Passeert China de VS als dé supermacht van deze eeuw omdat het meer investeert in technische innovatie, toegepaste wetenschap, R&D en STEM-onderwijs? Of wordt Beijing domweg machtiger dan Washington DC omdat het gerund wordt door doortastende ingenieurs en niet door weifelende advocaten?
Er zijn een aantal instrumenten die proberen te meten welk land nu eigenlijk de mondiale koploper is op het gebied van technologische en wetenschappelijke innovatie. Uiteindelijk komen ze vrijwel allemaal tot dezelfde conclusie: anno 2026 is China de onbetwiste nummer één.
De Critical Technology Tracker wordt gepubliceerd door het Australian Strategic Policy Institute (ASPI). Deze meetlat rangschikt de prestaties van landen in 8 verschillende R&D-domeinen die nog eens onderverdeeld zijn in 64 subcategorieën. De acht domeinen zijn: kwantum, AI, biotechnologie, geavanceerde ICT, sensoren/navigatie, defensie/robotica/transport, energie/milieu en geavanceerde materialen. De ranglijst voor iedere subcategorie wordt samengesteld door te kijken naar herkomst van de top tien procent van de meest geciteerde en invloedrijkste wetenschappelijke publicaties in de betreffende categorie.

Tussen 2003 en 2007 stond de VS in niet minder dan 60 van de 64 subcategorieën van de Critical Technology Tracker op nummer één. China scoorde over die periode slechts drie eerste plaatsen in subcategorieën. De Volksrepubliek besteedde destijds ook niet meer dan 0,6 procent van zijn BNP aan R&D. Dat is radicaal veranderd. In 2024 gaf China – overheid, bedrijfsleven en kennisinstituten samen – 2,7 procent van het BNP aan R&D uit. De resultaten bleven niet uit. In de meest recente Critical Technology Tracker, gepubliceerd in december 2025, is China de nummer één in 66 van de 74 subcategorieën (er zijn sinds 2007 tien nieuwe categorieën toegevoegd).
Op sommige domeinen domineren de Chinese R&D-publicaties vrijwel alle subcategorieën. Het land is zo de koploper in alle dertien subcategorieën van geavanceerde materialen, alle zeven subcategorieën van robotica/transport, negen van de tien subcategorieën van energie/milieu en vijf van de negen biotechnologiesubcategorieën. Bovendien wijzen de Australiërs de Chinese Academie van Wetenschappen aan als het invloedrijkste instituut in de wereld op het gebied van de technologische innovatie. De publicaties van dit instituut staan op de eerste plaats in 31 van de 74 categorieën.
Wetenschappelijke dominantie is geen industriële dominantie
Dat de Chinese output van wetenschappelijke artikelen in een bepaalde subcategorie alle andere landen overtreft, betekent overigens niet direct dat China daarom ook altijd domineert op het betreffende gebied. Zo is China bijvoorbeeld de nummer één wat betreft wetenschappelijke publicaties op het gebied van vliegtuigmotoren. In de praktijk blijven de Chinese motoren qua prestaties, betrouwbaarheid en duurzaamheid echter duidelijk achter bij de Europese en Amerikaanse. China produceert ook veel geciteerde wetenschappelijke artikelen over halfgeleiders maar heeft wat betreft de productie van microchips nog steeds een achterstand op de concurrentie.
Het ASPI, dat de Critical Technology Tracker samenstelt, heeft vooral oog voor de effecten van technologische ontwikkelingen op de internationale machtsverhoudingen. China investeert grootschalig in technologie en wetenschap omdat het op die manier de belangrijkste grootmacht van de wereld hoopt te worden. De Australiërs wijzen er ook op dat China zijn expertise op het gebied van generatieve AI, computer vision, cloud computing en taalmodellen gebruikt voor het automatiseren van censuur, surveillance en het onderdrukken van dissidenten.
Nog niet zo lang geleden was de Chinese innovatie voor een belangrijk deel gebaseerd op het ontfutselen van technische kennis aan westerse en Japanse joint-venturepartners die dolgraag zaken wilden doen met de overheid in Beijing. Volgens het Amerikaanse Information Technology & Innovation Foundation (ITIF) ligt dat anno 2026 heel anders. China maakt vooral grote sprongen voorwaarts dankzij grote investeringen van overheid en bedrijfsleven in R&D en STEM-opleidingen, een strak geregisseerde coördinatie in de R&D-activiteiten van overheid, universiteiten, bedrijven en het leger, en tenslotte een moordende concurrentie tussen Chinese startups.
Volgens schattingen van de World Intellectual Property Organization (WIPO) spendeerde de VS in 2024 in absolute bedragen nog steeds het meest aan R&D. Het totaal van de Amerikaanse particuliere en overheidsinvesteringen bedroeg in 2024 ongeveer 900 miljard dollar. China zou in dat jaar ongeveer 810 miljard dollar hebben uitgegeven aan R&D. In datzelfde jaar gaven de 27 landen van de EU samen 403 miljard dollar uit aan R&D. Deze data zijn PPP-adjusted, ze zijn gecorrigeerd voor de koopkracht van een dollar in de betreffende landen.
In 2024 vroegen Chinese instellingen 1,8 miljoen patenten aan, de helft van alle patentaanvragen in de wereld.“
Toch behaalt China met zijn R&D-investeringen kwantitatief verreweg de meeste patentaanvragen. Chinese overheidsinstellingen en bedrijven vroegen in 2024 niet minder dan 1,8 miljoen patenten aan. Dat is bijna de helft van alle patenten die er in dat jaar werden aangevraagd. De top vijf wordt afgerond door de VS, Japan, Zuid-Korea en Duitsland. Het tijdschrift IEEE Spectrum tekent hierbij aan dat veel patenten die door Amerikaanse en Europese bedrijven en instellingen worden aangevraagd een grotere citatie-impact hebben, ze worden gemiddeld vaker geciteerd dan de Chinese aanvragen.

