Pyrolyse – oftewel het zuurstofloos verhitten tot enkele honderden graden van een grondstof – is duidelijk aan een opmars bezig. Bij dit proces ontstaan pyrolyse-olie of gas, afhankelijk van de technologie. Na jarenlange aanloop heeft het Overijsselse BTG Bioliquids inmiddels drie commerciële pyrolysefabrieken op biomassa draaien terwijl een groot aantal partijen onderzoekt of je plastics ook via pyrolyse kan verduurzamen. In beide gevallen levert dat een alternatief voor fossiele grondstoffen op.
Ruim tien jaar geleden was ik er ook al eens, in het kantoor van BTG World aan de rand van Enschede. Indertijd kondigde BTG Bioliquids de opening aan van Empyro, een van de eerste snelle pyrolysefabrieken in de EU. De fabriek van 25 MWth verrees in 2014 op het vroegere AkzoNobel terrein aan de Boortorenweg in Hengelo, hemelsbreed zo’n acht kilometer van Enschede verwijderd.
BTG Bioliquids werd opgericht in 2008. Het vermarkt de technologie die door BTG (Biomass Technology Group), een spin-off van Universiteit Twente, is uitgevonden. Hoe het proces eruitziet? Houtsnippers worden mechanisch gemengd met gloeiendhete zandkorrels bij ongeveer 500 ºC. Door hun grootte en volume dragen die korrels zeer veel warmte aan de biomassa over. Zo worden de snippers in enkele seconden in bijna zeventig procent olieachtige damp omgezet. Die damp slaat als pyrolyse-olie in de condensor neer en gaat, zonder verdere behandeling, naar Borculo. Daar, dertig kilometer verderop, gebruikt FrieslandCampina die brandstof als vervanging voor aardgas in hun waterpijpketels. In 2019 heeft BTG Bioliquids de Empyro fabriek verkocht aan afvalverwerkingsbedrijf Twence, en produceert het ruim twintig miljoen liter pyrolyse-olie per jaar. Na 2020 zijn, op basis van BTG’s technologie, soortgelijke fabrieken in Zweden en Finland verrezen.

Volgens Gerhard Muggen, operationeel directeur van BTG Bioliquids, heeft het bedrijf de afgelopen vijf jaar grote stappen gezet. ‘Snelle pyrolyse luistert nauw’, vertelt hij in de directiekamer. ‘De fabriek in Zweden hebben we echt op de houtzagerij gebouwd. Er komt geen vrachtwagen of shovel aan te pas. Via de transportband gaan de snippers rechtstreeks naar de oven. Enkel voor de start hebben we elektriciteit nodig. Eenmaal in bedrijf levert het proces voldoende kool om een stoomturbine te laten draaien. De resterende drie bar aan stoom zetten we in voor de droogkamers van houtsnippers. Met een jaarlijkse productie van 24 duizend ton pyrolyse-olie komt niemand in de buurt van wat wij met biomassa doen. Pluspunt is dat Zweden een hoge CO2-belasting heeft waardoor pyrolyse-olie concurrerend met fossiele olie is.’
Van experiment naar rendement
BTG Bioliquids blijft ondertussen met allerlei biomassareststromen experimenteren, van hennep en stro tot bermgras en miscanthus (of olifantsgras). Europese regelgeving en de continuïteit van de biomassareststromen zit in veel gevallen echter tegen. ‘Kijk’, zegt Muggen, ‘als je in lijn wilt blijven met Brussel, mag je alleen de reststromen gebruiken die niet als voedsel of voer voor vee gebruikt kunnen worden. Het verschil tussen houtachtige reststromen en agro residuen is dat de eerste soort het hele jaar door beschikbaar is terwijl agro residuen – in Noordwest-Europa – slechts een keer per jaar in de herfst, van augustus tot november vrijkomen. In landen als Brazilië kan je soms wel vier keer per jaar oogsten. Uit bagasse, de reststroom die bij de productie van suikerriet vrijkomt, zou je pyrolyse-olie bijvoorbeeld wel goed kunnen maken en uitvoeren naar Europa.












