Nederland is een waterland bij uitstek. Toch dreigt ook hier, analoog aan netcongestie, drinkwatercongestie: over tien tot vijftien jaar kunnen steeds meer woonwijken en bedrijven niet meer op onze drinkwatervoorziening worden aangesloten. Hoe valt dat te voorkomen? Oplossingen zijn ruimschoots aanwezig. Volgens deskundigen ligt het begin van een oplossing in meer waterbewustzijn bij de consument. Tegelijkertijd is het een zeer complexe opgave waarin water, energie, voedsel en grondstoffen goed op elkaar afgestemd dienen te worden.
Schaarste aan goed drinkwater valt misschien moeilijk te rijmen in een waterrijke delta als ons land: we hebben toch het IJsselmeer, de grote rivieren en, bij tijd en wijle, meer dan voldoende neerslag? Achter de schermen – en ook steeds meer daarvoor – spreken diverse adviesorganen, drinkwaterbedrijven en publiek-private organisaties echter hun zorgen uit over de kwaliteit en kwantiteit van ons drinkwater. Zo stelt de Rli (de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur) in hun advies ‘Zorg voor water: de toekomst van ons drinkwater als gezamenlijke opgave’ van april 2026 dat de ‘huidige inrichting van onze drinkwatervoorziening niet geschikt is om aan drie externe ontwikkelingen het hoofd te bieden: de vervuiling van het zoetwatersysteem, bevolkingsgroei en economie, en klimaatverandering’.
Zo raakt ons grond- en oppervlaktewater steeds verder vervuild met industriële stoffen (als PFAS dat inmiddels in alle Friese wateren voorkomt), medicijnresten, meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen. Door de groeiende bevolking en dito economie stijgt bovendien de vraag naar drinkwater. Huishoudens zijn goed voor driekwart van de totale vraag naar drinkwater, landbouw, bedrijven en grootverbruikers spelen ook een deuntje mee (denk aan koeling van datacenters, nu onder de promille van het totaal). Tegelijkertijd treden er meer en langere perioden van droogte en hittegolven op. Dat leidt ertoe dat burgers, boeren en bedrijven steeds meer verbruiken terwijl de beschikbare zoetwaterbronnen, waaruit drinkwater wordt gemaakt, op die momenten juist afnemen.

In april 2026 heeft de Bouwtafel Waterzuinige wijken – een samenwerkingsverband van gemeenten, ontwikkelaars, woningcorporaties, provincies, drinkwaterbedrijven en bewonersorganisaties – het Rijk daarom opgeroepen om uitvoering van het Nationaal Plan van Aanpak Drinkwaterbesparing te versnellen en om een duidelijke, landelijke richtlijn voor ‘waterzuinig wonen’ op te stellen. Die richtlijn kan worden getoetst aan de hand van voorbeeldwijken, bijvoorbeeld de recent onderscheiden waterneutrale wijk Heuvelstraat in Silwolde (Gelderland). Na zo’n toetsing, zo beveelt de Bouwtafel aan, geeft een onafhankelijke instantie (als KWR, RIVM) advies voor verankering van drinkwaterbesparing in wet- en regelgeving, vooral over verantwoord (her)gebruik van hemelwater en infiltratie als aanvulling op het grondwater.
Regenwatergebruik
Het waterbewustzijn bij de consument is, mede doordat drinkwater hier goedkoop is, onvoldoende aanwezig. In Nederland gebruiken we per persoon per dag gemiddeld 128 liter drinkwater terwijl we dat in 2035 naar 100 liter per persoon per dag zullen moeten terugbrengen (zoals in 2024 ook afgesproken in het nationaal plan van aanpak drinkwaterbesparing).
In het WaterCampus Business Centre Johannes de Doper (voormalig katholieke kerk in Leeuwarden) licht Hein Molenkamp de ontwikkelingen toe. Hij is al zestien jaar directeur van de Water Alliance, de landelijke netwerk- en brancheorganisatie die zo’n 220 bedrijven in water- en milieutechnologie ondersteunt, van drinkwaterbesparing tot betere waterkwaliteit en terugwinning van grondstoffen uit afvalwater. Met Wetsus, Hogeschool Van Hall Larenstein (de ‘groene hogeschool’) en de Water Alliance – kortweg de WaterCampus – geldt de Friese hoofdstad sinds jaar en dag als knooppunt voor watertechnologie.

‘De hoeveelheid water die een consument in ons land voor drinken gebruikt is relatief klein, zegt Molenkamp. ‘Het meeste gaat op aan douchen, wassen, beregening van de tuin en het spoelen van de wc. Er zijn tegenwoordig vele manieren om slimmer met het watergebruik op consumentenniveau om te gaan. Waarom benutten we niet meer ons regenwater? Dat krijgen we toch gratis? Nu wordt regenwater naar het riool afgevoerd. Ook vermengen we regenwater met afvalwater. Dat is zonde. Regenwater kunnen we beter scheiden en bufferen, zowel op woning- als op bedrijfsniveau.’
