Wie werkt aan de energietransitie, de circulaire economie of digitale vernieuwing herkent het patroon. De opgave is urgent, het doel helder – klimaatneutraal, circulair, toekomstbestendig – en de plannen zijn groots. Maar juist die combinatie blijkt vaak verlammend. Want hoe verander je een systeem als alles tegelijk moet: snel, diepgaand én allesomvattend? In haar nieuwe boek Kleine stapjes, grote veranderingen legt bestuurskundige Katrien Termeer uit hoe je met small wins wél verschil maakt.
We verwachten van transities het onmogelijke. In de veranderkunde is al langer bekend dat veranderingen niet tegelijk diepgaand, systeembreed en snel kunnen zijn. Toch blijven beleidsagenda’s, innovatieprogramma’s en routekaarten precies dat beloven. Met als gevolg: overspannen plannen, groeiend cynisme en stagnatie. Volgens bestuurskundige Katrien Termeer (Wageningen University & Research en onder andere kroonlid van de SER) zit hier dan ook een fundamentele denkfout. Termeer pleit al jaren voor een alternatief perspectief dat in de praktijk beter blijkt te werken: small wins. Geen snelle optimalisaties of “laaghangend fruit’, maar kleine, betekenisvolle doorbraken die daadwerkelijk iets verschuiven in gedrag, routines of ontwerpprincipes – en die zich vervolgens kunnen verdiepen, verbreden en verspreiden.
Geen quick wins, maar kleine breekijzers
“Small wins worden vaak verward met quick wins, maar dat is echt iets anders’, benadrukt Termeer: “Het gaat niet om laaghangend fruit, maar om kleine stappen die diep ingrijpen in hoe mensen denken en werken.’ Het onderscheid is cruciaal. Quick wins zijn bekende oplossingen die snel resultaat opleveren, maar het bestaande systeem intact laten. Small wins zijn klein van schaal, maar groot in betekenis omdat ze radicaal zijn: ze raken aan gevestigde routines, belangen of aannames en veroorzaken daardoor wrijving. Die wrijving maakt ze relevant.

Een small win levert altijd een tastbaar resultaat op voor direct betrokkenen, maar bevat tegelijk de kiem van systeemverandering. Niet alleen techniek, maar bijvoorbeeld ook sociale relaties, verdienmodellen en instituties verschuiven mee. Dat maakt small wins bij uitstek geschikt voor zogenoemde wicked problems: vraagstukken zonder eenduidige oplossing, met veel actoren, conflicterende waarden en steeds nieuwe bijeffecten. Problemen als klimaatadaptatie, circulariteit of duurzame mobiliteit kennen geen eindpunt. Het kan altijd beter – en juist daarom werkt een aanpak die voortdurend leren en aanpassen mogelijk maakt, stelt Termeer.
Waarom klein vaak sneller is dan groot
Kleine stappen zijn vaak de snelste manier om beweging te krijgen in vastgelopen systemen. Grootschalige ingrepen roepen juist veel weerstand op, zeker in politiek-bestuurlijke omgevingen. Ze zijn zichtbaar, bedreigend en vragen veel tegelijk van betrokkenen. Kleine experimenten daarentegen zijn minder risicovol, blijven vaker onder de radar en maken sneller zichtbaar wat werkt en wat niet. Voor technici is dat een herkenbaar principe. In de industrie is stapsgewijze verbetering al decennialang gemeengoed, bijvoorbeeld in de Japanse kaizen-filosofie. Daarbij draait het om continu verbeteren van productieprocessen, niet via één grote reorganisatie, maar door dagelijkse kleine aanpassingen, uitgevoerd door de mensen die het werk doen.













