De zoektocht naar een locatie voor twee nieuwe Nederlandse kerncentrales lijkt een onverwachte wending te nemen. Waar jarenlang vooral naar Zeeland werd gekeken als logische vestigingsplaats, wijst netbeheerder TenneT nu nadrukkelijk naar de Eemshaven als enige locatie waar de benodigde elektriciteitsinfrastructuur tijdig en technisch haalbaar gerealiseerd kan worden. Daarmee staat Groningen opnieuw centraal in een nationaal energiedossier, tot ongenoegen van lokale bestuurders.
De discussie draait niet alleen om ruimte of draagvlak. Achter de schermen speelt vooral een technisch vraagstuk: hoe sluit je twee kerncentrales van elk ongeveer 1.000 tot 1.650 megawatt aan op het hoogspanningsnet zonder het elektriciteitssysteem te ontwrichten?
Kerncentrales vragen meer dan alleen een stuk grond
De bouw van een kerncentrale begint niet bij de reactor, maar bij de infrastructuur eromheen. Een moderne kerncentrale levert continu enorme hoeveelheden elektriciteit. Dat vermogen moet dag en nacht kunnen worden afgevoerd via het hoogspanningsnet.
Volgens TenneT beschikt de Eemshaven als enige onderzochte locatie over voldoende uitbreidingsmogelijkheden om twee nieuwe centrales op een betrouwbare manier aan te sluiten. Het gebied huisvest al een van de belangrijkste knooppunten van het Nederlandse elektriciteitsnet. Hier komen verbindingen samen uit Duitsland, Noorwegen en de Noordzee, terwijl ook grote windparken op zee via de Eemshaven aan land worden gebracht. Daardoor is er al veel zware energie infrastructuur aanwezig.
Andere onderzochte locaties kampen volgens TenneT met beperkingen. Vooral in Zeeland, waar de bestaande kerncentrale in Borssele staat, zou uitbreiding van het hoogspanningsnet aanzienlijk ingewikkelder zijn. Nieuwe verbindingen moeten daar door dichtbevolkte gebieden worden aangelegd, wat procedures, vergunningen en maatschappelijke weerstand kan opleveren.

Van afvaller naar favoriet
Dat de Eemshaven nu als technisch meest kansrijke locatie wordt genoemd, is opmerkelijk. Nog niet zo lang geleden leek Groningen juist buiten beeld te verdwijnen.
Het kabinet onderzocht in 2024 en 2025 nadrukkelijk of de Eemshaven kon worden uitgesloten van het locatieonderzoek. Daarvoor waren vooral politieke redenen. Na decennia van gaswinning, aardbevingen en schadeherstel bestaat in Groningen weinig enthousiasme voor nieuwe nationale energieprojecten.
Juridisch bleek uitsluiting echter problematisch. Volgens advies van de landsadvocaat moet het kabinet alle realistische alternatieven onderzoeken om een locatiebesluit juridisch houdbaar te maken. Daardoor bleef de Eemshaven alsnog onderdeel van de procedure.
Inmiddels onderzoekt het Rijk meerdere locaties verspreid over vier gebieden: de Eemshaven, het Sloegebied bij Borssele, Terneuzen en de Maasvlakte. Binnen deze gebieden worden in totaal zeven concrete locaties beoordeeld op technische, economische, ecologische en maatschappelijke aspecten.
Groningen wil er niets van weten
De nieuwe positie van de Eemshaven leidt tot stevige weerstand vanuit de regio. Zowel de provincie Groningen als de gemeente Het Hogeland hebben zich herhaaldelijk uitgesproken tegen de komst van een kerncentrale.
Provinciale Staten namen eerder zelfs een motie aan waarin de bouw van een kerncentrale in Groningen expliciet wordt afgewezen. Ook de gemeenteraad van Het Hogeland heeft aangegeven niet mee te willen werken aan een eventuele vestiging. Bestuurders wijzen erop dat Groningen jarenlang een onevenredig grote bijdrage heeft geleverd aan de Nederlandse energievoorziening via de gaswinning. Volgens hen past daar niet opnieuw een zwaar nationaal energieproject bij.
De weerstand beperkt zich niet tot de politiek. Ook onder inwoners bestaat verdeeldheid over de plannen. Tegenstanders wijzen op veiligheidsrisico’s, de impact op de omgeving en het gevoel dat Groningen opnieuw wordt belast met een nationaal probleem. Voorstanders benadrukken juist de economische kansen, werkgelegenheid en de rol die kernenergie kan spelen bij het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen.
Waarom kernenergie weer terug is op de agenda
De hernieuwde belangstelling voor kernenergie komt voort uit de ambitie om het Nederlandse energiesysteem vrijwel volledig klimaatneutraal te maken.
Windparken op zee en zonneparken leveren steeds meer elektriciteit, maar hun productie varieert sterk met het weer. Kerncentrales produceren daarentegen vrijwel continu stroom. Daardoor zien veel beleidsmakers kernenergie als een stabiele aanvulling op een energiesysteem dat steeds afhankelijker wordt van weersafhankelijke bronnen.
Tegelijkertijd blijft de discussie over kosten en bouwtijd bestaan. In veel Europese landen lopen nieuwe kerncentraleprojecten vertraging op en vallen de uiteindelijke kosten hoger uit dan oorspronkelijk begroot. Daardoor is nog altijd onzeker hoe groot de uiteindelijke bijdrage van kernenergie aan de Nederlandse energiemix zal worden.
Besluit dichterbij
De komende periode worden alle kandidaatlocaties verder onderzocht in een uitgebreide milieueffectrapportage en integrale effectanalyse. Daarbij wordt gekeken naar onderwerpen als natuur, veiligheid, waterbeschikbaarheid, netaansluiting, leefomgeving en economische gevolgen.
Pas daarna neemt het kabinet een definitief locatiebesluit. Maar waar de discussie jarenlang vooral draaide om politieke voorkeuren en regionale belangen, lijkt de technische realiteit zich steeds nadrukkelijker op te dringen. En juist die realiteit wijst volgens TenneT steeds vaker richting de noordpunt van Groningen.










