Nieuws

RIFT haalt 114 miljoen euro op voor ijzerbrandstof: alternatief voor aardgas op weg naar fabrieksschaal

© RIFT. Fijn ijzerpoeder vormt de energiedrager in RIFT’s technologie.

De energietransitie in de industrie draait vaak om elektrificatie en waterstof. Maar in Eindhoven werkt een bedrijf aan een derde route: warmte opwekken door ijzerpoeder te verbranden. Het bedrijf heet RIFT en haalde bijna 114 miljoen euro op om zijn technologie commercieel uit te rollen.

De financiering bestaat uit 83,1 miljoen euro aan investeringen, aangevoerd door pensioenuitvoerder PGGM, en 30,7 miljoen euro subsidie uit het EU Innovation Fund. Ook onder meer Oost NL, Invest-NL, Rubio Impact Ventures, de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij en Innovation Quarter doen mee.

Voor een bedrijf dat nog geen structurele omzet draait, is dat naar Nederlandse maatstaven een uitzonderlijk grote ronde. Het geld is bedoeld om de stap te zetten van industriële pilot naar de eerste commerciële installatie.

Warmte zonder directe CO2-uitstoot

De kern van het idee is eenvoudig. Fijn ijzerpoeder wordt in een speciaal ontworpen boiler verbrand. Daarbij komt warmte vrij die kan worden gebruikt om water om te zetten in stoom voor industriële processen. Wat overblijft is ijzeroxide, in feite roest.

Dat roestpoeder wordt vervolgens in een aparte installatie weer omgezet in ijzerpoeder, met behulp van waterstof. Zo ontstaat een circulaire brandstofketen. Bij de verbranding zelf komt geen CO2 vrij en de stikstofuitstoot is volgens het bedrijf zeer laag.

© RIFT. De demonstratie- en pilotinstallatie waar RIFT zijn ijzerbrandstoftechnologie test op industriële schaal, als opstap naar commerciële uitrol.

Industriële warmte is een lastig te verduurzamen onderdeel van de economie. Veel fabrieken hebben temperaturen nodig van honderden graden en vermogens van tientallen megawatts. Elektrische alternatieven vragen vaak om zware netaansluitingen die er niet zijn. Waterstof is technisch mogelijk, maar infrastructuur en beschikbaarheid vormen een bottleneck.

RIFT richt zich daarom op industriële boilers tussen 5 en 40 megawatt in sectoren als voeding, papier en chemie. Dat zijn installaties die nu doorgaans op aardgas draaien.

Van pilot naar eerste commerciële fabriek

Op het Cleantech Park in Arnhem heeft RIFT een pilotfaciliteit en R&D-omgeving opgebouwd. In Helmond draait een demonstratie-installatie bij een warmtenet. Volgens het bedrijf is daarmee bewezen dat het principe op industriële schaal werkt.

De volgende stap is de bouw van een eerste commerciële installatie die meerdere klanten kan bedienen. Vanuit een centrale productielocatie wordt ijzerpoeder geleverd aan industriële afnemers, vergelijkbaar met hoe een raffinaderij brandstoffen distribueert.

Voor de eerste fabriek wordt gekeken naar Antwerpen of Rotterdam. De beschikbaarheid van elektriciteit speelt daarbij een rol, omdat voor het terugwinnen van ijzer uit roest waterstof nodig is, en dus stroom.

Eén installatie zou volgens RIFT jaarlijks ongeveer 1 megaton CO2-uitstoot kunnen vermijden over een looptijd van vijftien jaar. Omgerekend vervangt dat honderden miljoenen kubieke meters aardgas. Het bedrijf heeft inmiddels een eerste commercieel contract getekend met Kingspan Unidek, producent van isolatiematerialen. Daarnaast liggen er intentieverklaringen met circa vijftien bedrijven, samen goed voor een potentiële projectwaarde van ongeveer 2,5 miljard euro.

De eerste commerciële boilers moeten rond 2028 operationeel zijn. Dat lijkt ver weg, maar in industriële energieprojecten is een doorlooptijd van enkele jaren eerder regel dan uitzondering.

Pensioengeld naar industriële innovatie

Opvallend is de rol van PGGM als hoofdinvesteerder. Pensioenuitvoerders investeren traditioneel vooral in infrastructuur of volwassen energieprojecten. Dat een partij als PGGM instapt in een relatief jonge technologie, onderstreept hoe serieus industriële warmteverduurzaming inmiddels wordt genomen.

Ook de toekenning van subsidie uit het EU Innovation Fund is veelzeggend. In de betreffende ronde werden 61 projecten geselecteerd uit 359 aanvragen. De Europese Commissie ziet industriële decarbonisatie als voorwaarde voor concurrentiekracht. Warmteoplossingen die schaalbaar zijn en niet volledig leunen op schaarse netcapaciteit passen in dat plaatje.

Concurrentie voor gas en waterstof

Ijzer als energiedrager is geen nieuw idee. In academische kring wordt al langer gekeken naar metalen als tijdelijke opslag van energie. Metaalpoeders hebben een hoge energiedichtheid, zijn relatief veilig te transporteren en kunnen in bestaande logistieke ketens worden ingepast. De uitdaging zat tot nu toe in schaal, efficiëntie en kosten.

Volgens RIFT kan ijzerbrandstof in sommige gevallen al concurreren met aardgas. Toch zijn er nog hobbels. Zo wordt ijzerbrandstof niet in alle subsidieregelingen erkend als duurzame brandstof, waardoor industriële gebruikers soms geen aanspraak kunnen maken op steun.

© RIFT. Tijdens de verbranding van ijzerdeeltjes komt intens licht en warmte vrij, de basis voor industriële stoomproductie zonder fossiele brandstoffen.

De ambitie van het bedrijf is groot. Op lange termijn mikt RIFT op een wereldwijde CO2-reductie van 1 gigaton per jaar in 2050. Dat plaatst ijzerbrandstof in hetzelfde rijtje als waterstof en grootschalige elektrificatie als structurele bouwsteen van een fossielvrije industrie.

Met bijna 114 miljoen euro op zak moet nu blijken of ijzerpoeder daadwerkelijk kan uitgroeien tot een serieuze speler in het energielandschap. De komende jaren draaien minder om laboratoriumtests en meer om vergunningen, staalconstructies en contracten met fabrieken die hun gasbrander willen inruilen voor een ketel vol metaalpoeder.

Onderwerp:
EnergieInnovatie

Meer relevante berichten