Het gebalkaniseerde Noord-Amerikaanse hoogspanningsnetwerk groeit te langzaam om de klimaatdoelen van de VS te realiseren. Het vervangen van oude conductoren door HTSL-kabels moet uitkomst bieden maar gaat veel langzamer dan in Europa.
Het is een wereldwijd verschijnsel: de groei van de hoogspanningsnetwerken blijft ver achter bij de explosieve toename in het aanbod aan groene energie en de vraag naar meer elektriciteit. Om het klimaatdoel van zero-emissions in 2050 te realiseren, moet volgens het Internationale Energieagentschap de lengte van alle hoogspanningslijnen in de wereld groeien van 5.5 miljoen naar 15 miljoen kilometer. Daarvoor is tot 2050 ieder jaar zo’n $600 miljard aan investeringen nodig, dubbel zoveel als nu het geval is.
In Amerika is de situatie ronduit alarmerend. De aanname van de Inflation Reduction Act in 2022 is een grote stimulans gebleken voor tientallen grote wind- en zonne-energie projecten. Tegelijkertijd neemt de vraag naar elektriciteit snel toe door grote investeringen in datacenters, AI-toepassingen, crypto-mining en elektrisch transport. Helaas groeit het hoogspanningsnetwerk niet mee. Volgens het Amerikaanse ministerie van energie wacht momenteel 1.200 GW aan groene elektriciteit op een aansluiting op het Amerikaanse grid.

‘De investeringen in het Amerikaanse hoogspanningsnetwerk zijn de laatste tien jaar gehalveerd,’ zegt Emilia Chojkiewicz, een energie-expert van het Lawrence Berkeley National Lab. ‘De noodzaak ontbrak. Door een steeds efficiënter gebruik van energie was er nauwelijks sprake van toename in de belasting’ Nu de vraag naar elektriciteit wel omhoog gaat, gebeurt er te weinig. Chojkiewicz schrijft dit toe aan het conservatisme bij de nutsbedrijven, een gebrek aan coördinatie en de problemen bij het verkrijgen van vergunningen voor nieuwe trajecten.
Het Noord-Amerikaanse grid heeft meer dan 7.000 grote energieleveranciers, 250.000 kilometer aan hoogspanningsleidingen en 400 miljoen afnemers. Het wordt wel eens ‘de grootste machine van de wereld’ genoemd. Het is dan wel een zeer gefragmenteerde machine. De operatie en het onderhoud van het Amerikaanse grid is in handen van bijna 500 afzonderlijke private en publieke ondernemingen. Die bedrijven hebben dan ook nog eens te maken met tientallen toezichthouders in de staten en op het federale niveau.












