Achtergrond

Startup Hydryx maakt vuilnisbelten slimmer en haalt fors meer energie uit methaan

© Tseard Zoethout. Joren Tangelder (rechts) en Anthonie Jacobson (links).

Vuilnisbelten zijn verplicht om hun stortgas af te vangen. Dat gebeurt al decennia door operators die de kleppen, op basis van ervaring en intuïtie, periodiek open of dichter zetten. Een deel van het stortgas, met methaan als groot bestanddeel, lekt echter weg. Dat kan efficiënter, dacht men bij Hydryx. Dankzij sensoren, elektrische aansturing en voorspellende algoritmen vangt het bedrijf steeds meer methaan uit de stort af. ‘Wij boeken dubbele winst: circa 40 procent meer energieproductie én minder uitstoot’, zegt Joren Tangelder, CEO en oprichter van de startup.

Hydryx, een hightechbedrijf uit Amsterdam, is in december 2023 opgericht door Joren Tangelder en Anthonie Jacobson, twee vrienden die elkaar na de internationale middelbare school in Den Haag uit het oog verloren. Jacobson ging wiskunde aan Oxford studeren, werd bedrijfsconsultant bij Kearney en rondde vervolgens de MBA bij INSEAD af. Tangelder begon met de bachelor technische bestuurskunde aan de TU Delft en kwam als eerste werknemer bij iwell terecht, een snelgroeiende startup voor energieopslagsystemen. Daar zette hij het operationele team op, bracht drie producten met succes naar de markt en trok grote strategische partners als Eneco, Vattenfall en Sunrock aan.

‘Daar raakte ik verslaafd aan pionieren in de loopgraven van een startup’, zegt hij in het bedrijfsverzamelgebouw van Monumental aan de Plantage Middenlaan, schuin tegenover ARTIS. ‘Veel gaat mis, vaak gaat het stuk. Vervolgens ga je het probleem oplossen en zie je binnen afzienbare tijd de resultaten. Als ik dan toch iets aan het maken ben, dan wil ik de wereld een beetje de goede kant op sturen.’

Joren geeft een voorbeeld uit die periode. “In 2019 begon netcongestie een probleem te worden. Een van de netbeheerders beweerde stellig ‘Nederland is een koperen plaat, we zullen daarmee geen problemen krijgen’. Toen gingen de alarmbellen bij mij af. Als iemand uit de top dat zegt, dan is er vaak wel wat aan de hand. Mijn baas vroeg me om naar Nieuw-Buinen te gaan, een dorp op de grens van Groningen met Drenthe waar windturbines en zonnepanelen staan opgesteld. Het voetbalveld lag er middenin maar mocht geen zonnepanelen aansluiten omdat dat een grootverbruikersaansluiting had en dus geen stroom mocht terugleveren.”

Al snel had hij het door. ‘Ik zag dat als de club naar een kleinverbruikersaansluiting van 3 x 80 kW terugging, ze hun stroom wel mochten terugleveren’, glimlacht hij. ‘Het probleem was dat je met zo’n kleine aansluiting onvoldoende stroom voor de veldverlichting kreeg. Binnen drie maanden hadden we een sluitende oplossing door batterijen naast het veld te plaatsen die zulke pieken opvingen. Van daaruit zijn we steeds grotere batterijsystemen gaan ontwikkelen. Tegenwoordig heeft de startup ruim honderdtwintig mensen in dienst.’

Van vergisting naar sensoren

Terwijl Tangelder nog bij iwell werkte, raakte hij in gesprek met zijn oude vriend Anthonie Jacobson die hij elk halfjaar op de hoogte bracht van zijn ambities en resultaten (en vice versa). Jacobson bracht naar voren dat de uitstoot van methaan verantwoordelijk is voor 30 procent van de klimaatproblematiek terwijl slechts één procent van de klimaatinvesteringen naar methaanoplossingen gaat. Toen begon er bij de entrepreneurs, die al langer een bedrijf wilden oprichten, een belletje te rinkelen.

‘De uitstoot van methaan is lange tijd een ondergeschoven kindje gebleven, ook binnen het IEA’, zo reageert hij op mijn vraag dat de problematiek al aan het begin van deze eeuw bekend was. ‘Maar methaan is een veel sterker broeikasgas. Over een periode van twintig jaar geeft methaan 86 keer meer opwarming dan CO2. Daarvoor oplossingen vinden is veel logischer, ook al omdat je methaan kan gebruiken voor de energieproductie. Veertig procent van die uitstoot komt uit de olie- en gasindustrie, een vergelijkbaar percentage uit de veeteelt en de resterende twintig procent uit afval. Die stortplaatsen zijn verantwoordelijk voor de uitstoot van 1,6 Gigaton CO2 equivalent per jaar, meer dan de hele scheep- en luchtvaart bij elkaar!’

