Nieuws

Gamechanger voor waterstof: brandstofcel draait zonder water bij 250 °C

Brandstofcel
© iStock / Monsah University

Onderzoekers hebben een ultradunne membraan ontwikkeld die een van de grootste beperkingen van waterstofbrandstofcellen doorbreekt: de afhankelijkheid van water. Dankzij deze doorbraak kunnen brandstofcellen nu werken bij extreem hoge temperaturen tot 250 °C, wat de weg vrijmaakt voor veel bredere toepassingen in transport, industrie en energieopslag.

Onderzoekers van Monash University hebben een nieuwe generatie ultradunne membranen ontwikkeld die waterstofbrandstofcellen laten functioneren onder omstandigheden waar bestaande technologie volledig faalt. Volgens de studie, gepubliceerd in Science Advances, blijkt dat deze nanoschaalstructuren in staat zijn om protonen razendsnel te transporteren zonder dat daar water voor nodig is, zelfs bij temperaturen tot 250 °C.

Groot probleem eindelijk doorbroken

Brandstofcellen worden al jaren gezien als een sleuteltechnologie in de energietransitie. Ze zetten waterstof om in elektriciteit zonder CO₂-uitstoot, met enkel water en warmte als bijproducten. Toch bleef grootschalige toepassing beperkt door één hardnekkig probleem: conventionele membranen hebben water nodig om protonen te transporteren.

Zodra de temperatuur stijgt, verdampt dat water en stort de prestatie van het systeem in. Daardoor moesten brandstofcellen koel en gecontroleerd blijven werken, wat de efficiëntie en schaalbaarheid ernstig beperkte.

Nanotechnologie als oplossing

Het Australische onderzoeksteam pakt dit probleem fundamenteel anders aan. Ze ontwikkelden atomair dunne nanosheets van graphene en boornitride, waarin fosforzuur op nanoschaal wordt opgesloten. Dit zorgt voor een compleet nieuw transportmechanisme voor protonen.

In plaats van water als transportmedium, bewegen protonen via directe routes in de nanosheets en via een zogenoemd “hopping”-mechanisme door het fosforzuur. Dit maakt het systeem niet alleen waterloos, maar ook stabiel bij veel hogere temperaturen dan voorheen mogelijk was.

Deze ultradunne nanosheets maken protontransport mogelijk zonder water, zelfs bij temperaturen tot 250 °C. © Monsah University

Een volledig nieuw werkgebied voor brandstofcellen

In laboratoriumtests bleven de membranen stabiel en efficiënt functioneren tot 250 °C. Dat is een belangrijke mijlpaal, want hogere temperaturen betekenen in de praktijk vaak een hogere efficiëntie, snellere reacties en betere integratie met industriële processen.

Daarnaast kunnen systemen op deze temperatuur eenvoudiger warmte hergebruiken, wat het totale energierendement verder verhoogt. In de wereld van zware industrie en grootschalige energie-installaties kan dat een doorslaggevend voordeel zijn.

Brede toepassingen in zicht

De implicaties van deze technologie reiken verder dan alleen waterstofauto’s. Hoogtemperatuur-brandstofcellen kunnen interessant worden voor vrachtvervoer, scheepvaart en luchtvaart, alsook voor datacenters die betrouwbare en schaalbare energie nodig hebben.

Bovendien kan dezelfde membraantechnologie mogelijk worden ingezet in andere elektrochemische processen. Denk aan waterstofproductie via watersplitsing, CO₂-reductie en zelfs ammoniakproductie. Dat maakt deze ontwikkeling niet alleen relevant voor energie, maar voor de volledige toekomstige industriële chemie.

Als opschaling lukt, kan deze doorbraak een belangrijke stap zijn richting een waterstofeconomie die niet alleen schoner is, maar ook robuuster en praktischer inzetbaar dan ooit tevoren.

Google Voeg TW.nl toe als favoriete bron op Google!
Onderwerp:
EnergieInnovatie

Meer relevante berichten