Waarom benutten we niet meer ons regenwater? Dat krijgen we toch gratis?”
Hij vervolgt: ‘in België is dat al sinds 2004 wettelijk geregeld. Daar mag je geen woning bouwen zonder een regenwaterput of infiltratiesysteem. Als je meer dan 80 vierkante meter dakoppervlak hebt, is 5000 liter regenwateropslag verplicht. Vlamingen moeten leidingen voor regenwater zichtbaar scheiden van drinkwater om kruisbesmetting te voorkomen. Sinds 2023 geldt dat ook voor renovatie. Regenwater moet je gebruiken voor het doorspoelen van de wc, voor bewatering van de tuin of andere toepassingen. In ons land is dat niet in de wet opgenomen. De technische mogelijkheden zijn er al jaren, daarvoor hoef je niks nieuws te ontwikkelen.’
Zolang waterbesparing nog niet wettelijk vastligt, bijvoorbeeld in het Bouwbesluit waarvoor zowel de Bouwtafel als de Water Alliance pleiten, zijn er slechts enkele mogelijkheden. Twee daarvan springen meteen in het oog: stimuleren en beprijzen. ‘Gemeenten als Leeuwarden en Lemmer’, gaat Molenkamp door, ‘stimuleren het toepassen van grijswaterhergebruik bij nieuwbouwwoningen. Hydraloop, een bedrijf uit Leeuwarden, heeft bijvoorbeeld een installatie ontwikkeld dat water van de douche en wasmachine tot bijna drinkwaterkwaliteit zuivert zodat je het weer kan gebruiken.’
Een andere manier – na de wortel de stok – is beprijzen. De directeur van de Water Alliance trekt de vergelijking met Poetins aanval op Oekraïne waardoor de prijs van aardgas plots omhoogschoot. ‘Als de portemonnee gevoelig wordt, dan kan iedereen de kamertemperatuur zomaar van 21 naar 19 graden zetten’, verklaart hij. ‘Bij water is dat lastiger: drinkwaterbedrijven mogen niet zomaar de drinkwaterprijs verhogen. Wel zou de politiek een gemiddelde hoeveelheid water tegen een vastgestelde prijs kunnen afspreken. Bij excessieve afname – bijvoorbeeld als je vaak je auto wast of veelvuldig de tuin beregent – belast je dat waterverbruik iets meer. Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor de industrie. Die heeft nóg lagere tarieven dan de burger. Bij strengere regelgeving en hogere prijzen ben ik ervan overtuigd dat besparing sneller gaat.’
Waterzuivering
Naast vermindering van de vraag wordt vervuiling van grond- en oppervlaktewater de komende jaren een hardnekkig probleem. Innamestops van water uit de rivieren door vervuiling, nu nog sporadisch, zullen toenemen. Waterzuivering wordt daarmee steeds belangrijker (en duurder).
Molenkamp: ‘de landbouw, de chemie en de voedingsmiddelenindustrie, opkomende datacenters, allemaal gebruiken ze behoorlijk wat water. Dat betekent dat je ook moet zorgen dat dit water beschikbaar komt. Normaliter wordt ons afvalwater gezuiverd en geloosd op het oppervlaktewater. Dan is het jammer dat een groot deel in zee stroomt en onbruikbaar wordt. Je hebt immers veel geïnvesteerd om dat water zuiver te maken. Bij de RWZI Garmerwolde, de grootste rioolwaterzuiveringsinstallatie van Noord-Nederland, zijn de laatste jaren pilots geweest om het gezuiverde water, het effluent, op te vangen en om microverontreinigingen en medicijnresten eruit te halen. Dat is een opstap om er later weer water voor de industrie van te maken.’
De directeur geeft onmiddellijk aan dat het een ingewikkeld proces is. ‘Het is boeiend om te horen dat water aan de andere kant van de grens schoon wordt genoemd terwijl wij, als het ons land binnenstroomt, dat niet altijd zo schoon vinden. Oppervlaktewater is, naast grondwater, in ons land vaak de bron voor drinkwater. Die kwaliteit is in regels vastgelegd. Het is complexe materie met veel spelers in het veld. Dat wordt zichtbaar als je datzelfde water wilt opwerken tot herbruikbaar proceswater. Dat kun je zomaar niet met een draai aan de knop regelen. Samenwerking en afstemming is vereist.’
Brainport Eindhoven
Veel van de huidige waterproblemen komen in Noord-Brabant aan het licht, vooral in en rond de lichtstad Eindhoven, nu brandpunt van innovatie dankzij de High Tech Campus. ASML zit er, NXP Semiconductors, Philips en Signify natuurlijk, de VDL Groep en talloze start- en scale-ups. De stad groeit onstuimig, van zo’n 230.000 inwoners in 2020 naar een verwachte 300.000 in 2030, sterker dan elke andere stad in ons land. Die groei gaat gepaard met de bouw van 40.000 nieuwe woningen die op de drinkwatervoorziening moeten worden aangesloten. En alsof dat nog niet genoeg is, daalt het grondwater op de Brabantse zandgronden, neemt de verdroging toe door onder andere klimaatverandering en raken buffers van drinkwaterbedrijven uitgeput.