‘Wat is het verschil tussen anaerobe vergisting bij de veeboer en die bij een stortplaats? Wel’, antwoordt hij, ‘in een vergister wordt organisch materiaal constant onder ideale condities gehouden. Bij een stortplaats is dat niet zo. Daar vinden chemische reacties plaats die periodiek – wekelijks, maandelijks – worden gecontroleerd. Een stortplaats moet volledig zijn afgedekt en een gasonttrekkingssysteem hebben. Dat systeem is verbonden aan een compressor die de stortplaats op onderdruk houdt zodat er geen gas kan ontsnappen. Volgens EU-wetgeving ben je verplicht dat methaan te vernietigen, bijvoorbeeld door het af te fakkelen. Maar je kan er ook een generator mee aandrijven die elektriciteit en/of warmte produceert, net waar behoefte aan is. Maar wat nu als je van dat stortgas via SMR (steam methane reforming) waterstof maakt? Dat is een oude, bewezen technologie.’

© Tseard Zoethout. De kastjes met sensoren van Hydryx.

Hoewel Hydryx van dat principe is afgeleid, kwamen de oprichters er al snel achter dat een SMR-fabriek voor een startup nogal moeilijk bleek te financieren (de naam ‘Hydryx’ is een combinatie van ‘hydrogen’ en ‘phoenix’, de mythische vogel die zichzelf in een nestje van kruiden verbrandt en als een nieuwe, jonge vogel uit de as herrijst). Verder fluctueert de methaanproductie uit een vuilstort behoorlijk: soms is de gaskwaliteit te laag en slaat de generator af, andere keren zit er te veel zuurstof in en loopt de zaak ook vast. Het bouwen van een waterstoffabriekje naast de vuilstort kon Hydryx dus wel vergeten. Wat Tangelder en Jacobson wel hadden gezien, was dat een operator elke pijp van het onttrekkingssysteem – gemiddeld veertig bronnen in Nederland, oplopend tot wel vierhonderd in het buitenland – handmatig moet bijstellen om op die manier voldoende gas te onttrekken en druk op de stortplaats te houden. Toen viel het kwartje: zet op de bronnen sensoren, elektrische aandrijvingen en gebruik slimme algoritmen. Tangelder licht toe.

Meten en sturen

‘Veel mensen in Nederland zien stortplaatsen niet langer als een probleem’, zegt hij. ‘Storten gebeurt hier amper meer, slechts enkele procenten. Als land doen we het dus uitstekend. Maar als je kijkt naar Engeland, naar Spanje en de rest van Zuid-Europa, daar gaat nog wel zestig procent van het afval naar een stortplaats. In Azië en Zuid-Amerika is dat zelfs vrijwel alles. Bij één van de dertig stortplaatsen in ons land – gemiddeld voor onze begrippen, klein in vergelijking met de rest van Europa – zijn we vanaf juni 2025 begonnen met meten. Eerst meten, dan sturen. ‘Kijk’, en hij wijst naar een van de kastjes die volautomatisch in hun kleine werkplaats worden geproduceerd, nu tot een paar honderd per maand.

© Tseard Zoethout. In de werkplaats worden nu honderd kastjes per maand geproduceerd.

‘De pijpen gaan heel diep de stort in. Die komen in deze kastjes samen en het gas gaat naar de compressor. Vroeger werden de kleppen van de pijp handmatig open en dicht gezet, afhankelijk van de mate van onttrekking. Wij koppelen aan op het bestaande meetpunt en hangen er sensoren aan. Data over de methaanconcentratie komt binnen. Daalt de luchtdruk, dan stijgt de concentratie. Je kan het vergelijken met een ballon: als de luchtdruk buiten hoger is, dan wordt de ballon ingedrukt en komt er minder snel gas uit de stort. Wat wij doen, is via algoritmen het volume dat vrijkomt de hele tijd bijsturen voor een stabielere gasproductie, zeg maar piekscheren. Dat proces is redelijk goed voorspelbaar, wij weten immers ook wat overmorgen de luchtdruk buiten wordt. Daarmee halen we ruim 34 procent meer energie uit dezelfde circulatie. Hoeveel dat qua volume is, dat kan ik niet zeggen. Dat is klantinformatie.’

Hydryx krikt via sensoren en algoritmen zowel het volume als de methaankwaliteit op.”

De volgende stap die het snelgroeiende Hydryx wil nemen, is een hogere kwaliteit methaan. ‘Onze software en algoritmen ‘zien’ meteen waar en wanneer er belletjes methaan ontstaan’, vervolgt hij. ‘Dat monitoren we continu. De hogere concentratie zorgt ervoor dat we methaan nog beter kunnen scheiden. Waar we op uit zijn, is een biologische versnelling. Door de zuigkracht van de compressor per bron preciezer in te regelen, moet het mogelijk worden om de vorming van methaan van honderd jaar sterk terug te brengen. Daarover hebben we inmiddels veel data vergaard. We verwachten dat die biologische versnelling over pakweg zes tot achttien maanden ook significante resultaten oplevert.’

