Nieuws

Japan lanceert missie naar Phobos: waarom tien gram maanstof zo waardevol is

MMX
Artistieke impressie van de Japanse ruimtesonde MMX bij Mars en zijn maan Phobos. De sonde moet materiaal van Phobos verzamelen en in 2031 naar aarde brengen. © JAXA / Mitsubishi Electric

Japan heeft de ruimtesonde MMX gelanceerd om materiaal van Marsmaan Phobos naar aarde te brengen. De buit moet in 2031 arriveren: minstens tien gram gruis dat kan onthullen hoe de manen van Mars zijn ontstaan. Maar eerst moet de sonde landen op een wereld waar nauwelijks zwaartekracht heerst.

De Martian Moons eXploration vertrok op maandag 19 oktober om 21.41 uur Nederlandse tijd met een H3-raket vanaf het Japanse Tanegashima. Ruim een uur later kwam de sonde succesvol los van de bovenste rakettrap. Daarmee begon een reis die de eerste monsters van een Marsmaan moet opleveren.

Bekijk de lancering hier:

Ingevangen planetoïde of puin van Mars?

MMX bereikt het Marsstelsel naar verwachting in de zomer van 2027. Daar onderzoekt de sonde Phobos en de kleinere maan Deimos. Over hun oorsprong bestaan twee belangrijke verklaringen: het zijn ingevangen planetoïden, of ze ontstonden uit puin dat bij een enorme inslag op Mars de ruimte in werd geslingerd.

De mineralen en chemische samenstelling van de monsters kunnen helpen die scenario’s te onderscheiden. Dat maakt Phobos tot een ontbrekend puzzelstuk in de ontstaansgeschiedenis van Mars.

Eerst stuiteren, dan rijden

Voordat het moederschip landt, laat het de Frans-Duitse rover Idefix los. Rond de jaarwisseling van 2028 naar 2029 moet die vanaf enkele tientallen meters hoogte op Phobos vallen.

De zwaartekracht bedraagt er minder dan een duizendste van die op aarde. Daardoor zal de vierwieler eerst stuiteren voordat hij tot rust komt. Vervolgens moet hij zichzelf rechtop zetten, zijn zonnepanelen uitklappen en ongeveer honderd dagen onderzoek doen. Zijn metingen helpen bij de keuze van een geschikte landingsplaats voor MMX.

De technische paradox: weinig zwaartekracht vergemakkelijkt het latere vertrek, maar maakt gecontroleerd landen en grip houden juist lastig.

Gruis verzamelen met stikstof

MMX krijgt twee verschillende bemonsteringssystemen mee. Een mechanische monsternemer verzamelt materiaal uit de bodem. Daarnaast blaast een pneumatisch systeem stikstof onder hoge druk tegen het oppervlak, waardoor los gruis in een opvangkamer terechtkomt. Een stofzuiger is het dus niet: de gasstroom verplaatst het materiaal.

Mogelijk reist ook Marsmateriaal mee

De monsters kunnen nog een wetenschappelijke bonus bevatten. Inslagen op Mars hebben vermoedelijk gesteentefragmenten naar Phobos geslingerd. Volgens modelonderzoek kan het maangruis daardoor materiaal uit uiteenlopende perioden van de Marsgeschiedenis bevatten.

Dat zou Phobos tot een indirect geologisch archief van de rode planeet maken. De missie moet bovendien helpen verklaren hoe water en organische stoffen zich door het jonge zonnestelsel verspreidden: ingrediënten voor bewoonbare werelden.

In 2031 moet de terugkeercapsule in Australië landen. Dan kunnen laboratoria op aarde onderzoeken welke geschiedenis in die tien gram verborgen zit.

Onderwerp: Ruimtevaart
Nieuw op TW
zendure
Meer relevante berichten