Achtergrond

Europese aanbesteding van de NS gaat voorlopig naar Shell en PZEM

Shell gaat samen met energiemaatschappij PZEM ervoor zorgen dat de reizigers- en goederenvervoerders op het Nederlandse spoornetwerk straks worden voorzien van hernieuwbare stroom van wind en zonne-energie, met vanzelfsprekend de NS als grootste partij. Het contract geldt voor een periode van drie jaar, van 2025 tot en met 2027. Maar de kogel is nog niet helemaal door de kerk. Dit project moet ook Europees worden aanbesteed.

President-Directeur Frans Everts van Shell Nederland is blij met de op 7 september gemaakte aanbestedingsafspraken met de Nederlandse spoorvervoerder om drie jaar lang samen met PZEM de stroombehoefte van het Nederlandse spoornetwerk met zonne- en windenergie te garanderen: “Voor wie duurzaam van A naar B wil reizen, is de trein een geweldige oplossing. Ik ben er dan ook trots op dat Shell drie jaar lang samen met PZEM de stroombehoefte van het Nederlandse spoor met zonne- en windenergie garandeert.”

Binnen de recent gemaakte afspraken zorgt PZEM voor de stroom en Shell waarborgt de Garanties van Oorsprong, de zogenoemde GVO. De GVO’s geven inzicht in waar de stroom vandaan komt, het betreft Europese zonne- en windparken. Alle reizigers- en goederenvervoerders op het spoornetwerk, met als NS als grootste hebben zo de garantie dat er in Europa elk jaar net zoveel duurzame elektriciteit wordt geproduceerd als treinen verbruiken tijdens het rijden. In totaal gaat het om 1,46 TWh per jaar, vergelijkbaar met meer dan de stroom die Amsterdam of Rotterdam verbruikt. Tezamen ruim 1% van het totaal elektriciteitsverbruik van ons land.

Dilema’s

Tsjalling Smit, lid Raad van Bestuur van de NS, verantwoordelijk voor het energiecontract legt uit met welke dilema’s bij een van grootste energiecontracten van ons land de betrokken partijen nog te maken hebben. De vijf dilema’s op een rij:

  • Dilemma 1. Een zo goed en langlopend mogelijk contract in een turbulente markt.
  • Dilemma 2. Hoe duurzaam is duurzame energie?
  • Dilemma 3. Hoe ambitieus is dit contract op het gebied van groen?
  • Dilemma 4. Een zelfstandig contract versus een contract voor de hele energiesector.
  • Dilemma 5. Duurzame energie uit Nederland of ook daarbuiten.

Tsjalling Smit over dilemma 1, hoe een zo goed en langlopend mogelijk contract in een turbulente markt: “Bij het begin van deze Europese aanbesteding was er sprake van een energiecrisis en vanwege de oorlog in Oekraïne staan de geopolitieke verhoudingen onder grote spanning. De energiemarkt is wereldwijd zeer volatiel, de beweeglijkheid van een effect, geworden. Vanwege deze turbulente omstandigheden twijfelde NS of ze nog wel hetzelfde kon vragen van energieaanbieders als in het huidige contract van de NS. Zo speelden vragen als over welke looptijd de aanbieders nog willen aangaan, welke risico’s aanbieders nog willen nemen. Aanbieders moeten immers een onvoorspelbare markt op om de energie in te kopen. Dus compleet onduidelijkheid wat potentiële aanbieders konden leveren tegen welk tarief en tegen welk risico.

Smit vervolgt: “Het verkennen van de markt bracht inzicht: aanbieders willen meer risico’s bij de afnemers en verbruikers leggen. Thans heeft NS een huidig contract met Eneco waarbij wordt gewerkt met bandbreedte van een grotere of kleinere energie-afname op jaarbasis. Daarbij komt een deel van het prijsrisico bij de leverancier te liggen. Prijzen op de energiemarkt fluctueren jaarlijks, maandelijks en dagelijks en daarom willen leveranciers zo’n brandbreedte-risico niet meer op jaarbasis aangaan. Maar ook de afsluiting van langdurige contracten is in een turbulente energiemarkt een heet hangijzer. NS ligt daar niet wakker van, want die streeft een zelfstandig contract als ambitie na in plaats van met de hele spoorsector. NS ziet dit nieuwe, kortlopende contract dan ook als een overgangscontract.”

