Op 31 juli trad het Europese reparatierecht in werking. Vanaf dan moeten fabrikanten hun elektronica zo ontwerpen, dat het ook echt te repareren valt. Reparatie scheelt consumenten geld, berekende TNO. Maar belangrijker: je houdt er belangrijke, schaarse grondstoffen, die soms ook als geopolitiek drukmiddel worden gebruikt, langer mee in omloop. Repareren is de sleutel tot een circulaire economie, denkt TNO. Het is alleen nog even afwachten of consumenten de spreekwoordelijke sleutel zullen gebruiken.
Wouter de Wolf, Business Developer Circulaire Economie bij TNO tovert zijn mobieltje tevoorschijn. “Deze is designed to repair.” Toestellen die De Wolf hiervoor had waren dat niet. Die kon hij soms na twee jaar weggooien. “Dan ging de USB-C-aansluiting stuk, en die was gewoon niet meer te repareren,” zegt de TNO’er.
Producten zo ontwerpen dat deze onvermijdelijk kapot gaan: dat doen elektronicafabrikanten wel vaker. Maar in Europa mag dat straks niet meer. Vanaf 31 juli 2026 móéten bedrijven hun apparaten zo ontwerpen dat ze ook echt gerepareerd kunnen worden. Op die datum treedt het Europese Recht op Reparatie in werking. Bovenop de ontwerpeisen moeten fabrikanten in alle Europese lidstaten dan ook nog eens reserveonderdelen beschikbaar stellen zodat onafhankelijke reparateurs makkelijker kapotte smartphones kunnen repareren.
Of jijzelf. Want het toestel van De Wolf komt al met een zelfreparatiekit, schroevendraaiertje en reparatie-instructies. Daarmee kan De Wolf een nabesteld USB-C-poortje er zo weer inschroeven. Dat gemak maakt de fabrikant volgens de TNO’er een voorloper in de circulaire economie – een economisch systeem dat is ontworpen om grondstoffen continu te hergebruiken.
Repareren bespaart geld
Dat systeem zullen andere elektronicafabrikanten met de nieuwe reparatiewet dus óók moeten volgen. En dat is goed nieuws voor consumenten, kwamen TNO en NVCE (Nederlandse Vereniging Circulaire Economie) achter. In een rapport uit mei van dit jaar stellen zij: elektronische apparaten repareren is vaak goedkoper dan vervangen. Zo bespaar je voor smartphones al gauw €40 per jaar als je deze laat repareren in plaats van afschrijft.













