Na jaren van fabricage zijn alle grote onderdelen voor het hart van ITER eindelijk op locatie. Met de aankomst van het laatste segment van het enorme vacuümvat verschuift de uitdaging nu van bouwen naar assembleren — een cruciale stap richting een werkende fusiereactor.
De bouw van ITER heeft een belangrijke mijlpaal bereikt. In Zuid-Frankrijk is het negende en laatste segment van het enorme vacuümvat aangekomen waarin straks het superhete fusieplasma moet worden opgesloten. Daarmee zijn alle grote onderdelen voor de kern van ’s werelds grootste kernfusie-experiment nu op locatie.
Het laatste segment, sector 2, arriveerde op 2 oktober bij ITER in Saint-Paul-lès-Durance. Volgens ITER-directeur Pietro Barabaschi kan de assemblage van de machine hierdoor volgens de nieuwe planning worden voortgezet.
Stalen hart van ITER
Het vacuümvat vormt letterlijk het hart van de tokamak. In deze donutvormige roestvaststalen kamer bereikt het plasma een temperatuur van ongeveer 150 miljoen graden Celsius. Magnetische velden zorgen ervoor dat het plasma de wand niet raakt.
Het vat bestaat uit negen enorme sectoren. Samengebouwd krijgt het een diameter van 19,4 meter en een massa van ongeveer 5.200 ton. Het onderdeel heeft bovendien een veiligheidsfunctie. Het vormt een van de fysieke barrières tussen radioactief materiaal in de machine en de buitenwereld.
Europa bouwde vijf van de negen sectoren; Zuid-Korea leverde de overige vier. Voor het Europese deel werkte Fusion for Energy samen met het AMW-consortium van Ansaldo Nucleare, Westinghouse en Walter Tosto en een keten van minstens vijftien andere bedrijven. Het programma nam zestien jaar in beslag.

Precisiewerk op uitzonderlijke schaal
De schaal is slechts een deel van de technische uitdaging. De sectoren moeten met extreme nauwkeurigheid op elkaar aansluiten en voldoen aan de eisen van de Franse nucleaire toezichthouder. Bij eerdere onderdelen werden onder meer honderden bevestigingspunten voor sensoren aangebracht en verbindingsvlakken opnieuw bewerkt om problemen tijdens het lassen op locatie te voorkomen.
Die opgedane productie-ervaring is mogelijk minstens zo waardevol als de hardware zelf. Fusion for Energy benadrukt dat Europa hiermee een industriële toeleveringsketen heeft opgebouwd die componenten kan vervaardigen voor toekomstige fusiemachines.

Nog lang geen fusiecentrale
De levering betekent overigens niet dat ITER bijna elektriciteit gaat produceren. ITER is en blijft een onderzoeksinstallatie en geen commerciële energiecentrale. Bovendien moeten de negen sectoren nog tot één vacuümvat worden samengebouwd en volgen tal van installaties binnen en rond de tokamak.
Toch is de aankomst van het laatste segment symbolisch én praktisch belangrijk. Na tientallen jaren van ontwerpen en produceren zijn de grote componenten voor de kernmachine eindelijk op één plek samengebracht. De uitdaging verschuift daarmee steeds nadrukkelijker van fabricage naar integratie: het daadwerkelijk bouwen van een werkende fusiemachine uit duizenden uitzonderlijk complexe onderdelen.













