Achtergrond

Brein en technologie: de opmars van brain-computer interfaces

© Zander Labs. De BCI-technologie van Zander Labs.

Een computer kunnen aansturen met je brein. Het klinkt als sci-fi, maar diverse projecten bewijzen dat het kan. We hebben het hier over brain-computer interfaces (BCI), waar ook in Nederland hard aan wordt gewerkt. Van patiënten met het locked-in-syndroom tot computersystemen die zich aan jouw stemming aanpassen; de mogelijkheden lijken eindeloos. Mits diverse uitdagingen overwonnen worden.

BCI staat voor een directe communicatielink tussen de elektrische activiteit in het brein en een extern apparaat, bijvoorbeeld een computer of een robotarm. Zelfs EEG, waarbij je vaak een soort badmuts met elektroden op krijgt om de hersenactiviteit uit te lezen, kan dus als BCI dienen. Maar de mogelijkheden zijn de laatste jaren nog veel groter geworden.

BCI voor LIS

Dat blijkt onder meer uit een project, genaamd INTRECOM, waar het UMC Utrecht Hersencentrum met een onderzoeksconsortium aan werkt. Zij maken een BCI-systeem voor mensen met het locked-in-syndroom (LIS). Deze mensen zijn op zo’n manier verlamd dat de communicatie ernstig beperkt wordt of zelfs helemaal niet meer mogelijk is. “Iedereen kan zich voorstellen hoe ontzettend beperkend het moet zijn als je cognitief volledig in staat bent om te denken en te voelen, maar niet in staat bent om dat te delen”, zegt assistent professor Mariska van Steensel van het UMC Utrecht.

Al bestaande oplossingen, zoals hoofdknoppen en voetschakelaars, zijn niet door iedereen te gebruiken. De BCI-oplossing van het UMC Utrecht kan dan mogelijk een oplossing bieden. Het systeem gebruikt namelijk een soort matje met elektroden die op de hersenen worden gelegd, waarna de hersengolven uitgelezen kunnen worden. Voor de gebruiker is dus geen fysieke interactie nodig. Wel betekent dit dat er een operatie nodig is: de schedel moet open om het matje aan te brengen. Maar er gaat niets de hersenen in.

“Daarnaast kunnen BCI’s met de recente ontwikkelingen rondom speech decoding waarschijnlijk veel meer bieden dan de conventionele hulpmiddelen.” Het blijkt namelijk mogelijk om te achterhalen welk woord iemand probeert uit te spreken aan de hand van een hersensignaal. “Dan kijken we niet naar gedachten, niet naar taal, maar naar de gepoogde mondbewegingen. Die worden in een bepaald hersengebiedje geregeld”, legt Van Steensel uit. Iemand hoeft een woord dus niet daadwerkelijk uit te spreken of zijn mond te bewegen; alleen de poging daartoe levert al de signalen op die nodig zijn. De computer kan die woorden vervolgens daadwerkelijk uitspreken, zodat communicatie mogelijk wordt.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Wachtwoord vergeten?

Heb je geen abonnement? Abonneer
Google Voeg TW.nl toe als favoriete bron op Google!
Onderwerp:
AiGezondheid

Meer relevante berichten