Smit over dilemma 2, hoe duurzaam is duurzame energie: “Het huidige contract van NS met Eneco is op jaarbasis klimaatneutraal gecertificeerd. Dat houdt in dat op momenten dat het niet waait, fossiele energie wordt benut die later weer wordt gecompenseerd. Het nieuwe contract is niet alleen gevraagd om windcertificaten, maar ook om certificaten van zonne-energie. Daardoor kan NS uit meer bronnen putten dan in het huidige contract en verwacht NS op minder momenten afhankelijk te zijn van fossiele energie die immers langzaam zullen verdwijnen naarmate de tijd voortschrijdt. Maar ook deze gekozen weg is niet haalbaar. De energiemarkt kan immers nog niet op alle momenten voldoende duurzame energie garanderen om treinen te laten rijden. Het is soms windstil en soms is het bewolkt en schijnt de zon dus niet,” aldus Smit.

Smit vervolgt: “De technologie schrijdt echter ook voort op het gebied van het opwekken van energie- en opslag, het zal de komende jaren fors toenemen. NS wil over vier jaar minder afhankelijk zijn van fossiele energie, ook als er geen duurzaam opgewekte energie voorhanden is. Zo kan worden gedacht aan mogelijkheden op het gebied van opslagcapaciteit en een zogenoemde uurmatching, een zogeheten gelijktijdigheid. Daarbij komen het moment van het opwekken van energie dichter bij het energiegebruik te liggen. Een optelsom van onder meer windmolens, zonnepanelen en opslag.”

Smit over dilemma 3, hoe ambitieus is dit contract op het gebied van groen? Het lid van het Raad van het Bestuur van NS: “Het huidige contract dat destijds met VIVENS is afgesloten, gaf de afname garantie van Eneco de zekerheid dat er kon worden geïnvesteerd in de aanleg van windparken zodat treinen voor 100% op windenergie kunnen rijden. Dit was een grote stap voorwaarts voor de spoorsector, het gaf een enorme impuls aan het verduurzamen van de energiesector. Vandaag de dag geeft zo’n impuls niet meer de doorslag om de aanleg van windparken en zonnepanelen van de grond te krijgen. In de huidige volatiele energiemarkt bleek de ambitie van dit overgangscontract het best haalbare. Op jaarbasis blijft de trein immers klimaatneutraal precies zoals in het huidige contract. Tegelijkertijd wordt vooruitgekeken. In 2027 gelden er voor het contract nieuwe ambities dat in hetzelfde jaar gaat worden aanbesteed.”

De NS is ambitieus wat betreft het energieverbruik en stelt strenge voorwaarden aan haar leveranciers, Shell en PZEM voldoen eraan.” Smit realiseert zich dat niet iedereen meteen de associatie duurzaamheid heeft bij Shell. Smit kan zich niet uitlaten over de het algemene duurzaamheidsniveau van Shell maar ziet wel dat de groene certificaten die NS van Shell afneemt aan alle externe (wettelijke) eisen voldoen, en ook aan de eisen van de Nederlandse Spoorwegen. En wellicht helpt deze nieuwe samenwerking Shell om ervaring op te doen die ze vervolgens ook ergens anders kan toepassen.

Tsallinga Smit over dilemma 4, een zelfstandig contract versus een contract voor hele sector. Smit: “De Nederlandse Spoorwegen wil het liefst zelf een nieuw contract afsluiten: 85% van het contract van de totale omvang van het contract betreft immers energie voor NS. Behalve dat heeft NS een ambitieuze duurzaamheidsagenda die NS gemakkelijker alleen dan met andere partijen en bijbehorende compromissen kunnen realiseren. De belangen en wensen van elke spoorpartij verschillen namelijk. NS heeft een voorspelbare dienstregeling en verlangt langdurige zekerheid over de energieprijs. Goederenvervoerders willen vaak pas kort van tevoren weten hoeveel ze gaan rijden en willen graag een actuele energieprijs.”

Smit vervolgt: “Al met al bleek een zelfstandig contract over twee jaar niet te realiseren. Technisch gezien is het gewoon onmogelijk om te bepalen hoeveel elke vervoerder exact gebruikt. VIVENS berekent achteraf bij benadering. In de toekomst is dit echter wel mogelijk en heeft zelfs elke trein een eigen meter. Pas dan kan de NS een zelfstandig contract afsluiten. Toch heeft NS binnen VIVENS goed gezamenlijk de voorwaarden van de aanbesteding op papier kunnen zetten.

Last but not least licht Tsallinga Smit het belangrijkste vijfde dilemma toe, duurzame energie uit Nederland of ook daarbuiten. Smit: “De NS vindt het vanzelfsprekend mooi wanneer alle duurzame energie van NS wordt opgewekt in Nederland. Maar dat bleek een ‘bridge too far’ vanwege de grote omvang van het contract is er de verplichting om ook Europees aan te besteden, oftewel daar de kaarten op tafel te leggen waaruit voortvloeit dat energie ook uit heel Europa kan komen.”  De kogel is voorlopig dus nog niet door de kerk.

Onderwerp:
EnergieVervoer

Meer relevante berichten

Nieuwsbrief

Relevante berichten
×