Nieuws

Defensie beloofde miljarden voor innovatie, maar blijkt met veel minder te rekenen

© Delft Dynamics. Een drone onderschept een andere drone met een vangnet. Dergelijke antidrone-technologie laat zien hoe belangrijk technologische innovatie is voor Defensie.

Nederland wil een sterke eigen defensie-industrie opbouwen en minder afhankelijk worden van buitenlandse leveranciers. Daarvoor zou een aanzienlijk deel van de defensiebegroting naar innovatie gaan. Maar de financiële ambities blijken een stuk kleiner dan eerder aangekondigd. Het verschil loopt op tot bijna 2 miljard euro.

In het coalitieakkoord spraken D66, VVD en CDA af om gedurende de kabinetsperiode het aandeel voor innovatie en industrieopschaling te verhogen tot 10 procent van het totale defensiebudget. In de Defensienota 2026 blijkt dat percentage echter betrekking te hebben op een veel kleinere geldpot: het defensie-investeringsbudget.

Dat scheelt aanzienlijk. Voor 2027 bedraagt de totale defensiebegroting 28,9 miljard euro, waarvan ongeveer 9,5 miljard euro bestemd is voor investeringen. Tien procent van het totale budget komt neer op 2,89 miljard euro, terwijl hetzelfde percentage van het investeringsbudget slechts 950 miljoen euro oplevert.

Het verschil bedraagt daarmee 1,94 miljard euro. Die bedragen illustreren de omvang van de ambitie wanneer het afgesproken percentage volledig zou zijn bereikt. Het gaat dus niet om een directe bezuiniging op de uitgaven voor 2027.

Eigen versie van Amerikaanse DARPA

De Algemene Rekenkamer signaleerde het verschil al in september. Tegenover Trouw bevestigt het ministerie van Defensie dat inderdaad wordt gerekend met het kleinere investeringsbudget. Waarom dit afwijkt van het coalitieakkoord, maakt het ministerie niet duidelijk.

Het geld is onder meer bedoeld voor de oprichting van een nieuwe defensieautoriteit, geïnspireerd op het Amerikaanse Defense Advanced Research Projects Agency (DARPA). Deze organisatie financiert risicovolle onderzoeksprogramma’s die kunnen leiden tot nieuwe militaire technologieën.

© iStock

De Nederlandse variant moet nauwer samenwerken met universiteiten, onderzoeksinstituten en bedrijven. Daarbij gaat het niet alleen om technologische ontwikkeling, maar ook om het daadwerkelijk produceren en opschalen van nieuwe systemen.

Dat is belangrijk nu Defensie steeds meer inzet op bijvoorbeeld autonome drones, geavanceerde sensoren en cybertechnologie. Het ontwikkelen van dergelijke systemen vraagt langdurige investeringen, terwijl de krijgsmacht tegelijkertijd snel nieuw materieel nodig heeft.

TNO verrast, defensie-industrie toont begrip

Onderzoeksorganisatie TNO, een belangrijke technologiepartner van Defensie, wist volgens Trouw niet dat het innovatiebudget zoveel lager uitvalt. De organisatie heeft het ministerie om opheldering gevraagd en wil voorlopig niet zeggen welke gevolgen zij verwacht.

Bij brancheorganisatie NIDV klinkt meer begrip. Directeur Hans Huigen wijst erop dat Defensie momenteel grote tekorten aan personeel en materieel moet wegwerken. Bovendien betwijfelt hij of de Nederlandse defensie-industrie en kennisinstellingen al in staat zijn om jaarlijks bijna 3 miljard euro aan innovatie-investeringen te verwerken.

Ook de vier technische universiteiten, verenigd in de 4TU-federatie, begrijpen dat de krijgsmacht eerst acute problemen moet oplossen. Tegelijkertijd benadrukken zij dat voldoende financiering nodig blijft voor zowel fundamenteel als toegepast onderzoek. Juist die combinatie is volgens de universiteiten noodzakelijk om nieuwe militaire technologieën daadwerkelijk van het laboratorium naar de praktijk te brengen.

Onderwerp:
BeleidDefensie
Nieuw op TW
Meer relevante berichten