Nieuws

Europa heeft alternatief voor gas al in handen, maar het verdwijnt massaal de lucht in

restwarmte
© iStock

Europa laat een gigantische hoeveelheid energie letterlijk de lucht in verdwijnen. Door restwarmte van datacenters en fabrieken slimmer te benutten, kan het gasverbruik flink omlaag en liggen miljardenbesparingen binnen bereik.

Europa beschikt over een enorme energiebron die grotendeels letterlijk de lucht in verdwijnt. Restwarmte van fabrieken, datacenters en andere grote energieverbruikers kan volgens het Deense ingenieursbedrijf Danfoss een veel grotere rol spelen in de Europese energievoorziening. Hergebruik kan niet alleen het gasverbruik terugdringen, maar ook energiekosten verlagen en de Europese industrie concurrerender maken.

Wereldwijd ging in 2024 bijna twee derde van de gebruikte energie verloren in de vorm van warmte. In de Europese Unie komt jaarlijks naar schatting circa 1.200 TWh aan restwarmte vrij. Richting 2050 kan dat oplopen tot 1.517 TWh, volgens onderzoek dat Danfoss aanhaalt. Dat zou theoretisch voldoende zijn om de toekomstige warmtevraag van Europese gebouwen te dekken.

Restwarmte hoeft niet verloren te gaan

Restwarmte ontstaat overal waar energie wordt omgezet. Denk aan staal- en chemische fabrieken, supermarkten, rioolwaterzuiveringen en datacenters. Vooral die laatste categorie wordt interessant door de snelle groei van AI: vrijwel alle elektriciteit die een datacenter gebruikt, eindigt uiteindelijk als warmte.

Die energie hoeft niet verloren te gaan. Een industriële warmtepomp kan relatief koele restwarmte naar een bruikbaar temperatuurniveau brengen. Vervolgens kan de warmte opnieuw worden ingezet in het productieproces, een naastgelegen gebouw of een lokaal warmtenet.

Vooral hergebruik op het eigen bedrijfsterrein kan aantrekkelijk zijn. Bij aluminiumfabrikant Hydro in het Deense Tønder wordt warmte uit het koelproces bijvoorbeeld opgewaardeerd van 16 naar 60 graden Celsius. Daardoor kan jaarlijks naar verwachting 205.600 kubieke meter gas worden uitgespaard. De terugverdientijd van het project bedraagt volgens Danfoss 2,3 jaar.

Voorbeeld: In Duitsland liggen duizenden industriële restwarmtebronnen verspreid over het land (links). Een groot deel daarvan bevindt zich dicht bij bestaande warmtenetten (rechts), waardoor de warmte lokaal opnieuw kan worden gebruikt. © Danfoss

Besparingen tot 140 miljard euro per jaar

Wereldwijd bleef in 2023 minstens 3.100 TWh aan restwarmte onbenut. Terugwinning daarvan zou volgens de analyse waarop Danfoss zich baseert tot 140 miljard euro per jaar kunnen besparen.

Voor Europa speelt daarnaast energiezekerheid mee. Warmte die lokaal uit industrie of datacenters wordt teruggewonnen, hoeft immers niet met geïmporteerd aardgas te worden opgewekt.

Waar wachten we dan nog op?

De grootste uitdaging is dat warmte veel minder eenvoudig over grote afstanden kan worden vervoerd dan elektriciteit of gas. Producent en afnemer moeten daarom bij voorkeur dicht bij elkaar zitten. Ook moet het temperatuurniveau aansluiten: restwarmte is regelmatig slechts 30 tot 60 graden, terwijl bestaande warmtenetten soms op 70 tot 100 graden draaien. Een warmtepomp kan dat verschil overbruggen, maar vraagt elektriciteit en extra investeringen.

Daarmee is restwarmte geen simpele vervanger van aardgas. De grote kans ligt vooral in slimme lokale combinaties: datacenters naast woonwijken, industrieclusters waarin bedrijven elkaars warmte gebruiken en fabrieken die hun eigen restwarmte terugvoeren in het productieproces. Juist bij nieuwe industriegebieden en datacenters kan het daarom lonen om niet alleen naar de elektriciteitsaansluiting te kijken, maar vanaf het ontwerp ook naar de vraag: waar kan de geproduceerde warmte straks naartoe?

Onderwerp:
DuurzaamheidEnergie
Nieuw op TW
Meer relevante berichten