Wire

Verwarming in transitie: waarom het rendement van de cv-installatie er nog steeds toe doet

© Onze partner

In de discussie over de verduurzaming van de gebouwde omgeving gaat de aandacht vooral uit naar warmtepompen, warmtenetten en all-electric woningen. Dat is terecht, want daar ligt de lange termijn. Maar de realiteit van de bestaande woningvoorraad is dat de cv-ketel voorlopig het werkpaard blijft van de meeste Nederlandse huishoudens. Ruimteverwarming en warm tapwater vormen samen het leeuwendeel van het energieverbruik in een woning, en juist daar valt met bestaande techniek nog aanzienlijke winst te boeken. Het rendement en het onderhoud van de verwarmingsinstallatie verdienen daarom meer aandacht dan ze doorgaans krijgen. 

Het rendementsverschil dat vaak wordt onderschat 

Het verschil tussen een verouderde en een moderne verwarmingsketel is groter dan veel mensen denken. Een conventionele ketel van vijftien jaar of ouder haalt in de praktijk een rendement in de orde van vijftig tot zestig procent, doordat een groot deel van de warmte via de rookgassen verloren gaat. Een moderne condenserende ketel benut juist de warmte uit die rookgassen door de waterdamp te laten condenseren, en haalt daardoor rendementen die op de onderwaarde van het gas boven de honderd procent uitkomen. 

Dat is geen marketingtruc, maar een direct gevolg van het terugwinnen van latente warmte die bij oudere toestellen ongebruikt de schoorsteen uit verdwijnt. In termen van primair energieverbruik betekent de overstap van een oude naar een efficiënte ketel al snel een besparing die kan oplopen tot dertig procent op de warmtevraag. Voor de bestaande bouw, waar een volledige overstap naar all-electric nog niet overal haalbaar of betaalbaar is, is dat een relevante tussenstap in plaats van een concurrent van de warmtepomp. 

Onderhoud als laaghangend fruit 

Een aspect dat in de transitiediscussie vrijwel altijd onderbelicht blijft, is dat het rendement van een installatie na verloop van tijd wegzakt wanneer die niet goed wordt onderhouden. Vervuiling van de brander en de warmtewisselaar, een verkeerd ingestelde watertemperatuur of een niet goed ingeregeld systeem zorgen ervoor dat een op papier zuinige ketel in de praktijk tegenvalt. Regelmatig onderhoud houdt niet alleen het rendement op peil, maar verlengt ook de levensduur van het toestel aanzienlijk en voorkomt storingen op de minst gelegen momenten. 

De uitvoering daarvan blijft mensenwerk. Een correcte installatie en onderhoud van de cv-installatie door gecertificeerde monteurs bepaalt in hoge mate of de theoretische efficiëntie van een toestel ook daadwerkelijk wordt gehaald. Denk aan het inregelen van de radiatoren, het instellen van een lagere aanvoertemperatuur zodat de ketel vaker in de condenserende modus draait, en het toepassen van weersafhankelijke regeling. Dit soort ingrepen kost relatief weinig, maar levert een meetbare besparing op en past uitstekend in een stapsgewijze verduurzaming van de woning. 

De weg naar hybride en all-electric 

De cv-ketel en de warmtepomp worden vaak als tegenpolen gepresenteerd, maar in de praktijk groeien ze naar elkaar toe. Een hybride opstelling, waarbij een lucht-water-warmtepomp het grootste deel van het jaar de verwarming verzorgt en de bestaande ketel alleen bijspringt op de koudste dagen, is voor veel bestaande woningen een pragmatische route. Het verlaagt het gasverbruik fors zonder dat de woning direct volledig geïsoleerd en van lagetemperatuurafgifte voorzien hoeft te zijn. 

Die tussenstap koopt tijd en spreidt de investering, terwijl de infrastructuur voor volledig all-electric verwarmen geleidelijk op orde komt. Het onderstreept ook waarom de kwaliteit van de bestaande installatie ertoe blijft doen: een hybride systeem functioneert het beste wanneer het samenspel tussen warmtepomp en ketel goed is afgesteld, en dat vergt kennis van beide werelden. 

Wat dit betekent voor de bestaande woningvoorraad 

De verduurzaming van miljoenen bestaande woningen laat zich niet in één stap realiseren. Juist daarom is het verstandig om de tussenstappen serieus te nemen: een efficiënte ketel in plaats van een versleten exemplaar, goed onderhoud om het rendement vast te houden, en waar mogelijk een hybride opstelling als opmaat naar volledig fossielvrij verwarmen. Elk van die stappen verlaagt het verbruik en de uitstoot op de korte termijn, zonder dat de bewoner hoeft te wachten op een ingrijpende en dure totaalrenovatie. 

Voor de techniek- en installatiesector ligt hier een aanzienlijke opgave, want de vraag naar vakmensen die zowel de bestaande gasgestookte techniek als de nieuwe elektrische systemen beheersen, neemt de komende jaren alleen maar toe. 

Tot slot 

In het grote verhaal van de energietransitie is de cv-installatie makkelijk af te doen als verouderde techniek op weg naar de uitgang. Maar zolang de bestaande bouw leunt op gasgestookte verwarming, bepalen het rendement en het onderhoud van die installaties mede hoe snel en hoe kosteneffectief de warmtevraag omlaag gaat. De grootste winst zit vaak niet in het meest geavanceerde systeem, maar in het optimaal laten presteren van wat er al staat, als verstandige stap richting een volledig duurzame warmtevoorziening. 

Veelgestelde vragen 

Hoe kan het rendement van een condenserende ketel boven de honderd procent liggen? Dat komt doordat het rendement wordt uitgedrukt op de onderwaarde van het gas. Een condenserende ketel wint extra warmte terug uit de waterdamp in de rookgassen, warmte die bij oudere toestellen verloren gaat. Op de onderwaarde gerekend komt het rendement daardoor boven de honderd procent uit. 

Loont het nog om in een efficiënte ketel te investeren nu de warmtepomp in opmars is? Voor woningen die nog niet geschikt zijn voor volledig elektrisch verwarmen, is een efficiënte of hybride opstelling vaak een verstandige tussenstap. Die verlaagt het gasverbruik direct en spreidt de investering, terwijl de woning stap voor stap verder wordt verduurzaamd. 

Hoeveel scheelt onderhoud werkelijk in het energieverbruik? Een goed onderhouden en juist ingeregelde ketel presteert merkbaar zuiniger dan een verwaarloosd exemplaar en gaat bovendien langer mee. De exacte besparing hangt af van de uitgangssituatie, maar het inregelen van het systeem en het verlagen van de aanvoertemperatuur behoren tot de goedkoopste maatregelen met een meetbaar effect. 

Nieuw op TW
Meer relevante berichten