Achtergrond

Biomassa uit balans: focus op biobrandstoffen zorgt voor oplopende tekorten

© Klaartje Jaspers

Nederland kan veel meer biogrondstoffen produceren dan het nu doet, maar het zal niet genoeg zijn. Willen we straks niet alleen biobrandstoffen hebben voor onze vrachtsector en chemie, maar ook biobased bouwmaterialen voor onze huizen, dan zal de overheid nu keuzes moeten maken. De eenzijdige aandacht voor de energietransitie druist in tegen de adviezen waarop het kabinet haar beleid zegt te baseren.

Laat een braakliggend stuk land een paar jaar met rust, en het wordt groen. De natuur zorgt voor planten die fungeren als waterpompen, schaduwvoorzieningen, luchtverversers en huisvesting voor kleine wezens. Ze neemt stikstof op, filtert het water, biedt verkoeling en zet giftige verontreinigingen om in voedzaam groen. Gratis, zonder dat we er iets voor hoeven te doen. Marginale grond wordt weer rijk, en biedt op termijn weer zaken die mensen kunnen oogsten; hout, vruchten, noten, zaden, dieren.In grote landen waar de bevolking naar de steden trekt, kan zulke ‘rewilding’ een hele hoop zooi opruimen en nieuwe biogrondstoffen genereren, maar in een klein dichtbevolkt landje is het potentieel beperkt. Elk stukje groen heeft duizend functies: het moet CO2 opnemen, biodiversiteit herstellen en vooral ook veel grondstoffen produceren. Staatsbosbeheer onttrekt massaal stammen uit het bos, boeren dopen zich om tot biogrondstoffenproducent. Maar zelfs als we daar maximaal op inzetten, zal Nederland in 2050 maar een klein deel van haar eigen biomassabehoefte kunnen invullen, voorspelt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in haar notitie ‘Beschikbaarheid biogrondstoffen in Nederland en de Europese Unie’. Ons kleine handelslandje produceert immers niet alleen voor eigen burgers, maar voorziet een groot deel van de wereld van voedsel en chemie.

Naftakrakers

In haar notitie volgt het PBL het beleid van de Rijksoverheid, benadrukt onderzoeker Bart Strengers. Uiteraard had het planbureau ook kunnen uitgaan van een krimpende economie die veel minder grondstoffen behoeft, of van een chemie die hele andere productieprocessen ontwerpt. Voor deze studie onderzocht het echter hoeveel biogrondstoffen nodig zijn als de bestaande industriële productieprocessen in 2050 vrijwel geen broeikasgassen meer uitstoten, en die industrie niet significant krimpt. Dat betekent dat je heel veel spullen in grote naftakrakers moet gooien – afgedankt plastic, maar ook veelgevraagd biomassa. In die krakers worden ze niet lichtjes opgeschuurd of omgesmolten, maar teruggebracht tot de koolwaterstoffen die de industrie nu nog uit fossiele bronnen haalt.

De beschikbaarheid van Nederlandse biogrondstoffen zal volgens het planbureau kunnen groeien tot maximaal 165 PetaJoule (PJ) in 2030 en 256 PJ in 2050 – hooguit een kwart van wat we nodig hebben als we onze chemie en transport ‘circulair’ willen kunnen noemen. De rest zou uit andere EU-landen moeten komen. Nederland zou daarbij aanspraak kunnen maken op haar ‘fair share’, gebaseerd op inwonersaantal of Bruto Nationaal Product.

Productieverhoging

Terwijl het PBL vooral keek naar de beschikbare duurzame biogrondstoffen voor elektriciteit, warmte, biobrandstoffen en de chemie, werkte onderzoeksbureau CE Delft aan een ‘Kennisbasis biogrondstoffen’ voor Natuur & Milieu. Door ook te kijken naar zaken als de productie van voedsel, komen zij op hele andere data uit. Als de veestapel krimpt zal er minder mest zijn, voorspelt CE Delft bijvoorbeeld, maar kunnen we veel meer biomassa halen van marginale gronden, uit tussengewassen in de landbouw en uit de zee. Nederland produceert volgens hun berekeningen nu al meer dan 165 PJ aan biogrondstoffen, in 2030 zou dat al 13% meer kunnen zijn.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Wachtwoord vergeten?

Heb je geen abonnement? Abonneer
Onderwerp:
BeleidEnergietransitieMilieu
Nieuw op TW
Meer relevante berichten