Nieuws

RWE krijgt groen licht voor fabriek voor groene waterstof op Tweede Maasvlakte

© Port of Rotterdam

RWE heeft een vergunning gekregen voor de bouw van een grootschalige fabriek voor groene waterstof op de Tweede Maasvlakte. Met een gepland vermogen van 325 megawatt zou het project, als het daadwerkelijk wordt gebouwd, uitgroeien tot de grootste waterstoffabriek van Europa.

De installatie, die intern bekendstaat als MaasH2, moet per uur tot zo’n zes ton waterstof kunnen produceren. Daarmee richt RWE zich nadrukkelijk op de zware industrie en transportsector, waar elektrificatie vaak lastig is en waterstof als alternatief wordt gezien voor fossiele brandstoffen.

Maasvlakte ontwikkelt zich tot waterstofknooppunt

De keuze voor de Tweede Maasvlakte is geen toeval. Het gebied ontwikkelt zich in hoog tempo tot een belangrijk knooppunt voor waterstofproductie in Noordwest-Europa. Naast RWE bouwt ook Shell hier aan een grote elektrolyser, bekend als Holland Hydrogen I, met een vermogen van 200 megawatt. Ook Air Liquide werkt aan een eigen installatie in hetzelfde gebied.

De clustering van projecten is logisch. De Maasvlakte ligt dicht bij bestaande raffinaderijen, chemische industrie en logistieke infrastructuur. Bovendien wordt gewerkt aan een waterstofnetwerk van Gasunie dat Rotterdam moet verbinden met industriële regio’s in Nederland en Duitsland. Dat maakt grootschalige distributie van waterstof mogelijk, iets wat essentieel is voor de businesscase.

Groene waterstof als vervanger van aardgas

Waterstof speelt een sleutelrol in sectoren waar directe elektrificatie moeilijk is. Denk aan raffinage, staalproductie en de productie van synthetische brandstoffen zoals kerosine en diesel. Op dit moment wordt de benodigde waterstof grotendeels geproduceerd uit aardgas, een proces dat veel CO₂ uitstoot.

Groene waterstof, geproduceerd via elektrolyse met duurzame elektriciteit, kan die uitstoot aanzienlijk verminderen. Daar zit ook de strategische waarde van projecten als MaasH2. Ze maken het mogelijk om bestaande industriële processen stap voor stap te verduurzamen zonder volledige systeemverandering.

Groot project, maar nog geen definitief besluit

Hoewel de vergunning een belangrijke mijlpaal is, is het project nog verre van zeker. RWE heeft nog geen definitief investeringsbesluit genomen. Dat hangt af van meerdere factoren, waaronder langjarige contracten met afnemers en de beschikbaarheid van voldoende duurzame elektriciteit.

Voor die stroom kijkt RWE onder meer naar het offshore windproject OranjeWind, dat het samen met TotalEnergies ontwikkelt. Dit windpark op de Noordzee moet vanaf circa 2028 groene elektriciteit leveren.

Daarnaast speelt regelgeving een rol. Europese regels schrijven voor dat elektrolysers alleen gebruik mogen maken van relatief nieuwe duurzame energiebronnen. Dat betekent dat de stroomvoorziening niet alleen groen, maar ook ‘additioneel’ moet zijn. Dat maakt projecten complexer en duurder.

Netcongestie en kosten drukken op tempo

Een van de grootste obstakels is momenteel het elektriciteitsnet. Netbeheerder TenneT kampt, net als elders in Nederland, met beperkte capaciteit. Nieuwe grote afnemers moeten vaak jaren wachten op een aansluiting.

Voor een elektrolyser van honderden megawatts is dat een cruciale factor. Zonder gegarandeerde toegang tot elektriciteit kan een project simpelweg niet draaien.

Daar komen hoge netwerkkosten en onzekerheid over regelgeving bij. Dat zorgt ervoor dat investeerders voorzichtig blijven. Eerder trok Equinor zich terug uit een vergelijkbaar project in de Eemshaven, mede vanwege deze onzekerheden.

Breder portfolio aan waterstofprojecten

De plannen van RWE beperken zich niet tot Rotterdam. Het bedrijf werkt ook aan een elektrolyser van 220 megawatt in het Zeeuwse Sloegebied en onderzoekt mogelijkheden in de Eemshaven. Daarnaast zijn er kleinere projecten van 50 en 100 megawatt waarvoor al subsidie is toegekend.

Die spreiding laat zien dat energiebedrijven inzetten op een netwerk van productielocaties, gekoppeld aan industrieclusters en infrastructuur. Waterstofproductie verschuift daarmee van kleinschalige pilots naar grootschalige industriële toepassingen.

Zoektocht naar rendabele businesscase

Ondanks de ambities blijft de economische haalbaarheid een belangrijk vraagstuk. Groene waterstof is momenteel aanzienlijk duurder dan de conventionele variant op basis van aardgas. Zonder stimulering of verplichtingen voor afname blijft het lastig om grootschalige projecten rendabel te maken.

Bedrijven pleiten daarom voor beleid dat vraag creëert, bijvoorbeeld via bijmengverplichtingen of CO₂-heffingen. Pas als er voldoende zekerheid is over afname en prijs, zullen definitieve investeringsbesluiten volgen.

Onderwerp:
EnergieEnergietransitie

Meer relevante berichten