Nederlandse kantoren zijn gemiddeld voor 59 procent bezet. Dat blijkt uit het Occupier Panel 2025 van vastgoedadviseur CBRE, gebaseerd op 174 organisaties die samen 4,4 miljoen vierkante meter kantoorruimte gebruiken: ongeveer een tiende van de Nederlandse kantorenmarkt. Voor de pandemie lag dat cijfer op 65 procent. Bij overheid en publieke instellingen komt het niet verder dan 51 procent. Dinsdag en donderdag zijn de drukke dagen, maandag en vrijdag de rustige.
De installaties in diezelfde panden houden daar zelden rekening mee. Verwarming, koeling en ventilatie worden in de meeste gebouwen aangestuurd op een vaste bedrijfstijd en een ontwerpbezetting die uit het oorspronkelijke bestek komt. Het gebouw draait van zeven tot zeven, of er nu driehonderd of negentig mensen binnen zijn. Omdat klimaat en ventilatie in kantoren veruit de grootste energiepost vormen, is een structureel gat van tientallen procenten tussen ontwerp en werkelijk gebruik geen detail.
De regelgeving dwingt tot meten
De herziene Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen, EPBD (EU) 2024/1275, maakt dat gat lastiger te negeren. Artikel 13 verplicht lidstaten om eisen te stellen aan gebouwautomatisering in niet-residentiele gebouwen. Voor installaties met een nominaal vermogen boven 290 kW voor verwarming, koeling of gecombineerde systemen gold die eis al eind 2024; eind 2029 zakt de drempel naar 70 kW. De termijn waarop lidstaten de richtlijn in nationale wetgeving moesten hebben omgezet, liep af op 29 mei 2026.
Artikel 13, lid 10 schrijft voor wat zo’n systeem moet kunnen: het energiegebruik continu monitoren, loggen, analyseren en laten bijstellen. Dat laatste woord is het lastigste. Monitoren en loggen zijn een kwestie van meetpunten en opslag. Bijstellen vraagt om een signaal waarop je bijstelt. En juist dat signaal, hoeveel mensen er in welk deel van het gebouw zullen zijn, ontbreekt in de meeste gebouwbeheersystemen.
Sensoren meten het verleden
De gangbare oplossing is bezettingsmeting met sensoren. Elk type heeft zijn eigen tekortkomingen. Bewegingsmelders missen mensen die stil achter een scherm zitten. CO₂-metingen lopen achter op de werkelijke bezetting, omdat de concentratie pas oploopt naarmate het ruimtevolume zich vult en de ventilatie het verschil deels wegwerkt. Wifi-tellingen tellen apparaten, niet personen. Stoel- en bureausensoren zijn nauwkeurig, maar duur per meetpunt en gevoelig voor verplaatst meubilair.
De fundamentele beperking delen ze allemaal: ze meten wat er nu gebeurt of net gebeurd is. Een gebouw reageert niet op die tijdschaal. Een luchtbehandelingskast heeft opstarttijd. Betonkernactivering werkt met een responstijd van uren tot een etmaal. Een warmtepomp die een pand op temperatuur moet brengen, begint daar ’s nachts mee. Wie nachtverlaging, voorverwarming en ventilatiestand wil afstemmen op de werkelijke bezetting, heeft die informatie nodig voordat de dag begint, niet om negen uur ’s ochtends wanneer de energie al in het gebouw zit.
De enige bron die vooruitkijkt
Reserveringsdata is daarop de uitzondering. Wanneer medewerkers hun kantoordagen vooraf vastleggen, ontstaat een bezettingsprognose voor morgen, overmorgen en de rest van de week. Een systeem voor werkplek reservering registreert niet alleen hoeveel mensen komen, maar ook waar: welke verdieping, welke vleugel, welke vergaderruimte en in welk tijdvak.
Daarmee verandert het karakter van de gegevens. Sensordata is meetdata, geschikt voor validatie, rapportage en het corrigeren van aannames achteraf. Reserveringsdata is stuurdata, bruikbaar als input voor setpoints en bedrijfstijden een dag vooruit. De combinatie is sterker dan beide afzonderlijk: sensoren corrigeren reserveringen die niet worden nagekomen, reserveringen geven de sensordata een vooruitblik.
De winst zit in zonering, niet in fijnregeling
De grootste besparing ligt zelden in het een graad anders instellen van een setpoint. Ze ligt in het aantal zones dat op een gegeven dag daadwerkelijk in bedrijf is. Verdelen honderdtwintig medewerkers zich op een vrijdag over vijf verdiepingen, dan moeten die vijf verdiepingen worden geklimatiseerd en geventileerd. Passen dezelfde mensen op twee verdiepingen, dan kunnen de overige drie terug naar een gereduceerde stand.
Dat sturen kan alleen als de zone-indeling van het reserveringssysteem overeenkomt met de regeltechnische indeling van het gebouw. In de praktijk lopen die twee bijna nooit gelijk: reserveringssoftware deelt plattegronden in naar teams en afdelingen, terwijl klimaatgroepen de indeling van de installatie volgen. Het op elkaar leggen van beide indelingen is meestal een kwestie van de plattegronden in het reserveringssysteem opnieuw groeperen, maar het is wel de stap die bepaalt of de data een rapportagemiddel blijft of een stuursignaal wordt.
Aandachtspunten bij implementatie
- Koppeling: controleer of het reserveringssysteem via een open API of bestaande integraties bezetting per zone kan doorgeven aan het gebouwbeheersysteem, en met welke frequentie.
- Validatie: meet het percentage no-shows met sensoren. Zonder die correctie stuurt u installaties aan op reserveringen die niet zijn nagekomen.
- Privacy: lever bezettingsdata geaggregeerd per zone aan, niet herleidbaar tot individuele medewerkers. Dat is niet alleen een AVG-eis, het is ook de voorwaarde voor draagvlak op de werkvloer.
- Terugvalgedrag: leg vast wat de installatie doet wanneer de datastroom uitvalt. Een gereduceerde stand bij een ontbrekend signaal levert klachten op, een volle stand levert verspilling op.
- Meetperiode: reken met minimaal een volledig seizoen voordat u vaste bedrijfstijden aanpast. Bezettingspatronen verschuiven met vakanties, projecten en reorganisaties.
Samenvatting
- De gemiddelde kantoorbezetting in Nederland ligt op 59 procent, terwijl installaties doorgaans op ontwerpbezetting draaien.
- De EPBD verplicht gebouwautomatisering die energiegebruik niet alleen monitort maar ook laat bijstellen; onder 70 kW volgt die eis in 2029.
- Sensoren meten bezetting achteraf; installaties met thermische traagheid hebben een vooruitblik nodig.
- Reserveringsdata levert die vooruitblik, mits de zone-indeling aansluit op de regelgroepen van het gebouw.











