Met een nieuwe grensoverschrijdende waterstofverbinding willen Nederland en Duitsland hun industrie verduurzamen én minder afhankelijk worden van fossiele energie. De infrastructuur moet rond 2031 operationeel zijn en gaat grotendeels gebruikmaken van bestaande aardgasleidingen.
Nederland en Duitsland zetten een nieuwe stap richting een Europees waterstofnetwerk. Gasunie gaat samen met de Duitse netbeheerders Open Grid Europe en Thyssengas een grensoverschrijdende waterstofverbinding ontwikkelen tussen beide landen. De infrastructuur moet rond 2031 operationeel zijn en vormt een belangrijke schakel tussen de Rotterdamse haven en het Duitse industriegebied.
De overeenkomst werd deze week ondertekend in Rotterdam tijdens de Hydrogen Milestone Ceremony, een bijeenkomst rond de oplevering van het eerste deel van het Nederlandse waterstofnetwerk van Gasunie. Daarbij waren onder meer klimaatminister Stientje van Veldhoven, Gasunie COO Hans Coenen en de directies van de Duitse netbeheerders aanwezig.
Oude aardgasleidingen krijgen nieuw leven
Opvallend is dat de verbinding grotendeels gebruikmaakt van bestaande aardgasleidingen. Die worden aangepast voor het transport van waterstof. Daarmee proberen de betrokken partijen de kosten en doorlooptijd van de infrastructuur beperkt te houden.
Die aanpak wordt in Europa steeds vaker gezien als een praktische route richting een waterstofeconomie. Veel bestaande gasleidingen zijn technisch geschikt te maken voor waterstoftransport, al vraagt dat onder meer aanpassingen aan compressorstations, meetapparatuur en veiligheidsvoorzieningen. Waterstof heeft namelijk andere eigenschappen dan aardgas en kan bijvoorbeeld makkelijker ontsnappen door kleine openingen.
Volgens Gasunie is het project onderdeel van een groter Noordwest-Europees netwerk dat in de komende jaren moet ontstaan. Het bedrijf sloot eerder al vergelijkbare overeenkomsten voor grensoverschrijdende verbindingen met België en Duitsland.
Duitse industrie als belangrijke afnemer
De verbinding moet de Duitse industrie toegang geven tot Nederlandse productie, opslag en import van waterstof. Vooral het Rijn-Roergebied geldt daarbij als belangrijke afnemer. Dat gebied behoort tot de grootste industriële clusters van Europa en huisvest veel staal-, chemie- en zware industriebedrijven die moeilijk volledig te elektrificeren zijn.
Het eerste grenspunt komt bij Zevenaar en het Duitse Elten te liggen. In een latere fase moet het netwerk verder zuidwaarts worden uitgebreid richting onder meer Ludwigshafen, een van de belangrijkste chemische regio’s van Duitsland.
Nederland probeert zich ondertussen nadrukkelijk te positioneren als Europese draaischijf voor waterstof. Daarbij speelt de haven van Rotterdam een centrale rol. Via importterminals moet daar op termijn waterstof binnenkomen uit landen met veel duurzame energieproductie, zoals Spanje, Noorwegen, het Midden-Oosten en delen van Afrika.
Delta Rhine Corridor als ruggengraat
Een belangrijk onderdeel van het toekomstige netwerk is de Delta Rhine Corridor. Dat is een verzameling nieuwe leidingen tussen Rotterdam en Duitsland voor waterstof, CO₂, ammoniak en mogelijk warmte. Het project moet het Rotterdamse havengebied direct verbinden met het Duitse achterland.

Vooral voor de chemische sector wordt veel verwacht van die infrastructuur. Bedrijven kunnen daarmee niet alleen waterstof ontvangen, maar in de toekomst mogelijk ook CO₂ afvoeren voor opslag onder de Noordzee.
De ontwikkeling van waterstofnetwerken komt op een moment waarop Europa zoekt naar alternatieven voor fossiele brandstoffen en meer energieonafhankelijkheid. Sinds de energiecrisis van 2022 is de strategische waarde van eigen energie infrastructuur sterk toegenomen. Tegelijkertijd groeit de druk op industrieën om hun uitstoot snel te verminderen.
Van plannen naar echte infrastructuur
Jarenlang draaide de waterstofsector vooral om pilotprojecten en toekomstvisies. Met de aanleg van nationale netwerken en internationale corridors verschuift de focus steeds meer naar concrete infrastructuur.
Gasunie begon eerder al met de aanleg van een landelijke waterstofbackbone in Nederland. Grote delen daarvan bestaan uit bestaande aardgasleidingen die worden omgebouwd. Uiteindelijk moet een netwerk ontstaan dat industriële regio’s, opslaglocaties, importhavens en buitenlandse verbindingen aan elkaar koppelt.
Of waterstof daadwerkelijk op grote schaal doorbreekt in de industrie hangt uiteindelijk niet alleen af van infrastructuur, maar ook van de beschikbaarheid van groene waterstof en de prijs daarvan. Toch geldt het netwerk als een noodzakelijke voorwaarde om een Europese waterstofmarkt überhaupt mogelijk te maken.






