Kunstmatige intelligentie (AI) biedt vele kansen voor de gezondheidszorg. Denk aan AI-systemen die kanker detecteren, aangeven of iemand geopereerd moet worden voor een botbreuk of kunnen voorspellen of iemand een hartritmestoornis krijgt. Maar juist in deze sector spelen ook zekere risico’s en ethische vraagstukken, die de vraag doen rijzen: hoe kunnen we AI verantwoord inzetten?
Het is het jaar 2050 en in ziekenhuizen is op de patiënten na geen mens in zicht. In plaats van artsen zijn het computersystemen die diagnoses stellen, behandelplannen opmaken en inschatten of een patiënt überhaupt beter kan worden. Tenminste, dat is de toekomst waar we door de huidige snelle ontwikkelingen op af lijken te stevenen.
Zo’n vaart zal het niet lopen, menen experts. Toch kunnen we niet ontkennen dat er binnen kunstmatige intelligentie, of AI, grote stappen worden gemaakt. Uit onderzoeken blijkt al dat AI-modellen vaak beter zijn in het opsporen van bijvoorbeeld kanker of voorspellen of een botbreuk instabiel wordt. Daarnaast kunnen generatieve AI-modellen als ChatGPT artsen ondersteunen bij het maken van samenvattingen of het opstellen van een ontslagbrief voor een patiënt. Dergelijke ontwikkelingen kunnen de zorg mogelijk verbeteren en veel administratief werk wegnemen bij artsen.
“We zien zeker een hele grote hype rondom AI in de zorg”, erkent dr. Jacobien Oosterhoff. Zij heeft een achtergrond als arts, gepromoveerd in de orthopedie, maar focust zich tegenwoordig als onderzoeker op AI voor gezondheidszorgsystemen aan de TU Delft. “We weten hoe we algoritmes moeten maken en zien dat er een enorme druk ligt op de zorg, waar hulp bij nodig is. Maar we weten nog niet zo goed hoe we dan AI verantwoord kunnen gebruiken. Het zit allemaal nog heel erg in de ontwikkel- en testfase. De technologie is ver gekomen, maar we balanceren nu eigenlijk nog een beetje tussen hype en hoop.”

Het gevaar van bias
Maar vrijwel niets komt zonder risico’s of potentieel nadelige gevolgen. Dat geldt ook voor kunstmatige intelligentie. “We moeten ons realiseren dat technieken eigenlijk altijd meer doen dan datgene waar we ze voor ontwikkelen”, stelt Marianne Boenink. Zij is hoogleraar Ethiek van de Gezondheidszorg aan de Radboud Universiteit en richt zich in het bijzonder op nieuwe medische technologie. Het woord ‘bias’ valt bij zowel haar als Oosterhoff al snel.














