De Nederlandse industrie wil verduurzamen, maar steeds meer plannen blijven op de tekentafel liggen. Ongeveer een derde van de projecten die bedrijven vorig jaar nog uiterlijk in 2030 wilden uitvoeren, is inmiddels één tot twee jaar uitgesteld. Hoge energiekosten, een overvol stroomnet en onzekerheid over de financiële haalbaarheid zetten de investeringen onder druk. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
Voor het onderzoek sprak RVO met vertegenwoordigers van 65 grote industriële uitstoters, die samen verantwoordelijk zijn voor ongeveer 80 procent van de CO₂-uitstoot van de Nederlandse industrie. De bedrijven hebben 263 verduurzamingsprojecten in beeld, die in 2030 naar verwachting 13,3 megaton CO₂-reductie opleveren. Vorig jaar werd nog gerekend op 17,2 megaton, bijna 23 procent meer.
De daling komt niet alleen doordat projecten vertraging oplopen. Voor ongeveer 4 megaton aan jaarlijkse CO₂-reductie zijn projecten doorgeschoven tot na 2030. Daarnaast zijn projecten met een gezamenlijk reductiepotentieel van 1,3 megaton volledig geschrapt.
Investeringen blijven uit
Vooral de financiële haalbaarheid blijkt een hardnekkig probleem. Bij driekwart van de projecten die uiterlijk in 2030 gerealiseerd moeten worden, spelen financiële knelpunten. Hoge elektriciteitsprijzen, stijgende netwerkkosten en de prijs van waterstof maken het lastig om investeringen terug te verdienen.
Dat heeft directe gevolgen voor grote industriële projecten. Van de vijf grootste projecten waarvoor in 2025 een definitief investeringsbesluit werd verwacht, is geen enkel besluit volgens planning genomen. Drie projecten zijn uitgesteld en twee volledig stopgezet. Samen waren ze goed voor een mogelijke jaarlijkse CO₂-reductie van 2,2 megaton.
Ook de internationale concurrentie speelt mee. Nederlandse fabrieken moeten concurreren met producenten in landen waar energie goedkoper is of waar bedrijven ruimere financiële steun krijgen. Volgens RVO beoordeelt driekwart van de ondervraagde bedrijven de rentabiliteit van verduurzamingsinvesteringen als slecht of zeer slecht.
Stroomnet vormt tweede obstakel
Naast de kosten vormt de beschikbare infrastructuur een probleem. Van de 65 ondervraagde bedrijven hebben er 43 een zwaardere elektriciteitsaansluiting nodig om hun plannen te realiseren. Daarvan staan er 28 op een wachtlijst.
Bij 36 projecten dreigt het gebrek aan infrastructuur daadwerkelijk de uitvoering te verhinderen. Deze projecten vertegenwoordigen samen ongeveer 3,5 megaton aan mogelijke CO₂-reductie.
Vooral de elektrificatie van industriële processen is afhankelijk van voldoende transportcapaciteit op het elektriciteitsnet. Bedrijven kunnen bijvoorbeeld gasgestookte installaties vervangen door elektrische alternatieven, maar zonder een tijdige netaansluiting blijft die investering voorlopig buiten bereik.
Minder CO₂, maar niet altijd door verduurzaming
Ook de verwachtingen rond CO₂-afvang en opslag zijn naar beneden bijgesteld. Deze techniek moet in 2030 nog altijd ongeveer 5 megaton uitstoot besparen, maar dat is minder dan eerder voorzien. Tegelijkertijd worden waterstofprojecten uitgesteld of stopgezet doordat de verwachte vraag achterblijft.
Opvallend is dat de Nederlandse industrie de afgelopen jaren wel degelijk minder CO₂ is gaan uitstoten. Tussen 2021 en 2025 daalden de jaarlijkse emissies van de onderzochte bedrijven met ongeveer 6 megaton. Slechts 20 procent van die afname kwam echter door uitgevoerde verduurzamingsprojecten. De rest was voornamelijk het gevolg van fabriekssluitingen en een lagere productie.
Voor de periode 2031 tot 2040 hebben de bedrijven nog plannen die samen 14,4 megaton extra CO₂-reductie kunnen opleveren. Volgens RVO is meer dan 80 procent daarvan onzeker.













