Een vliegtuig elektrisch laten vliegen is een voor de hand liggende oplossing voor het hardnekkige uitstootprobleem van de luchtvaart. Toch blijken er nog een hoop technische blokkades weg te werken voordat elektrisch vliegen een realiteit wordt.
Een vliegtuig uitrusten met batterijen en elektrisch laten vliegen is een logische manier om het uitstootprobleem van de luchtvaart aan te pakken. Toch is het ook een controversiële oplossing. Batterijen zouden te zwaar zijn voor de energie die ze meedragen om een groter vliegtuig van de grond te krijgen.
Nu komen er echter meer en meer tegengeluiden. In januari publiceerde de TU Delft bijvoorbeeld een studie die toonde dat batterij-elektrisch vliegen wel degelijk realistisch kan zijn in specifieke scenario’s.
“Er wordt hard gewerkt aan batterij-elektrisch vliegen”, bevestigt Wim Lammen, onderzoeker aan het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR). “Ook in Nederland zijn er meerdere bedrijven die er aan werken. De vliegtuigen die deze bedrijven nastreven kunnen meestal tot zo’n 90 passagiers vervoeren en richten zich op relatief korte afstanden van minder dan 1000 kilometer.”
Batterij-elektrisch vliegen focust zich dus voorlopig op de regionale luchtvaart, met vliegtuigen die kleiner zijn dan de huidige passagiersvliegtuigen. Dat komt omdat batterij-elektrisch vliegen een aantal beperkingen heeft. “Er is een technische bovengrens”, stelt Lammen. “Uit kerosine of waterstof kan je veel meer energie halen dan uit zelfs de nieuwe generaties batterijen. Batterijen zijn nu nog te zwaar voor de energie die eruit te halen valt voor langeafstandsvluchten. Maar dat wil niet zeggen dat het onmogelijk is om op kortere afstanden op batterijen te vliegen.”











