Een nieuw drijvend prototype voor oceaanenergie is voor het eerst offshore getest bij de Canarische Eilanden. De technologie haalt elektriciteit uit temperatuurverschillen in zeewater en zou uiteindelijk wereldwijd tot 25 gigawatt aan diesel- en andere fossiele eilandcentrales kunnen vervangen.
Voor het eerst is een speciaal ontworpen drijvend OTEC-systeem (Ocean Thermal Energy Conversion) daadwerkelijk op zee geïnstalleerd. Het Britse bedrijf Global OTEC plaatste de installatie bij het Oceanic Platform of the Canary Islands (PLOCAN), een marien testcentrum in Spaanse wateren.
Het gaat niet om een kleinschalig experiment in een tank of aan de kust, maar om een volledig offshore prototype dat is ontworpen om langdurig te opereren in echte oceaancondities. Daarmee verschuift OTEC van een theoretisch concept en labomgeving naar een fase van praktische validatie.
Energie uit de oceaan
De kern van OTEC is verrassend simpel in concept, maar technisch uitdagend in uitvoering. De technologie gebruikt het natuurlijke temperatuurverschil in tropische oceanen: warm oppervlaktewater tegenover koud water uit de diepte.
Dat temperatuurverschil drijft een thermodynamische cyclus aan:
- Warm zeewater verdampt een werkvloeistof met laag kookpunt
- De damp zet een turbine in beweging en wekt elektriciteit op
- Koud diepzeewater condenseert de damp weer tot vloeistof
- De cyclus herhaalt zich continu zolang het temperatuurverschil aanwezig is

Omdat dit temperatuurverschil dag en nacht aanwezig is, is OTEC in theorie een vorm van 24/7 baseload-energie. Iets waar zon en wind niet aan kunnen tippen.
Technische doorbraak: de diepe waterinlaat
Een van de grootste technische uitdagingen in OTEC is de aanvoer van koud water uit grote diepte. In het PLOTEC-project is daarvoor een verticale inlaatleiding geïnstalleerd die koud water uit honderden meters diepte naar de installatie brengt.
Juist deze component wordt gezien als de meest complexe schakel van het systeem. Hij moet niet alleen water transporteren, maar ook bestand zijn tegen stroming, golfslag en langdurige belasting op zee. Het succes van deze installatie is daarom een belangrijke stap: zonder betrouwbare koude-waterinlaat blijft OTEC beperkt tot kleine, inefficiënte demonstraties.
Offshore OTEC plots toch interessant
Eerdere OTEC-proeven gebeurden vooral aan land of dicht bij de kust. Dat vereiste lange, dure pijpleidingen naar diep water. Door het systeem offshore te plaatsen, direct boven diep oceaanwater, kan de lengte van die leidingen met ongeveer 80 procent worden verkort.
Dat lijkt een technisch detail, maar het heeft grote gevolgen. Er is minder energieverlies in transport, lagere infrastructuurkosten, en het is een realistischer pad naar commerciële installaties. In de praktijk maakt dit het verschil tussen een niche-experiment en een potentieel energiesysteem.
25 gigawatt aan fossiel vervangen
Global OTEC richt zich vooral op tropische eilanden waar elektriciteit nog vaak wordt opgewekt met dieselgeneratoren. Wereldwijd gaat het daarbij om naar schatting 25 gigawatt aan fossiele capaciteit die in principe vervangen kan worden. Juist daar kan OTEC interessant worden, omdat het een continue energiebron biedt in regio’s waar zon en wind niet altijd voldoende stabiel zijn.
Van prototype naar energie-infrastructuur
De installatie bij de Canarische Eilanden is nog geen commerciële centrale, maar een testplatform om real-world prestaties te meten: efficiëntie, betrouwbaarheid, onderhoud en impact op het mariene milieu.
Volgens Global OTEC-topman Dan Grech is dit precies de fase waar de technologie de sprong maakt van gecontroleerde omstandigheden naar echte energieproductie op zee. De volgende stap is een eerste demonstratiesysteem in Hawaï.
Ondanks de vooruitgang blijven er uitdagingen zoals relatief lage thermische efficiëntie, onderhoud en corrosie in zout water en economische haalbaarheid op grote schaal. Toch is de richting duidelijk: OTEC is een van de weinige hernieuwbare technologieën die structureel kan leveren zonder afhankelijk te zijn van zon of wind.