Eindhoven Engine (een samenwerking tussen TU/e, Fontys en TNO) heeft de urgentie daarvan ingezien. Deze ‘motor’ is een publiek-privaat consortium met Defensie, Waterschap de Dommel, een aantal bedrijven en Rijkswaterstaat gestart. Eind vorig jaar heeft de club 800.000 euro vrijgemaakt (50% gefinancierd door RWS) om de kansen voor circulaire waterhubs in kaart te brengen. Paul Desmedt, programmamanager bij Eindhoven Engine, schetst de wateruitdagingen voor de Brainport regio.
Het bestaande systeem waarbij grondwater voor de productie van drinkwater wordt onttrokken en na eenmalig gebruik uit het gebied verdwijnt, is niet langer houdbaar. Elke druppel telt.”
‘Individuele oplossingen zijn niet langer toereikend’, zegt hij. ‘Daarom moet je naar gemeenschappelijkheid zoeken. Het bestaande systeem waarbij grondwater voor de productie van drinkwater wordt onttrokken en na eenmalig gebruik uit het gebied verdwijnt, is niet langer houdbaar. Elke druppel telt. Wij brengen partijen bij elkaar om een circulaire waterhub te scheppen waarbinnen water van de ene naar de andere partij wordt doorgegeven zodat water uiteindelijk schoon de natuur ingaat.’

Desmedt geeft aan dat daarin allerlei tegenstrijdigheden in zitten, zowel qua volume als qua beschikbare ruimte. “Agrariërs willen over voldoende water beschikken voor hun akkers. Industriële activiteiten vervuilen het grondwater. En Defensie heeft terrein voor hun oefeningen en munitieopslag nodig. De uitdaging is die partijen, met verschillende belangen, bij elkaar te brengen en te laten samenwerken.’
Tunnelbak
Een van de partijen in deze samenwerking is Rijkswaterstaat. RWS, onderdeel van het Ministerie van I&W, verzorgt het onderhoud, het beheer en de aanleg van snelwegen en vaarwegen. Ook is RWS verantwoordelijk voor de civiele kunstwerken daarin (zoals bruggen, tunnels, viaducten en sluizen). De A2 ter hoogte van Best is verdiept aangelegd. Om de snelweg droog te houden wordt het grond- en snelwegwater weggepompt. En laat nu dat punt, een tunnelbak, uitstekende kansen bieden om weg en water met elkaar te verbinden.
‘Voor drinkwater is Eindhoven volledig afhankelijk van grondwater’, zegt Stan Kerkhofs, living lab specialist bij het corporate innovatieprogramma van RWS. ‘Er zijn hier geen grote rivieren, er is geen IJsselmeer. Je hebt beperkte bronnen terwijl de watervraag steeds groter wordt. Wij willen water dan ook in het gebied houden door het overschot van de een aan het tekort van de ander te koppelen.’
De tunnelbak onder de A2 bij Best biedt volgens hem een mooi startpunt. ‘Uit die bak pompen we jaarlijks ruim een half miljoen kuub water weg’, vervolgt hij. ‘Dat is deels grondwater, deels afvloeiend regenwater dat door bandenslijpsel en microplastics is verontreinigd. Dat kunnen de boeren, high tech bedrijven en de natuur na zuivering uitstekend gebruiken.’

Schetst het alternatieve scenario. ‘Momenteel pompen we het water af naar een sloot naast de A2 waarna het noordelijk naar Den Bosch afstroomt en vervolgens uit ons gebied verdwijnt. Wij willen dat water opvangen, zuiveren en naar het Wilhelminakanaal ten zuiden van de tunnelbak pompen. Vanuit het Wilhelminakanaal kan het naar ASML dat dat ten noorden van het bestaande BIC een nieuwe campus laat bouwen. Gecombineerd met een wateroverschot van de luchthaven willen we het gezuiverde water naar de Oirschotse Heide brengen, een natuurgebied dat verdroogt. Defensie kan het daar opslaan in een zuiverend landschap met een waterhindernis, dat ze voor oefeningen kunnen gebruiken. Cruciaal zijn de zuiveringsstappen in deze keten zodat de natuur het graag ontvangt.
Kerkhofs plaatst het watervraagstuk in breder perspectief. ‘De verzorgingsplaats Kloosters aan de A58 op de Oirschotse Heide is dé innovatieplek van Rijkswaterstaat voor verduurzaming van snelwegen. Hier experimenteren we met de opvang, zuivering en opslag van snelwegwater. Water is onderdeel van de meent (eng: common), we moeten er dus gezamenlijk voor zorgen. Het idee is dan ook om een watercoöperatie te vormen. Met boeren, Brabants Landschap, Defensie, RWS, het Waterschap en andere partijen. De insteek is om het op zo’n manier te doen dat we de realisatie van regeneratieve, circulaire waterhubs op andere plekken in Noord-Brabant, Friesland en andere provincies kunnen versnellen.’













