Een mengsel van micro-organismen op de stalvloer spuiten en daarmee de ammoniakuitstoot aanzienlijk terugdringen. Onderzoekers van Wageningen University & Research (WUR) hebben aanwijzingen gevonden dat dit mogelijk is. De geschatte reductie bedraagt minstens 30 procent, hoewel harde emissiemetingen nog ontbreken.
Ammoniak is een van de belangrijkste problemen in de Nederlandse veehouderij. Het gas ontstaat onder meer wanneer urine en mest van koeien met elkaar in contact komen. Om de uitstoot te beperken, investeren boeren in aangepaste stalvloeren, mestverwerking en andere technieken. Maar mogelijk ligt een deel van de oplossing bij micro-organismen.
Onderzoeker Herman de Boer van Wageningen Livestock Research onderzocht daarvoor het middel Kopros B, een mengsel van micro-organismen dat periodiek over de stalvloer wordt gesproeid. De bedoeling is dat de organismen zich in de mest vermenigvuldigen en ook in de mestkelder hun werk voortzetten.
Opvallende veranderingen in de mest
Voor de proef werd een melkveestal met roostervloer verdeeld in twee delen, elk met een eigen mestkelder. In één gedeelte werd iedere vier weken Kopros aangebracht. Het andere bleef onbehandeld. Van september 2025 tot februari 2026 namen de onderzoekers regelmatig mestmonsters.
De verschillen bleken aanzienlijk. In de behandelde mest daalde de hoeveelheid vluchtige vetzuren met 67 procent en het gehalte organische stof met 11 procent. Tegelijkertijd nam de hoeveelheid stikstof toe. Vooral de verhouding tussen stikstof en fosfor was interessant. Die lag in de behandelde mest 2,6 procent hoger. Omdat fosfor niet uit mest vervluchtigt, kan dat erop wijzen dat er minder stikstof verloren is gegaan.
Op basis van deze veranderingen schatten de onderzoekers dat de ammoniakuitstoot uit de stal met minstens 30 procent is afgenomen. Een mogelijke verklaring is dat de micro-organismen een dunne biofilm vormen op de stalvloer of op de mest in de kelder. Die laag zou het vrijkomen van ammoniak kunnen beperken. Of deze biofilm daadwerkelijk ontstaat, is nog niet vastgesteld.
Eerdere proef liet geen vermindering zien
Er zit wel een belangrijke beperking aan het onderzoek. De ammoniakuitstoot werd niet rechtstreeks gemeten. De reductie van 30 procent is uitsluitend berekend aan de hand van veranderingen in de mestsamenstelling.
Een eerdere laboratoriumproef van Wageningen, waarbij de ammoniakuitstoot wel rechtstreeks werd gemeten, liet bovendien geen significant verschil zien tussen behandelde en onbehandelde mest. De onderzoekers benadrukken dat de omstandigheden in een stal anders zijn dan in een laboratorium.
Die onzekerheid speelt ook bij de toepassing in de praktijk. De provincie Noord-Brabant wees in september verzoeken af om Kopros als emissiereducerende maatregel te gebruiken. Volgens de provincie ontbreekt nog voldoende wetenschappelijke onderbouwing.
Minder uitstoot in de stal, maar wat gebeurt er op het land?
Ook na het uitrijden van mest kan een probleem ontstaan. De behandelde mest heeft een hogere zuurgraad in de vorm van een hogere pH en bevat meer ammonium. Dat kan juist tot extra ammoniakuitstoot leiden wanneer de mest over landbouwgrond wordt verspreid.
Daar staat tegenover dat de behandelde mest dunner is en daardoor sneller in de bodem kan trekken. Hoe deze effecten zich tot elkaar verhouden, moet nader onderzoek uitwijzen.
Wageningen adviseert daarom nieuwe praktijkproeven waarbij de uitstoot van ammoniak en methaan rechtstreeks wordt gemeten. Ook de mogelijke vorming van een biofilm en de veranderingen in de microbiële samenstelling van de mest verdienen volgens de onderzoekers verdere aandacht.












