Achtergrond

Biogebaseerde polyesters winnen terrein in bouw en meubelindustrie

© Plantics

Thermoset-harsen vormen een groep polymeren die op veel plekken wordt toegepast, zoals in lijmen, schuimen en coatings. Traditioneel worden ze gemaakt uit aardolie en aardgas. Ze zijn giftig en schadelijk voor het milieu. De productie ervan kost veel energie en veroorzaakt een flinke CO2-uitstoot. Als afval zijn deze stoffen niet of lastig afbreekbaar. Biogebaseerde thermoset-harsen hebben deze bezwaren niet en worden gemaakt uit plantaardige reststromen. Ze zijn voldoende beschikbaar; nu nog de hele waardeketen daarop aanpassen.

Wridzer Bakker, ceo en mede-eigenaar van Plantics BV, zit bij een presentatie tijdens de Rotterdam Processing Week op een barkruk van hennepvezelcomposiet. De hennepvezels zijn samen met een biogebaseerde hars (lijm) van zijn bedrijf in een comfortabele vorm geperst. Bakker houdt een dienblad omhoog dat ook van dit materiaal is gemaakt. Daarna toont hij een tweede, iets donkerder dienblad dat is gemaakt van gerecycled composietmateriaal. Daarvoor is zo’n barkruk eerst teruggebracht tot hennepvezels en geheractiveerde hars. Vervolgens is daar een dienblad van geperst. Dit had ook plaatmateriaal kunnen worden voor een keukenkastje, een verkeersbord of een andere toepassing. De biohars kan dus veel traditionele, fossiele harsen vervangen die nu als lijm worden toegepast in houtpanelen.

De adoptie van dergelijke biogebaseerde producten komt nu voorzichtig op gang. Van de barkrukken en stoelen die door meubelfabriek VEPA worden gemaakt, zijn er inmiddels al duizenden verkocht. Bakker werkt ook samen met de grootste verkeersbordenfabrikant in Nederland die het hennepcomposietmateriaal gebruikt als vervanging van aluminium borden, waarvan er elk jaar 300.000 worden vervangen. Dat kan omdat de bioharsen van Plantics het hennepmateriaal bestendig tegen weersinvloeden maken. Bakker is daarnaast ook met verschillende producenten van houtpanelen bezig om een volledig circulair productiesysteem op te zetten.

Focus op biopolyesters

De aanpak van Plantics is maar een van de voorbeelden uit het portfolio van het Nationaal Groeifondsprogramma BioBased Circular NL. Het doel is om onafhankelijker te worden van fossiele grondstoffen door duurzame, biogebaseerde en circulaire materialen te ontwikkelen. De organisatie richt zich vooral op de opschaling van het gebruik van circulaire biopolyesters. Naast de thermoset-polyesterharsen van Plantics gaat het bijvoorbeeld om thermoplastische biopolyesters als alternatief voor PET in voedselverpakkingen. Ook zijn er biogebaseerde plastics voor verpakkingen, zaadcoatings, plantpotjes en voor bekers en bakjes die bijvoorbeeld op festivallocaties maar één keer worden gebruikt, vertelt Edwin Hamoen, directeur van BioBased Circular NL. “Wij zijn geen onderzoeksgroeifonds. Er gebeurt wel een hoop technologisch onderzoek, maar we zijn er vooral om in die opschalingsfase te helpen, bijvoorbeeld bij de financiering van demonstratiefaciliteiten en het vormen van waardeketens.” Veel van die producten zijn bijna marktklaar maar worden nog niet op grote schaal toegepast. “Het belangrijkste is eigenlijk dat bedrijven, en in tweede instantie consumenten, de meerwaarde inzien van op biopolyesters gebaseerde materialen en beseffen dat dit de toekomst is. We willen ze laten nadenken over de vraag in welke toepassingen je deze materialen kunt gebruiken. In veel gevallen gebeurt dat niet vanzelf.”

© Plantics. Plaatmateriaal van hennepvezels.

Door de relatief geringe volumes waarin de biogebaseerde materialen nu worden geproduceerd, missen ze nog de schaalvoordelen van de fossiele varianten. Ook is de regelgeving regelmatig een obstakel, geeft Hamoen aan. Bijvoorbeeld bij drainagesystemen is het verplicht om ‘klassiek’ PVC te gebruiken, omdat dit in de certificering staat. “Bij bouwprojecten liggen die buizen er twee jaar om de grond bouwrijp te maken. Na die tijd hebben ze geen functie meer maar blijven wel liggen en vallen dan heel langzaam uiteen. Daarbij ontstaan microplastics die een groot milieuprobleem vormen. Biopolyesterdrainagebuizen daarentegen zijn uiteindelijk volledig afbreekbaar, waardoor er geen restmateriaal en microplastics ophopen in de natuur. Realiseer je dat er per jaar 20.000 km ‘tijdelijke’ drainagebuizen worden gelegd en je snapt de impact van onze aanpak.”

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Wachtwoord vergeten?

Heb je geen abonnement? Abonneer
Onderwerp:
EnergietransitieInnovatie
Nieuw op TW
Meer relevante berichten