Mini-orgaantjes, gemaakt van menselijke stamcellen, helpen de ontwikkeling van medicijnen en behandelmethoden te verbeteren. Omdat deze orgaantjes gemaakt zijn van patiëntweefsel, bevatten ze de genetische aanleg voor de ziekte waaraan de patiënt lijdt. Wereldwijd is er veel aandacht voor deze orgaan-op-chip-aanpak. Inmiddels is een groot aantal organen op die manier als model beschikbaar en kijken onderzoekers al naar het koppelen ervan tot een multiorgaanmodel.
In Nederland heeft vrijwel elke universiteit een onderzoeksprogramma waarin gewerkt wordt aan orgaan-op-chip. Ze werken veelal samen in het hDMT-consortium. Hart, bloedvat, long, lever, nier, darm, hersen- en zenuwweefsel zijn inmiddels beschikbaar als mini-orgaantjes. Soms worden ze aan elkaar gekoppeld tot een multiorgaanmodel om hun interactie te bestuderen, bijvoorbeeld onder invloed van een medicijn of specifieke omstandigheden. De Nederlandse overheid stimuleerde het onderzoek de afgelopen jaren met ruim 10 miljoen euro. De vooruitzichten zijn veelbelovend. De modellen bieden de mogelijkheid om aandoeningen veel nauwkeuriger te onderzoeken en medicijnen en behandelmethoden direct op menselijk weefsel te testen.






