Windturbines worden steeds groter. Grotere turbines wekken meer energie op, wat voor hevige concurrentie zorgt tussen fabrikanten om steeds grotere modellen uit te brengen. Hoelang we deze wapenwedloop nog volhouden blijft echter onzeker.
In oktober van 2024 kondigde het Chinese Dongfang Electric Corporation groot nieuws aan. In Zuid-China zouden ze voor het eerst een windturbine gebouwd hebben die 26 Megawatt (MW) kan opwekken. Dit gevaarte is maar liefst 340 meter hoog, de diameter van de bladen is 310 meter. Ter vergelijking: de Eiffeltoren is slechts 312 meter hoog.
Deze kolos is de grootste windturbine ter wereld. En het maakt deel uit van een wapenwedloop tussen windturbine fabrikanten om steeds grotere turbines te bouwen. In Europa wil Siemens dit jaar bijvoorbeeld een prototype neerzetten van 21,5 MW en een rotordiameter van 276 meter.
“Een grotere windturbine is kosten-efficiënter”, verklaart Jan Willem Wagenaar, Program Manager Wind Energy bij het TNO. “Bij een grotere turbine heb je maar één paal nodig, terwijl je er meer energie uithaalt. Het is echter niet vanzelfsprekend dat zoiets gebeurt. Wanneer je opschaalt neemt het elektrische vermogen kwadratisch toe, omdat de bladen meer wind vangen. Maar het volume van de turbine, en daarmee ook de kosten, neemt tot de derde macht toe. We slagen er toch in om dat efficiënter te maken dankzij heel wat innovaties.”
Die innovaties gaan van het ontwerp van de bladen en hoe we de turbines in elkaar zetten, tot de materialen die we gebruiken. “In alle aspecten van windturbines vond er innovatie plaats”, stelt Peter Eecen, Senior Business Developer Wind Energy bij het TNO. “Dat is ook nodig om turbines van deze grootte efficiënt te houden.”














