Terwijl een wolkbreuk over het terrein trekt, staan buiten tientallen waterstoftrucks opgesteld. Fabrikanten, transporteurs en overheden zien de technologie steeds dichter bij grootschalige inzet komen. De vraag is niet meer óf waterstof in zwaar transport werkt, maar hoe snel de infrastructuur kan volgen.
De regen komt met bakken uit de lucht. Op het terrein rond het provinciehuis van Utrecht lopen bezoekers met paraplu’s en capuchons tussen de vrachtwagens door. Plassen vormen zich op het asfalt, chauffeurs trekken hun jas wat meer dicht. Het is niet bepaald het weer waarop de organisatoren hadden gehoopt.
Eerste meters op waterstof
Langs het gebouw staat een rij waterstoftrucks opgesteld voor demonstraties en proefritten. Ondanks de bijna constante regen blijven bezoekers rondlopen, ze kijken onder cabines en stellen vragen aan de chauffeurs. Tussen de trucks staan ook andere waterstoftechnologieën opgesteld. Het Duitse bedrijf Refire heeft zelfs een afdakje meegenomen zodat hun waterstofmotor droog staat. ‘Voor zwaar transport kan waterstof een interessante oplossing zijn’, zegt systems engineer Thomas Lünser. ‘Het grote voordeel is dat je veel energie kunt meenemen zonder extreem zware batterijen. Maar de infrastructuur moet wel meegroeien, anders blijft het bij demonstraties.’ In Duitsland rijden volgens dit bedrijf inmiddels zo’n 500 waterstoftrucks rond. Met nationale subsidieprogramma’s en regionale demonstratieprojecten proberen overheid en industrie in Duitsland een netwerk van voertuigen en tankstations gelijktijdig te ontwikkelen.

Even later rijd ik een rondje mee in een waterstoftruck van MAN. De cabine oogt vertrouwd: een groot stuur, een hoge zitpositie en het bekende uitzicht over de weg. Wie instapt, merkt nauwelijks verschil met een dieseltruck. Onder de cabine zit echter geen dieselmotor. In tegenstelling tot brandstofceltrucks gebruikt dit model een verbrandingsmotor die direct op waterstof draait. De technologie lijkt sterk op een conventionele dieselmotor, maar gebruikt waterstof in plaats van diesel. Daardoor kunnen fabrikanten bestaande motorplatforms relatief eenvoudig aanpassen voor emissiearme toepassingen. De truck klinkt weinig anders dan ‘normale’ vrachtwagens, volgens de chauffeur is het geluid van de motor op waterstof zelfs iets zwaarder, tot groot genoegen van veel chauffeurs. De demonstratie maakt deel uit van een bijeenkomst over waterstofmobiliteit die plaatsvond in en rond het provinciehuis van Utrecht. Fabrikanten, transportbedrijven, technologiebedrijven en beleidsmakers kwamen bijeen om te bespreken hoe waterstof een rol kan spelen in de verduurzaming van zwaar transport.
Klassiek kip-en-eiverhaal
Binnen, in de Statenzaal van het provinciehuis, begint het programma met een introductie door Diederick Luijten en Robert Goevaers van HyMobility. De organisatie probeert de ontwikkeling van de waterstofketen voor mobiliteit te versnellen: van productie en opslag tot voertuigen en tankstations. Volgens hen staat de sector voor een klassiek kip-en-eiprobleem. Luijten: ‘Je gaat niet investeren in trucks als er nergens tankstations zijn. En waarom zou iemand een tankstation bouwen als er nog geen voertuigen rijden?’ Om dat probleem te doorbreken brengt HyMobility bedrijven, vervoerders en overheden bij elkaar in gezamenlijke projecten.