Dan is er nog dit: de R&D van China en andere Aziatische landen is in grotere mate dan die van de VS en de EU toegespitst op toegepaste wetenschap. In de westerse landen gaat een relatief groter deel van de subsidies van de overheden naar fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. Deze conclusie kan worden getrokken uit de Nature Index Table van het wetenschappelijke tijdschrift Nature. Die maakt duidelijk dat 56 procent van de meest gerenommeerde onderzoekspublicaties op het gebied van toegepast onderzoek uit China komt. De VS staat op de tweede plaats met niet meer dan 10 procent.
Dat China zoveel investeert in toegepaste wetenschap heeft ook te maken met het feit dat maar liefst 79 procent van de R&D-investeringen gedaan wordt door het Chinese bedrijfsleven. Voor de VS is dit 70 procent en in de EU 59 procent. De alsmaar uitdijende Chinese maakindustrie staat garant voor een groeiende stroom dollars naar de onderzoeks- en innovatieactiviteiten. Hierbij moet opgemerkt worden dat de scheiding tussen publieke en private investeringen niet altijd transparant is.
Fundamenteel onderzoek of directe toepassing
Rob Atkinson, president van ITIF, poneert dat de VS in de eerste plaats een ‘science society’ is, waar de prioriteit ligt bij het financieren van fundamenteel onderzoek dat uiteindelijk de hele maatschappij ten goede komt en op den duur ook zijn vruchten afwerpt in nieuwe technologieën. Landen als China en Korea zijn volgens Atkinson meer ‘engineering societies’ waar het geld van de overheid vooral gaat naar de directe ontwikkeling van nieuwe technologieën die belangrijk zijn voor de industrie en de strategische en economische positie van het land.

Atkinson pleit hartstochtelijk tegen de bezuinigingen van de huidige Amerikaanse regering op puur wetenschappelijk onderzoek. Om niet achterop te raken bij China zal er juist aanzienlijk meer geld nodig zijn. Overheidsinvesteringen zullen ook in de toekomst een katalysator blijven voor technologische innovaties in het bedrijfsleven. Hij wijst erop dat belangrijke uitvindingen als het Internet en de mRNA-vaccintechnologie het direct gevolg waren van door de overheid gefinancierde projecten. De Amerikaanse dominantie in de technologie is vooral ontstaan door enorme investeringen die de Amerikaanse overheid tijdens en direct na WOII deed in de ontwikkeling van het militaire apparaat.
Besturen als ingenieur of als jurist
In 2024 studeerden in China 3,5 miljoen mensen af met een kersvers diploma van een STEM-opleiding. India stond op nummer twee met 2,5 miljoen. De VS was derde met 820.000. Dat laatste is per hoofd van de bevolking maar net iets minder dan China. De cijfers voor de EU zijn een beetje troebel voor 2024, maar het totaal ligt ergens in de buurt van één miljoen. Dat is per hoofd van de bevolking weer flink lager dan in de VS en China. Uiteraard is het ook van groot belang of er voor deze studenten een plaats is op de arbeidsmarkt en welke posities ze uiteindelijk zullen bekleden in de maatschappij. En daar gebeurt iets opmerkelijks.
De auteur Dan Wang betoogt in Breakneck: China’s Quest to Engineer the Future dat China voornamelijk bestuurd wordt door politici met technische achtergronden. Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw heeft het overgrote deel van de top van het Chinese Politbureau een opleiding als ingenieur. Deze Chinese technocraten geven in de politiek en de economie een grote voorkeur voor kwantificeerbare problemen en snelle, meetbare oplossingen. Vandaar dat China uitblinkt in grootschalige infraprojecten en (soms draconische) rechtlijnige oplossingen van sociale problemen. Problemen worden eerder opgelost met meer R&D dan met meer discussie.
Wang karakteriseert het Amerikaanse politieke systeem als lawyerly, legalistisch. De politieke macht in de VS is in belangrijke mate in handen van mensen met een achtergrond in rechten. Zo hebben 52 van de honderd huidige senatoren een diploma op zak van een rechtenfaculteit terwijl minder dan tien senatoren een STEM-opleiding hebben gevolgd. Advocaten geven, zo betoogt Wang, de voorkeur aan het volgen van complexe procedures en democratische rechten. Dat is een benadering die volgens Wang vaak minder bevorderlijk is voor het nemen van snelle beslissingen en het rap uitvoeren van grote projecten.
Wang heeft veel Amerikaanse politici aan zijn zijde wanneer hij betoogt dat de VS – en eigenlijk de EU ook – in veel grotere mate moet werken aan het herstel en de opbouw van een nationale maakindustrie. Succesvolle bedrijven die zelf halfgeleiders, elektrische auto’s, computers, kernreactoren, zonnepanelen, batterijen en windturbines maken zullen op hun beurt, net als in China, weer een grote impuls betekenen voor de investeringen in R&D en technische innovatie.





