder dat ruwe aardolie nodig is als grondstof.

Onderzoekers van het Amerikaanse Oak Ridge National Laboratory (ORNL) hebben een nieuwe methode ontwikkeld om polyethyleen—het meest geproduceerde plastic ter wereld—om te zetten in brandstofcomponenten zoals benzine en diesel.

Polyethyleen zit in producten als plastic tassen, verpakkingen en huishoudelijke materialen en staat bekend als moeilijk te recyclen. Juist dat maakt deze doorbraak interessant: in plaats van het materiaal mechanisch te hergebruiken, wordt het chemisch afgebroken tot bruikbare koolwaterstoffen.

De onderzoekers publiceerden hun bevindingen in Journal of the American Chemical Society. Daaruit blijkt dat deze omzetting mogelijk is onder veel mildere omstandigheden dan bij bestaande technieken. Daarnaast is de technologie inmiddels ook vastgelegd in een patentaanvraag.

Een echte gamechanger

Traditionele chemische recycling, zoals pyrolyse, vereist temperaturen tot ongeveer 500°C. Dat maakt het proces energie-intensief en kostbaar. De nieuwe ORNL-methode werkt rond de 200°C. Dat is niet alleen een technisch gigantisch verschil, maar ook een economische.

Lagere temperaturen betekenen minder energieverbruik, minder slijtage van installaties en mogelijk lagere operationele kosten. In een sector waar marges vaak onder druk staan, kan dat het verschil maken tussen een experimentele technologie en een industrieel toepasbare oplossing.

Gesmolten zout als chemische motor

De sleutel tot het proces ligt in een mengsel van aluminiumchloride-houdende gesmolten zouten. Deze zouten fungeren niet als passieve drager, maar als actieve speler in de reactie. Ze blijven stabiel onder extreme omstandigheden en creëren lokaal sterk zure zones waar de lange polymeerketens van plastic worden “gekraakt” in kleinere moleculen.

Je kunt het zien als een soort chemische versneller zonder klassieke katalysatoren of externe waterstoftoevoer—iets wat in veel bestaande recyclingprocessen wel nodig is.

In gesmolten zouten met aluminiumchloride wordt polyethyleen bij minder dan 200°C omgezet in benzineachtige koolwaterstoffen. © Journal of the American Chemical Society / ORNL

Benzine of diesel? Het plastic bepaalt

Een interessant detail is dat de uiteindelijke brandstofmix afhangt van de structuur van het oorspronkelijke plastic. Eenvoudiger afgebroken ketens leiden vaker tot benzineachtige fracties, terwijl complexere structuren verschuiven richting dieselachtige producten.

Met andere woorden: hetzelfde proces kan verschillende brandstoffen opleveren, afhankelijk van hoe het plastic zich op moleculair niveau gedraagt tijdens de reactie.

Verrassend hoge opbrengst

Onder relatief milde omstandigheden rapporteerden de onderzoekers een opbrengst tot ongeveer 60% benzineachtige fracties. Dat is opvallend hoog voor een eerste generatie van dit type proces. Misschien nog belangrijker is wat er níet nodig is: geen edelmetalen als katalysator, geen organische oplosmiddelen en geen externe waterstofbron.

Dat maakt het systeem potentieel goedkoper en eenvoudiger schaalbaar dan veel alternatieven in chemische recycling.

Hoe het plastic letterlijk ‘uit elkaar valt’

Om te begrijpen wat er precies gebeurt, gebruikten onderzoekers een combinatie van geavanceerde analysetechnieken, waaronder neutronenverstrooiing, isotopenlabeling, NMR en soft X-ray spectroscopie.

Daaruit bleek dat aluminiumatomen zich hechten aan de polymeerketens en zogenoemde “zure hotspots” vormen. Op die plekken worden de lange ketens instabiel en breken ze snel af. Dit verklaart ook waarom het proces relatief gecontroleerd verloopt in plaats van chaotische ontbinding zoals bij sommige thermische methodes.

Potentieel voor industriële opschaling

Omdat het proces geen extreem hoge temperaturen of dure chemicaliën vereist, wordt het door onderzoekers gezien als een kandidaat voor opschaling in industriële recyclinginstallaties.

Onderzoeker Liqi Qiu zegt: “Polymeergrondstoffen zijn in overvloed aanwezig in consumentenafval, en ons katalysatorsysteem is erg goedkoop. Deze doorbraak kan veelbelovend zijn voor de industrie.”

In theorie zou dit kunnen betekenen dat plastic afvalstromen in de toekomst niet alleen worden verwerkt tot secundaire materialen, maar direct worden omgezet in brandstoffen die opnieuw in de bestaande infrastructuur passen. Toch is dat nog geen realiteit.

Het gesmolten-zoutproces dat plastic afval omzet in vloeibare brandstoffen, die volgens onderzoekers potentieel schaalbaar is voor industriële installaties. © ORNL / U.S. Department of Energy

Instabiele zouten zijn de boosdoener

Een van de grootste uitdagingen is dat de gebruikte aluminiumhoudende zouten hygroscopisch zijn: ze trekken vocht uit de lucht aan. Dat kan hun stabiliteit aantasten en het proces verstoren.

De onderzoekers werken daarom aan oplossingen om deze zouten beter te beschermen, bijvoorbeeld via afscherming of materiaaloptimalisatie.

Tussen oplossing en paradox

De technologie komt op een moment waarop de wereld worstelt met een groeiende plasticafvalberg. Zonder ingrijpen kan de hoeveelheid plastic wereldwijd richting 2060 bijna verdrievoudigen. Tegelijkertijd blijft de uitkomst van dit soort technologieën dubbel: het vermindert afval, maar levert opnieuw fossiele brandstoffen op in chemische vorm.

De belangrijkste winst van deze methode zit niet alleen in de productie van brandstof, maar in de verschuiving die het suggereert: plastic wordt niet langer alleen gezien als afval, maar als chemische grondstof.

Of dat op grote schaal duurzaam uitpakt, hangt uiteindelijk af van twee factoren: energie-efficiëntie bij opschaling en de rol die deze brandstoffen nog mogen spelen in een wereld die juist wil elektrificeren.

Onderwerp:
EnergieInnovatie

Meer relevante berichten