Biologische versnelling: hoe korter de periode, des te meer stortgasproductie

Met die resultaten kunnen andere marktpartijen verder aan de slag om nog meer terug te winnen. Tangelder verduidelijkt: ‘als we in staat zijn om die biologische reacties in een prettige staat te brengen, halen we er niet alleen een hogere concentratie uit maar ook een groter volume. Op basis daarvan wordt de inzet van membraantechnologie (voor de afvang van CO2) en cryogene destillatie (voor de verwijdering van stikstof en zuurstof uit het stortgas) interessanter. Uiteindelijk kan je dan efficiënter biomethaan produceren dat je direct invoert op het reguliere gasnet.’

Tot op de kern

Sensoren, slimme algoritmen. Hardwareproducten met softwaremodules. Tangelder heeft in zijn vorige werk gezien hoe complex het allemaal wordt als je daarop een verdienmodel wilt plaatsen. Hydryx houdt het daarom eenvoudig (‘kiss’ of ‘keep it stupid simple’). ‘In eerste instantie besteedden we de hardware – de sensoren, de kastjes, de elektronica – aan een andere partij uit maar dat liep na een halfjaar op niets uit. Dat was een dure les met bijkomende vertraging’, licht hij toe. ‘Nu houden we alles in eigen hand en kunnen we veranderingen veel sneller doorvoeren. Zo is de productietijd van sensoren van een week naar twintig minuten teruggebracht terwijl de kostprijs sterk is afgenomen.’  

‘Onze klanten betalen nu nog één bedrag per sensor per maand’, gaat Tangelder door. ‘In dat abonnement zitten niet alleen de sensoren maar ook de elektrische aandrijving, het zonnepaneel, de software en het onderhoud. De kosten voor ons product zijn lager dan de opbrengsten die je krijgt vanaf het moment dat je ons hele systeem installeert. Daar krijg je wel elke maand meer energieproductie voor terug. In de nabije toekomst willen we toegroeien naar een verdeelsleutel waarbij een deel van die opbrengsten naar ons gaat. Tegelijkertijd besteden we steeds meer hardware uit.’

Hydryx werkt ondertussen continu aan meer voorspellend vermogen uit de vuilstortplaats, hun kernactiviteit. ‘Als je weet hoeveel gasproductie eruit komt’, verduidelijkt Joren, ‘dan kan je iets scherper, dus iets meer risico nemen met de aansturing. En dan kom ik terug op de batterijwereld: met gasproductie kan je ook sturen op de stroomprijs, zowel op de spotmarkt als onbalansmarkt. Daarop handelen luistert nauw. Dat laten we liever aan anderen over. Bovendien hebben veel van onze klanten al een energiecontract.’

© Tseard Zoethout. Het kantoor van Hydryx in Amsterdam.

In plaats van die markt zelf op te pakken, wil Hydryx op termijn gaan samenwerken met een energietrader, net zoals Sessy (een snelgroeiende fabrikant van Nederlandse thuisbatterijen, red) dat nu met Frank Energie doet. ‘Wij beperken ons tot het zo slim mogelijk omgaan met data en daar een zo sterk mogelijke business case naast zetten’, onderstreept Tangelder. ‘Dat is, wereldwijd, onze unieke propositie. De Nederlandse markt is eigenlijk meer een secundaire markt, de deur naar het buitenland openen is veel interessanter.’

Buitenland lonkt

Eind oktober 2025 heeft Hydryx via een ‘seed round’ 2,5 miljoen euro opgehaald voor uitbreiding in Europa en op andere continenten (Azië, de VS, Latijns-Amerika). Het grootste deel daarvan wordt in de doorontwikkeling van hun software gestopt. Het doel is ambitieus: vóór 2030 circa tien miljoen ton CO ₂-equivalenten uit stortplaatsen verwijderen. Volgens Tangelder liggen de mogelijkheden in het (verre) buitenland vele malen hoger dan hier.

Kansen in het (verre) buitenland vele malen groter.”

‘In Europa zijn we de enige speler met een volledig MMS (methaanmanagementsysteem). Het eerste MMS hebben we via een Nederlands infrabedrijf al aan een klant in Brazilië verkocht. We voeren nu gesprekken met marktpartijen in Finland, Spanje, Frankrijk en in Oost-Europa. Op de lange termijn mikken we op de massamarkt in bijvoorbeeld India en Zuid-Amerika’, besluit hij. 

Onderwerp: Duurzaamheid

Meer relevante berichten