


Henk Tolsma – Het aandeel biokunststoffen in de gehele kunststofmarkt bedraagt nog slechts enkele procenten. De voordelen voor milieu en klimaat zijn duidelijk, maar om productie op commerciële schaal en toepassing in de praktijk te realiseren blijkt een weerbarstig verhaal.
PLA – PolyLacticAcid of melkzuur – is goed voor zo’n vijftien procent van alle geproduceerde bio-kunststoffen. Het is een thermoplast gemaakt van uit maïs gewonnen melkzuur. PLA wordt veel gebruikt als flexibel en doorzichtig verpakkingsmateriaal voor voedsel, en ook in de vorm van bekers en potjes voor dezelfde markt. Het is in principe transparant en flexibel. Met vermenging van kalk wordt het harder. Het heet dan CPLA (crystallizad PLA) en is dan beter hittebestendig. Het is ook composteerbaar, in een industrieel proces bij hogere temperaturen dan in een doorsnee composthoop.
Mondjesmaat
Het gebruik van natuurlijke materialen is zo oud als de mensheid. Dat betreft in het begin vooral steen en hout, en later ook leer, rubber, plantenolie en natuurvezels. Kunststoffen gebaseerd op fossiele brandstoffen hebben die rol de afgelopen eeuw voor een flink deel overgenomen. Nu gaat het er om, vanwege milieu en klimaat, dat op natuurproducten gebaseerde materialen die kunststoffen weer terugdringen. En die nieuwe biomaterialen kunnen met moderne technieken verder worden ontwikkeld en verfijnd.
Dat terugdringen van fossiele kunststoffen lukt nog maar heel mondjesmaat. Het aandeel van bio-kunststoffen in de wereldwijde kunststofproductie ligt ergens tussen de één en acht procent, afhankelijk van wat wordt meegeteld. European Bioplastics houdt het op een productie van zo’n vier miljoen ton, het NOVA-instituut komt op 37 miljoen ton.














